Ritueel

Het kabaal over het verbod op het onverdoofd ritueel slachten is verstomd. Het is gesmoord in een echt Hollands compromis – dat wil zeggen, bangig, nietszeggend, en in laatste instantie absurd. In het deze week gepresenteerde Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten, de zwanenzang van staatssecretaris Henk Bleker, blijft alles gewoon bij het oude – maar toch een beetje anders.

Staat er voortaan bij ieder dier een arts klaar met een stopwatch en een injectiespuit?

Het leek zo simpel. Zolang er mensen zijn, zullen er dieren gedood worden. Zolang er mensen zijn, zal er religie zijn. Zowel dierenfans als verstokte seculieren moeten daar reëel over zijn. Dus laten we wanneer er dieren ritueel geslacht worden, dat zo aardig mogelijk doen. Verdoving. Als dat er in de tijd van het ontstaan van de spijswetten en de Koran geweest was, was er zeker een regeltje over opgenomen, want barbaar wilde men ook toen al niet zijn. Integendeel. Dus waarom niet naar de geest gehandeld, in plaats van naar de letter?

De Tweede Kamer stemde in met een verbod. De Eerste Kamer torpedeerde het. Toen volgden zes maanden in de woestijn van de Hollandse overlegcultuur.

Het resultaat noemt Bleker “een goede balans tussen de vrijheid van godsdienst en verbetering van het dierenwelzijn”. Ik moest meteen denken aan het debacle met het rookverbod. Was die mislukking een goede balans tussen de vrijheid van het individu en verbetering van de volksgezondheid?

De religieuze organisaties zijn tevreden. “Een herbevestiging van onze rechten in dit land”, stelt Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam. Ook Amin Abed Ali van het Contactorgaan Moslims en Overheid kan ermee leven. “Al hebben wij wel wat water bij de wijn moeten doen.”

Want: als een dier dat onverdoofd geslacht wordt niet binnen veertig seconden zijn bewustzijn verliest, moet het alsnog door een arts bedwelmd worden. Ali: “Wij hadden meer seconden in gedachten, maar we kunnen leven met het uiteindelijke resultaat.”

Uit naam van de direct betrokkenen, de dieren, liet Marianne Thieme weten dat het convenant “zo zacht als boter” is. Ze heeft gelijk: staat er voortaan bij ieder dier een arts klaar met een stopwatch en een injectiespuit? Iedereen weet dat het onzinnig is, hoe meet je zoiets, maar de gemoederen zijn weer voor een tijdje gesust.

Ooit was de consensuscultuur in Nederland een zegen: voordat we elkaar de hersens inslaan is het misschien verstandig om even om de tafel te gaan zitten en het er eens goed over te hebben. Maar consensus houdt in dat je bereid bent compromissen te sluiten, iets van begrip op te brengen voor de argumenten van je opponent. Daarvan is in het geval van het verbod op onverdoofd ritueel slachten nog geen begin geweest. Er was geen discussie binnen de eigen gelederen, er werd vooral moord en brand geschreeuwd. Iedereen was geschokt door de agressie van de tegenstander. Gelovige joden waren ontzet dat ze voor dierenbeul werden uitgemaakt. Voorstanders van het verbod kregen meteen weer Hitler in hun schoenen geschoven.

H et nieuwe Convenant betekent geen consensus. Het is een bezwering. Het betekent het toedekken van meningsverschillen, het niet durven doorhakken van knopen, zelfs als daar democratische besluitvorming aan vooraf is gegaan. De Tweede Kamer is zijn hemd gezet, maar voor de lieve vrede doen we net alsof het niet zo is. Het resultaat noem je “een goede balans”.

Is met het convenant de vrede weergekeerd? Ik geloof er niks van. We zijn weer principieel geworden, we geloven in onze eigen identiteit, religieus of anderszins, we staan pal voor onze particuliere belangen – en tegelijk zijn we overgeleverd aan een coalitiesamenleving waarin al onze overtuigingen stuk voor stuk met anderen uitonderhandeld moeten worden. Daardoor ga je als vanzelf het publieke domein als iets vijandigs zien – dat is het terrein waarin op hatelijke toon wordt afgedongen op jouw rechten en overtuigingen. Er is een publiek domein, geen publiek belang.

In dat licht is de uitspraak van Eisenmann veelzeggend: „een herbevestiging van onze rechten in dit land”. Rechten zijn iets van jezelf. ‘Dit land’ is dat kennelijk niet.

    • Bas Heijne