Pakistanen liggen niet wakker van ruzie met VS

Wie afgelopen week het westerse nieuws volgde over de Amerikaanse raketaanvallen met onbemande vliegtuigjes, zou kunnen denken dat Pakistan is veranderd in een rokende puinhoop. Dat is niet het geval. Ook slaat de president niet openlijk met de vuist op tafel en gaan niet dagelijks horden woedende Pakistanen de straat op om te protesteren. Dat is allemaal al geprobeerd en het haalde niets uit. Bovendien vinden de aanvallen slechts plaats in de afgelegen tribale gebieden langs de Afghaanse grens.

De Pakistaan-met-de-pet heeft wel iets anders om wakker van te liggen. Inflatie stuwt de prijs van zijn voedsel op en soms is er dagenlang geen stroom. Veel media meldden niet dat in Islamabad een hoge Amerikaanse diplomaat op het matje werd geroepen, na drie dagen van drone-aanvallen waarbij 29 doden vielen. Ook de onthulling van The New York Times, eind vorige maand, dat president Obama de drijvende kracht is achter de aanvallen en steeds zijn persoonlijke goedkeuring verleent, werd schouderophalend ontvangen. Dat Abu Yahya al-Libi door een drone het leven liet, werd klein gebracht. Hij werd beschouwd als de tweede man van Al-Qaeda.

Aan wat de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta over Pakistan te melden had, werd echter wél ruim aandacht besteed. Het geduld van de Verenigde Staten met Pakistan „nadert zijn grens”, zei hij gisteren in Kabul, omdat Pakistan nog altijd niet optreedt tegen het Haqqani-netwerk, dat banden heeft met Al-Qaeda en bekendstaat om zijn vermetele aanvallen.

Het was de tweede schrobbering in twee dagen. Eerder zei Panetta in New Delhi dat de Pakistaanse autoriteiten konden protesteren wat ze wilden, maar dat de drone-aanvallen, waarbij vaak ook burgers omkomen, gewoon doorgingen. Al sinds eind november houdt Pakistan uit protest de bevoorradingsroutes voor de westerse troepen in Afghanistan gesloten.

Wat de Pakistanen dwars zit aan Panetta’s uitlatingen, is het vernederende karakter ervan. Hij deed ze tijdens bezoeken aan twee buurlanden waarmee Pakistan moeizame (Afghanistan) danwel slechte (India) verhoudingen heeft. En dan maakte hij ten overstaan van een Indiaas publiek ook nog een gevoelige grap over het niet vooraf informeren van Islamabad over de actie waarbij vorig jaar Osama Bin Laden werd geëxecuteerd.

Het ontgaat veel Pakistanen niet dat de VS minder machtig zijn dan voorheen. Zij vragen zich af of er geen betere bondgenoten te vinden zijn. Dus werd afgelopen week enthousiast gereageerd op het bezoek van de Russische gezant Zamir Kabulov, die kwam vertellen hoe belangrijk Pakistan voor de Russen is. Ook de Chinese minister van Buitenlandse Zaken kwam op bezoek. Bovendien werd de Pakistaanse president Asif Ali Zardari uitgenodigd voor de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie, aangevoerd door China en gericht tegen de Amerikaanse invloed in Centraal-Azië. Bleek Pakistan toch niet zo geïsoleerd als gedacht! Maar de Russische gezant bleek weinig te bieden te hebben, en des te meer te halen. Hij was geïnteresseerd in een gaspijplijn tussen Iran en Pakistan. Dagblad Dawn waarschuwde dat nieuwe bondgenootschappen niet mochten afleiden van de noodzaak de verhoudingen met de VS te herstellen. „Zij zijn óók een belangrijke speler in de regio. En dat zullen ze blijven.”

Joeri boom