werkpak

‘Japanse ontwerpers gaan niet uit van de vrouw als lustobject’

Sabrina Kamstra (1957), hoofd kunstzaken AMC.

„Ik ben opgegroeid met mode. Mijn moeder had een modewinkeltje en naaide in haar vrije tijd haar eigen kleren. Ze zag eruit alsof ze zo uit Mad Men was gestapt.

„Het allerliefst koop ik mijn kleding op Koninginnedag. De dames op de Beethovenstraat lijken hun kleren na twee keer dragen al af te danken. Dit jaar heb ik weer enorm gescoord. Deze prachtige zwarte laarsjes van Bally bijvoorbeeld. Ik heb er tien euro voor betaald.

„Ik ben schoenengek. Ik heb mijn collectie laatst uitgedund en er zijn zo’n dertig, veertig paar overgebleven. Nu heb ik mezelf een limiet gesteld: ik mag nog maar een paar schoenen per jaar kopen. Naar mijn werk draag ik nooit hoge hakken. Ik moet nogal veel lopen: we hebben zestig kilometer gangen in het AMC.

„Deze handgemaakte oorbel met een wilde parel heb ik van mijn man gekregen toen ik vijftig werd. Het vest heb ik een paar jaar geleden bij de Bijenkorf gekocht. Mijn oog viel erop en ik wist meteen: die moét ik hebben. De voorkant is heel braaf, de achterkant is een verrassing. Ik zou niet weten van welk merk het is, ik ben geen merkenmens. Als ik iets mooi vind en het zit goed, dan koop ik het. Of het nu van H&M of een beroemd merk is.

„Ik heb jaren in Japan gewerkt en gewoond en daar was ik wel erg fan van Japanse ontwerpers als Issey Miyake. Japanse ontwerpers gaan niet uit van de vrouw als lustobject. Ze ontwerpen sculpturale kleding die prachtig valt. Ik kon alleen nooit iets kopen, omdat ik de Japanse maten niet paste. Tot ik werd uitgenodigd voor de uitverkopen van de kleding die tijdens de shows was gedragen door lange, westerse modellen. Daar komt ook dit zwarte jurkje van Yohji Yamamoto vandaan. Het is al jaren mijn favoriete jurk. ’s Zomers is-ie lekker luchtig, ’s winters draag ik ’m met een legging en een vestje.

„Mijn budget wisselt erg. Soms koop ik maanden niks en dan kan ik mezelf opeens trakteren op een jas van een paar honderd euro.”