Zij : ‘Hij heeft makkelijk praten’

Mara: „Onze vakantie is betaald van geld dat we voor onze bruiloft hebben gekregen. Verder hebben we alle luxe moeten inleveren.”

Joshua: „Ik ga niet veel meer naar concerten.”

Mara: „En we hangen niet meer de hele avond in de kroeg. Het is sprokkelen aan het eind van de maand. Als mijn salaris gestort is, moet ik puzzelen: welke rekening móet ik nu betalen en van welke kan ik de herinnering afwachten? Niet fijn.”

Joshua: „Ach, het kan altijd erger.”

Mara: „Joshua laat mij alles doen. Hij heeft er niet zoveel last van, haha.”

Joshua: „Dat is de uitdaging als je een eigen zaak opent. Je stopt er je body en soul in. Niet alleen je body, zoals bij veel banen in loondienst.”

Mara: „Hij heeft makkelijk praten, ik werk wél voor een baas.”

Joshua: „We hebben een winkel vol luxe. Een snoepwinkel. Als Mara geen baan zou hebben…”

Mara: „…Dan hadden we ons huis moeten verkopen. Joshua moet echt wat gaan verdienen. Ik ga niet jaren werken, terwijl hij in zijn snoepwinkel zit. Ik vind de winkel te gek hoor, er hangt hier een heel positieve energie. Maar Joshua praat heel makkelijk over geld, terwijl ik ervoor opdraai.”

Joshua: „Ik ben slecht in wiskunde.”

Mara: „Als ik over onze administratie probeer te praten, zie ik een scherm voor zijn ogen verschijnen. Hij hoort me dan gewoon niet meer.”

Joshua: „Ik maak me heus ook wel zorgen.”

Mara: „Gelukkig zie ik een stijgende lijn in onze inkomsten uit de winkel. Het scheelt ook dat ik ritme krijg in de boekhouding, het kost me steeds minder tijd. Ik vertrouw erop dat het goed komt.”

    • Anne Dohmen