Schuivende panelen

Links is klaar voor de verkiezingen. Dat wil zeggen: de conceptprogramma’s van PvdA, SP en GroenLinks zijn afgelopen week gepresenteerd.

Het klassieke ambitieniveau om als politiek goed te doen voor de mensheid ligt wederom vertrouwd hoog. De PvdA wil dat „mensen fluitend naar hun werk gaan”, de SP belooft „continuïteit van internet en telefoon”, terwijl GroenLinks met een wet ‘Mooi Nederland’ de Nederlandse natuur en het landschap wil gaan beschermen.

Maar alle drie de programma’s getuigen elk op hun manier ook van realisme. Alles moet uiteindelijk wel betaald kunnen worden. Over het overheidstekort zijn de partijen dan ook duidelijk: dat moet volledig tot nul worden gereduceerd. De SP kiest voor een tekort van 3 procent in 2015 als eerste stap, de PvdA voor begrotingsevenwicht in 2017, terwijl GroenLinks voor het even veilige als nietszeggende „zo snel als verantwoord” kiest.

Hier staat tegenover dat GroenLinks zich met het Lenteakkoord heeft gecommitteerd aan een tekort van drie procent volgend jaar en daarmee weer het strengst is van de linkse drie. PvdA en SP accepteren in hun programma’s stilzwijgend een tekort dat hoger is dan de drie procent die Europa voor volgend jaar voorschrijft. Daarmee krijgt hun beloofde financiële discipline toch het karakter van de roker die aankondigt over een week écht met roken te zullen stoppen.

Politiek van belang is de positionering in het Binnenhofse krachtenveld waarvoor de linkse partijen met hun programma’s kiezen. Het opvallendst is ongetwijfeld de toonzetting van het programma van de SP, de partij die – althans volgens peilingen – al geruime tijd de grootste partij op links is. Al eerder heeft de SP, het jarenlang aan de partij vastgeklonken motto ‘stem tegen’ afgezworen. Maar het programma, en zeker de opstelling van partijleider Emiel Roemer ademen nu een ‘regeren-ja-graag’ sfeer.

De strategie is duidelijk: de SP wil voorkomen dat andere partijen in de verkiezingscampagne kunnen zeggen dat een stem op de SP een bij voorbaat verloren stem is. Ook wil de SP met dit programma een serieuze plaats aan de Haagse kabinetsformatietafel bevechten. Dat vergt compromisbereidheid. Hoewel het etatisme bij de SP dominant blijft, zit er meer souplesse in het programma dan vroeger. Illustratief is de opvatting van de SP over de hogere AOW-leeftijd. Die lag tot voor kort bij de SP onaantastbaar op de huidige 65 jaar. Nu zegt de partij: tot 2020. Er zit dus beweging in.

Beweging zit er ook in de PvdA, maar dan naar de andere kant. Meer dan in de vorige partijprogramma’s wordt weer veel verwacht van het sturend vermogen van de overheid. In een tussenzin wordt bijvoorbeeld de ABN/Amro-bank blijvend genationaliseerd. Voorts is er de algehele stimuleringstendens waardoor het programma van de PvdA volgend jaar niet aan de EU tekortnorm voldoet. Deze keuze werd eind april al gemaakt toen de PvdA zich niet bij GroenLinks, D66 en ChristenUnie aansloot op het moment dat deze drie met de regeringspartijen VVD en CDA onderhandelden over het Lenteakkoord.

Tenslotte is er GroenLinks dat zich voor volgend jaar heeft verbonden aan het Europese financiële korset en daarmee rechts van PvdA en SP is beland. Maar tegelijk kiest deze partij ten behoeve van het ‘vergroenen’ van de economie voor dermate sterke vormen van overheidsinterventie dat zij weer links van de PvdA opduikt.

Tegen de achtergrond van het totale politieke discours laten de programma's van de linkse partijen zien dat straks op 12 september aanstaande in elk geval wat valt te kiezen. Maar een probleem voor de kiezer is wel dat er niet alleen voor links gekozen kan worden, maar als gevolg van de naar elkaar toe gegroeide programma´s, ook eenvoudiger dan voorheen tussen links.

Dat kan al gauw leiden tot onderlinge strijd. De overige partijen ter rechterzijde zullen het graag zien gebeuren.