Werkloos? Jongeren komen er echt wel overheen

De werkloosheid onder jongeren groeit. Net als in de jaren 80 zijn zij als eersten de klos als het slecht gaat op de arbeidsmarkt. De ene wetenschapper denkt dat de generatie er wel weer overheen groeit. De ander is somber.

Al die regels als je achttien wordt, man, Amin (19) was er niet op voorbereid. Wist hij veel dat je je dan studiefinanciering kon aanvragen, en dat je schoolgeld en een zorgverzekering moet betalen. Amin zegt het opgewekt, maar hij zit behoorlijk in de problemen. Daarom is hij langsgekomen op het spreekuur van het jongerenloket van de gemeente Purmerend.

Amin is een van de drie jongeren die binnen komen lopen op deze druilerige dondermiddag. De jongeren die hier hulp zoeken, hebben nooit één probleem, zegt Thijs Duysens, coördinator van het jongerenloket. Ze hebben er een handvol: geen werk, gebrekkig opgeleid, geen woning, schulden, en soms een kind of een verslaving.

Amin, met rastahaar en pet, is zo’n jongen. Hij had een bijbaan bij Dirk van den Broek, maar na twee jaarcontracten hield het in november voor hem op. Hij stopte met zijn mbo-opleiding; hij wilde liever een andere richting doen. Hij dacht dat hij binnen drie dagen een WW-uitkering moest aanvragen en dat hij te laat was.

Sinds november solliciteert hij in Purmerend en Amsterdam bij elke supermarkt, winkel en callcenter die hij maar kan bedenken. Zonder resultaat: hij heeft nog steeds geen baan, geen uitkering en wel schulden. Het lesgeld van zijn school moet nog betaald worden, net als zijn zorgverzekering. De deurwaarder is al bij zijn ouders langs geweest.

Amins ouders kunnen niet helpen. Ze zitten zelf in de bijstand en hebben ook schulden. Amin wil in september aan de mbo-opleiding elektrotechniek beginnen, maar eerst moet hij zijn rekeningen betalen. Zijn plan: werk zoeken voor juli en augustus, niks uitgeven, schulden afbetalen, en dan in september naar school.

Maar het lukt hem maar niet om die baan te vinden. Wat doet hij verkeerd? Dat wil Amin graag van Debora Tollenaar, werkcoach van het UWV, weten. Ze gaat hem uiteraard helpen met die vraag, maar haar belangrijkste doel is dat Amin in september weer naar school gaat. Ze probeert versneld bijstand te regelen, zodat hij zijn schulden kan afbetalen.

Het was moeilijk om dit jongerenloket open te houden, vertelt Duysens. Veel gemeenten sluiten hun loketten. Voor de bijstand zijn jongeren sinds januari geen aparte doelgroep meer. Het enige verschil is dat jongeren eerst een zoektermijn van vier weken opgelegd krijgen, voordat ze überhaupt recht hebben op een uitkering. Maar jongeren vragen een andere aanpak, zegt Duysens. Je moet er veel meer bovenop zitten, want voor je het weet zitten ze drie jaar thuis.

Nu de jeugdwerkloosheid snel stijgt, is het jongerenloket een zegen. Waren er vorig jaar april nog 75.000 25-minners werkloos, dit jaar april waren het er 104.000. Eén op de negen jongeren, die willen werken, is werkloos. Dat is hoger dan de gemiddelde werkloosheid. Een op de zestien Nederlanders die willen werken is werkloos.

Bij zulke aantallen vallen er al snel grote woorden. Er dreigt een verloren generatie, zo klinkt het. Maar hoe erg is het eigenlijk, die relatief hoge werkloosheid onder 25-minners? Lopen jonge werklozen van nu permanente schade op?

Dat valt mee. Zelfs de jongeren uit de jaren tachtig, die kampten met een hogere én langduriger werkloosheid, kwamen heel behoorlijk terecht. Ze waren twintig jaar na de jaren tachtig niet vaker werkloos dan de jongeren uit de jaren zeventig, die profiteerden van een krappe arbeidsmarkt.

Van permanente schade, is dus geen sprake, ontdekte Jan van Ours, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. Van Ours kan zich niet druk maken over de gestegen jeugdwerkloosheid. Die stijgt in recessies altijd snel, om daarna weer als sneeuw voor de zon te verdwijnen. „Voor het individu is het vervelend, maar als groepsverschijnsel is het niet onrustbarend.”

De jonge werklozen uit de jaren tachtig gingen in hun latere leven ook niet minder verdienen of carrière maken. Irma Mooi-Reci, universitair docent aan de Vrije Universiteit, ontdekte dat toen ze onderzocht hoe het werklozen in Duitsland en Nederland verging tussen 1980 en 2000.

Mooi-Reci: „Jong en werkloos zijn in een recessie is voor werkgevers geen negatief signaal. Ze denken: ja, het was crisis, natuurlijk was je werkloos.” Mooi-Reci vond dit effect voor mensen jonger dan 36 jaar. Na een aanvankelijke achterstand in loon en carrière lopen ze dat verschil na decennia weer in.

Voor ouderen ligt dat anders. Als zij werkloos raken in een recessie ondervinden ze wel permanente schade. Zij zijn veel minder vaak werkloos dan jongeren, maar áls ze werkloos raken, zijn hun kansen op een baan laag. Ze lopen een permanente achterstand op in loon en carrière.

Toch is niet iedereen zo relativerend over de jeugdwerkloosheid. Hoogleraar Wiemer Salverda van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies denkt dat de jeugdwerkloosheid wordt onderschat. Die is volgens zijn berekeningen dubbel zo hoog als het Centraal Bureau voor de Statistiek denkt – en daarmee nog maar net onder de jeugdwerkloosheid in de jaren tachtig.

Salverda: „In de jaren tachtig werkten jongeren fulltime, nu kunnen ze alleen kleine baantjes vinden.” Vooral onder laagopgeleide jongeren is de werkloosheid zorgelijk. Die is drie keer zo hoog als onder hoger opgeleide jongeren. En schade aan loon en carrière is er voor hen wel degelijk. „Al die scholieren en studenten met een bijbaantje verpesten de kansen voor laagopgeleide jongeren die een baan zoeken”, zegt Salverda. Bovendien worden werkloze jongeren niet altijd als zodanig geregistreerd. Ze gaan langer studeren, of vragen geen uitkering aan.

Dat laatste constateert ook Duysens van het jongerenloket. Een uitkering is allang niet meer stoer, zegt hij. „Ze komen hier met het schaamrood op de kaken. Een uitkering wordt gezien als falen, terwijl het voorheen een normaal vangnet was.”

    • Marike Stellinga