Warmer water, minder elektriciteit

Europese elektriciteitscentrales zullen ’s zomers steeds vaker gebrek aan koelwater krijgen als de klimaatopwarming doorzet. Zonder tegenmaatregelen zou rond 2045 ’s zomers wel 6 tot 19 procent van hun capaciteit wegvallen als rivieren onvoldoende afvoer hebben. Of als het water te warm wordt. Vooral Zuid-Europa loopt een risico. Langs de Rijn valt het vermoedelijk mee.

Een onderzoeksgroep schrijft dit in Nature Climate Change (online 3 juni). Eerste auteur is Michelle van Vliet van Wageningen Universiteit.

Empirische modellen die de afvoer van rivieren en de watertemperatuur kunnen berekenen werden gevoed met de uitkomsten van klimaatmodellen. Op hun beurt gingen die uit van twee extreme scenario’s van het IPCC voor uitstoot van broeikasgassen, een ongunstig en een minder dramatisch scenario. Zo werd het aantal dagen per jaar geschat waarop de koeling te kort zou schieten. In Europa mag geen koelwater worden ingenomen als rivierwater warmer is dan 23 graden. Becijferd werd dat de zomerse watertemperatuur rond 2045 wel één graad kan zijn gestegen.

De gevoeligheid van centrales hangt af van het type koeling dat ze gebruiken. Het minst gevoelig zijn centrales die koelwater recyclen met behulp van koeltorens of die koelen met zeewater, zoals bij Borssele en Eemshaven.