Copyright? Copywrong!

De universiteit dreigt te verworden tot een artikelenfabriek in handen van commerciële uitgevers. Zeker voor jonge academici is dat funest.

Als sociologen weten wij niet zo veel van wis- en natuurkunde, maar wij konden ons wel vinden in de laatste jaarrede van scheidend KNAW-president Robbert Dijkgraaf. Afgelopen week bekritiseerde hij de politieke druk die wordt uitgeoefend op wetenschappers om vooral toegepast onderzoek te doen, wat weer ten koste gaat van meer fundamenteel onderzoek en uiteindelijk, de wetenschap als geheel (‘Het nutteloze is vaak nuttig’, Opinie, donderdag 7 juni). Dat kan kloppen, zo dachten wij. Een verwaarloosd fundament resulteert nu eenmaal in een gammel bouwwerk. Logisch.

Binnen de discussie over de „bleke toekomst” van de wetenschap is het naar ons inzien echter ook belangrijk om niet alleen na te denken over welk type kennis – fundamenteel of toegepast – wetenschappers produceren, maar ook hoe deze kennis wordt verspreid. Want hoewel Dijkgraaf de „publieke zaak” van de wetenschap duidelijk erkent, is in zijn betoog en beleid weinig te vinden over de nogal vreemde mechanismen die wetenschappelijke kennis openbaar (zouden moeten) maken. En dat is jammer, want het door Dijkgraaf zo gewenste contact met de maatschappij wordt hierdoor ernstig belemmerd.

Laten we dit verduidelijken met een persoonlijk voorbeeld. Onlangs kreeg een van ons te horen dat zijn onderzoek gepubliceerd gaat worden in een internationaal peer reviewed wetenschappelijk tijdschrift. De eer voelde groot, maar de wetenschappelijke kater lag al snel op de loer. Mocht ik namelijk tot publicatie willen overgaan, zo liet de redactie per email weten, dan moet ik de rechten van mijn werk afstaan aan dit betreffende uitgeversconcern: „As it is common practice this offer is subject to the condition that you transfer copyright of the article to the publisher of the Journal”. Daar gaat de zeggenschap over de vrucht van onze eigen – en door de gemeenschap betaalde – noeste arbeid. En zoals de uitgever al aangeeft: dit is inderdaad common practice. Niets bijzonders aan de hand, dus!

Of toch wel? Bij nader inzien is dit systeem wel erg krom: aan de ene kant wordt het eindproduct van wetenschappers – het wetenschappelijk artikel – gratis aan de uitgevers geleverd en beoordelen wetenschappers elkaars werk voor niets via het peer review systeem. Terwijl aan de andere kant kennisinstituties als universiteiten miljoenen betalen aan abonnementen om toegang te krijgen tot de oogst van hun eigen (en andermans) wetenschappelijke inspanning. Publieke middelen verdwijnen zo via twee routes in private handen.

Geen wonder dat wetenschappers uit verschillende velden zich tegen dit soort praktijken hebben uitgesproken en ‘worst offenders’ als Elsevier zijn gaan boycotten. Maar wat stellen de protesterende wetenschappers dan als alternatief voor? Geheel in lijn met de open source-trend in de digitale wereld willen zij ook een open source publicatiesysteem, waarin onderzoekers hun wetenschappelijk werk online publiceren zodat iedere onderzoeker hun data, methoden en conclusies aan kritiek kan onderwerpen.

Natuurlijk is dit verzet enorm te waarderen, maar twee aspecten van het probleem blijven onderbelicht: zo wordt de discussie over de kwalijke rol die deze private ondernemingen spelen in het monopoliseren van kennis vooral gevoerd wat betreft het delen van kennis onder wetenschappers zelf, maar blijft de publieke rol van wetenschap onderbelicht. Wetenschap is een publiek goed, en zou als zodanig niet alleen voor iedereen gratis toegankelijk moeten zijn, maar ook zou er meer nagedacht moeten worden over hoe deze kennis met het publiek gedeeld kan worden. Zeker in een tijd waarin de legitimiteit van de wetenschap onder druk staat lijkt dit geen overbodige luxe.

Daarnaast ontwijken de auteurs de vraag hoe het open source publiceren gehinderd wordt door de bestaande relations of production binnen de academie. Wetenschappers worden in toenemende mate afgerekend op het aantal artikelen dat zij publiceren in internationale, peer reviewed wetenschappelijke tijdschriften. De mantra ‘publish or perish’ is leidend geworden in het wetenschappelijke bedrijf. Wat telt zijn echter publicaties in de reeds bestaande en door deze uitgevers beheerde tijdschriften. Het is voor geen wetenschapper dus aantrekkelijk te publiceren in zo’n open source tijdschrift, waardoor de ontwikkeling van een noodzakelijke kwaliteits-hiërarchie tussen deze tijdschriften lang op zich zal laten wachten.

Het is voor jonge wetenschappers als wij praktisch onmogelijk ons te verzetten tegen dit publicatieregime. Het probleem krijgt zo dus ook een intergenerationele component, want willen wij aan onze (wetenschappelijke) toekomst denken dan moeten wij gezien, bekritiseerd en geciteerd worden door de relevante personen in de wetenschappelijke wereld. Ons werk publiceren in helaas nog steeds obscure, open source tijdschriften biedt dan ook geen soelaas, alle NWO-initiatieven ten spijt .

Wij roepen daarom alle professoren van Nederland op hier een stokje voor te steken en zich in te zetten voor de ontwikkeling van beter toegankelijke wetenschappelijke kennis. Enkel nog publiceren in open source tijdschriften kan één zo’n manier zijn.

Wij hopen in ieder geval op verandering, anders is de toekomst van de wetenschap niet alleen bleek, maar loopt deze de kans te verworden tot een zelfreferentiële artikelenfabriek in handen van grote commerciële ondernemingen. En dan is voor ons, enthousiaste academische jonge honden, de lol er al snel van af.

    • Jaron Harambam
    • Irene van Oorschot