De toekomst van de statistiek - ook Moneyball in voetbal?

Uitzicht vanaf de perstribune in het Nationaal Stadion in Warschau afgelopen vrijdag tijdens de volksliederen. Foto NRC / Niels Posthumus

Je hebt mensen die niets met statistieken hebben, en je hebt mensen die er dol op zijn. Ik behoor tot de laatste categorie. En dus ben ik op een EK Voetbal heel erg op mijn plaats.

Niet dat ik als journalist erg veel kan met al die cijfertjes. Een verhaal met te veel statistiek wordt al snel erg saai.

Overigens is het goed te vermelden dat er natuurlijk wel twee verschillende soorten statistieken bestaan: de cijfers die het journaille voor de wedstrijd ontvangt, als een soort voorbeschouwing, en de statistieken achteraf.

Vlak voor de deadline heeft niemand tijd voor statistiek

Vooral aan de laatste variant heb je feitelijk niets. Statistieken vooraf kunnen de insteek van je wedstrijdverslag nog sturen - je gebruikt ze dan zonder ze letterlijk te noemen in je stuk.

Maar wat moet je met die statistieken achteraf? Naar die analyses heb ik eerlijk gezegd nog nooit een journalist op de perstribune om zien kijken. Ook afgelopen vrijdag niet, toen wij allen vijf minuten na het eindsignaal van de openingswedstrijd tussen Polen en Griekenland negen A4-tjes met wetenswaardigheden over de ontmoeting in handen kregen gedrukt.

Op zo’n moment is elke verslaggever verwoed aan het typen, om binnen een uur zijn stuk af te hebben, nog net voor de deadline. Je hebt dan echt geen tijd om eens rustig even alle ins en outs van de net gespeelde partij door te spitten.

Wasilewski bleek meest nauwkeurig in zijn passing

Pas een dag later zie je dan op de papieren dat Griekenland in de eerste helft zes lange ballen meer heeft gespeeld dan Polen (33 tegen 27). Dat Poolse spelers meer passeer-acties maakten in wedstrijd (43 tegen 35). Dat bij de Grieken Giorgos Karagounis en José Holebas de bal het vaakst de bal naar elkaar overspeelden (12 keer tijdens de wedstrijd – opvallend weinig nog altijd vond ik eigenlijk). En dat van alle spelers op het veld Marcin Wasilewski het meest nauwkeurig bleek in zijn passing (90 procent van zijn ballen kwam aan). Dan waren er nog twee blaadjes met de meest frequente looplijnen op het veld. Enzovoorts, enzovoorts.

Je hebt er niets aan, of nauwelijks iets. Nou ja, de trainer misschien, die zijn team wil analyseren, een sporthistoricus wellicht. Maar voor journalisten als ik is het vooral vermaak voor na het moment dat je stuk al af is.

Film Moneyball: de waarde van statistiek

Of zie ik dat verkeerd? Zit in dergelijke statistische analyse de toekomst van de (voetbal)sport verborgen, zoals de film Moneyball trachtte te laten zien? De Britse journalist en schrijver David Winner verzekerde mij dat onlangs nog tijdens een interview. In dat geval zouden ook journalisten eens wat meer over statistieken moeten gaan schrijven.

Moneyball is een film over het waar gebeurde verhaal van de puur op statistieken verzamelde honkbalploeg van de Oakland A’s, die op die manier buitengewoon succesvol bleek met een zeer beperkt budget.

Wat voor team zou je krijgen, vroeg ik mij af na de openingswedstrijd vrijdag, als je de spelers met het hoogste percentage goede passes uit de matige Poolse en Griekse ploegen in één team zou samenvoegen? Selectie puur op basis van dat criterium, en op basis van niets anders. Krijg je dan een slaapverwekkend over tikkend B-elftal, of krijg je iets wat net een klein beetje meer lijkt op FC Barcelona?

Vanavond ga ik naar Spanje – Italië. Ik ben benieuwd wat ik dan vijf minuten na het laatste fluitsignaal in handen krijg gestopt.

    • Niels Posthumus