Trots wil er voor ontevredenen zijn

Trots op Nederland moet verder zonder Verdonk. Leden twijfelen of meedoen aan de Kamerverkiezingen zin heeft. „De boodschap is te mager voor de landelijke politiek.”

Trots op Nederland ís niet Rita Verdonk. Dat misverstand moet nu maar eens uit de wereld, vindt Joost van Puijenbroek. Hij is fractievoorzitter en raadslid voor Trots op Nederland in Tilburg. „Alsof D66 direct ten dode was opgeschreven toen Hans van Mierlo stopte als partijleider”, zegt hij.

Trots op Nederland ontbeert een landelijk gezicht sinds oprichter Rita Verdonk afgelopen oktober opstapte. De leden – dat zijn er ongeveer 300 – besloten om zonder haar door te gaan. En zaterdag bepalen ze op de ledenvergadering, in Brabant, of Trots op Nederland meedoet aan de Tweede Kamerverkiezingen in september.

Als die landelijke campagne ervan komt, kiezen de leden vandaag ook een nieuwe lijsttrekker. Met allerlei mensen zijn daarvoor gesprekken gevoerd: van binnen én buiten de partij. De naam van ex-PVV’er Hero Brinkman valt ook. Hij zegt zelf dat hij afgelopen week „een goed gesprek” met Rita Verdonk heeft gehad. Op een eventuele samenwerking met Trots wil hij niet ingaan.

Het partijbestuur wil op zijn beurt ook niet op de zaken vooruitlopen en wacht de stemming vandaag af. Maar de ‘Trotsers’, zoals de leden zichzelf noemen, hebben niet stilgezeten sinds het kabinet is gevallen. Er is een ‘pre-campagneteam’ opgesteld. De mogelijkheden om de campagnekas te vullen, moesten ingeschat. Weer anderen zijn met het verkiezingsprogramma aan de slag gegaan. „Al die moeite doen we natuurlijk niet voor niets”, zegt Joost van Puijenbroek. Hij heeft zichzelf ook kandidaat gesteld. „Dat ben ik aan mijn stand verplicht.”

Is er wel een plaatsje vrij voor Trots op Nederland in het landelijke politieke spectrum? Twee jaar geleden in elk geval niet. Toen stemden 52.937 Nederlanders op Trots op Nederland; te weinig voor een zetel. De reden die Rita Verdonk vorig jaar aanvoerde voor haar stoppen voorspelt ook weinig goeds: haar standpunten zijn goeddeels overgenomen door andere partijen, zei ze in haar afscheidsinterview bij EenVandaag. Doorgaan had volgens haar weinig zin meer. „Toen ik zei dat wie in Nederland woont, ook Nederlands moet spreken, werd ik zowat gelyncht. En dat is nu normaal.”

Achterblijvers zien ruimte genoeg voor hun partij om wél ‘landelijk’ te gaan. Martin Hagen, nu wethouder voor Trots in Alkmaar, denkt dat Nederlanders behoefte hebben aan „een stevig liberaal geluid, gekoppeld aan voldoende pragmatisme”. „Politici die niet links of rechts zijn, maar die naar de burger luisteren. Die in oplossingen denken.” Verdonks oude verkiezingsleus klinkt in zijn woorden door: Trots is niet rechts of links, maar recht door zee.

Die boodschap is te mager voor de landelijke politiek, denkt Wito Schouten. Hij is kieskringvoorzitter voor Trots in Flevoland, en op persoonlijke titel wil Schouten wel een inschatting maken van de kansen van zijn partij. Hij ziet het somber in. „Ik zie, net als Rita zelf, niet in wat Trots heeft wat andere partijen niet hebben. Wat kunnen wij nou toevoegen aan de landelijke politiek?”

Het zal spannend worden om een voldoende onderscheidend partijprogramma rond te krijgen op zulke korte termijn, geeft wethouder Martin Hagen toe. En nog spannender of het de nieuwe leider zou lukken om binnen drie maanden Trots nationaal weer mee te laten tellen. Het krachtigste argument dat vóór Trots zou werken, is volgens hem dat Nederlanders geen vertrouwen hebben in de partijen die de economische problemen hebben veroorzaakt. „Waarom zouden zij nu in staat zijn om de crisis op te lossen? Onze partij zal die ontevreden mensen moeten aanspreken.”

Trots kan beter alleen lokaal actief blijven, zegt Wito Schouten. Inzetten op de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Het idee dat hun partij zetels kan binnenhalen in september is naïef. En als de partij opnieuw faalt, zal dat funest zijn voor het restje geloofwaardigheid dat Trots nog had. „Als ze meedoen, dan is het een keer mét, en een keer zonder Rita mislukt. Ik geloof dat dat de nekslag voor de lokale afdelingen zou betekenen.”