Vanavond draag ik geen oranje

Naar Ajax ga je voor het voetbal. Oranje moet je beleven, als een feest. Dat bevalt Janneke van der Horst maar niks.

In het busje tijdens de tour met Hard gras vroeg Herman Koch aan Pelle, onze chauffeur/ abonnementenverkoper/artiestenbegeleider/voetbalvriend wat hij liever had: dat Nederland wereldkampioen zou worden of dat Ajax de Champions League zou winnen. Dat Ajax de Champions League wint, had Pelle geantwoord. Zonder te aarzelen. Herman Koch schreef daar later over dat dit het enige juiste antwoord was.

Heel graag had ik gehad dat hij die vraag toen aan mij had gesteld zodat ik vereeuwigd was als iemand die het enige juiste antwoord had gegeven. Ook ik had over het antwoord op die vraag niet hoeven nadenken. Clubvoetbal staat voor mij boven het nationaal voetbal. En met clubvoetbal bedoel ik in mijn geval Ajaxvoetbal, maar ik ken ook Feyenoordfans en zelfs PSV-fans die er zo over denken. Als je een liefhebber bent van Ajax, zoals ik dus, dan zijn er goede redenen om niet veel op te hebben met Oranje. 1: Er spelen voetballers die nooit bij Ajax hebben gespeeld en 2: Ze spelen niet zoals bij Ajax. Maar je kunt hier dus voor Ajax ook best Heerenveen, Feyenoord of Sparta invullen.

Voor sommige vrienden van mij is dit onbegrijpelijk. Voor hen is het nationaal elftal juist het elftal waar ze het meest voor voelen. Zelfs vrienden, vooral vriendinnen, die zich Ajacieden noemen, gaan rustig uit eten of naar de sportschool terwijl Ajax een wedstrijd in de Champions League speelt, maar een EK- of WK-wedstrijd van Oranje missen ze niet. Dan komt de vraag: „Waar gaan we kijken?” Tijdens de competitie vraagt niemand aan mij waar ‘we’ gaan kijken, maar met het EK en het WK moeten we samen zijn. Want Oranje kijk je niet alleen. Het is als een nationale feestdag. Iemand die in zijn eentje naar het Nederlands elftal kijkt, krijgt iets zieligs. Net als iemand die alleen is met oudjaarsavond. Als ik op een zaterdagavond alleen naar de uitwedstrijden van Ajax kijk zonder schmink en Nederlandse muziek in de rust vindt niemand dat zielig. Het verschil zit hem ook daarin. Als je naar je club gaat kijken, dan ga je naar een voetbalwedstrijd. Als je naar Oranje gaat, ga je naar een feest. Een nationaal feest.

Het feest dat je niet mag verpesten. Als je niet denkt dat Nederland de finale haalt, kan je op fora voor ‘landverrader’ uitgemaakt worden. De droom mag niet kapot. Kritiek is niet gewenst. Liever geven de supporters elkaar schouderklopjes tot ze er beurs van worden. Want het moet vooral gezellig zijn. De Oranjesupporters in de stadions klappen en juichen ook als er niets te klappen en te juichen valt. Als het echt saai wordt, zetten ze een wave in.

Je zou dit natuurlijk gewoon sympathiek kunnen vinden. Maar ik houd van de sfeer in een stadion van een club. Waar je iedereen om je heen zo’n beetje kent. Volwassenen dragen er zelden kleren in de kleuren van de club. Hooguit een sjaaltje. Soms zit ik een hele wedstrijd stil op mijn stoeltje. Soms mopperen we wat. Soms is het nu eenmaal slecht. En soms is er nu eenmaal niks aan. En dat mag ook. Je bent er niet een paar duizend kilometer voor van huis gereisd. Het hoeft niet verplicht legendarisch te zijn. Iets om op een dag aan je kleinkinderen te kunnen vertellen. Je bent over twee weken weer terug. Kijken of het dan beter is.

Gisteren vroeg een bevriende Oranjesupporter of ik ook niet meeleef als Oranje heel goed speelt en ver komt in het toernooi. Natuurlijk wel. Meeleven kost me geen enkele moeite. Zeker niet als ze goed (daarmee bedoel ik aanvallend) spelen. Op Roland Garros vorige week heb ik fanatiek geklapt voor Rojer. De enige Nederlander die die dag speelde. Hij dubbelde met een Pakistaan. Rojer is pas Nederlander sinds het begin van dit jaar. Vorig jaar was hij nog Curaçaoënaar. En dit jaar waren er Oranje-supporters op hem afgekomen. Net als wij ‘fan’ door de letters NED achter zijn naam. Compleet met oranje shirts en petjes. Als er iets te juichen is, zijn de Nederlanders erbij. Iemand had naast zijn oranje shirt ook nog een Nederlandse vlag meegenomen. Voor alle duidelijkheid.

Ik droeg geen oranje. Vanavond ook niet. En de rest van het EK ook niet. Het is niet zo dat ik niet van Nederland houd. Ik houd van Johannes Vermeer. Van de Nederlandse school in voetbal. Van de Noordzee en de Wadden. Van een boterham met kaas. Van kroketten. Maar de kleur oranje herinnert mij om de een of andere reden aan de dingen waar ik juist niet van houd in Nederland. Geert Wilders. Polonaise. Driekwart broeken bij mannen. Jongetjes met wit stekeltjeshaar in Franse supermarkten in de zomervakantie. De straatprijs van de Postcodeloterij.

En ik ben heus wel voor Oranje. Ik juich als er iemand scoort. Zeker als het Van der Vaart is. Maar als er niet wordt gescoord of gewonnen dan is het ook niet erg. Dan kan ik weer elke dag op het internet kijken of Chivu nu eindelijk terug naar Ajax komt.

Janneke van der Horst is sportcolumniste bij Het Parool.