Overal ligt wel een steen des aanstoots

Als Europa één ding nodig heeft, dan is het een voetbalkampioenschap, „een kalmeringsmiddel, een ontsnapping aan de realiteit, een parallelle wereld, welkom als opium”. Aldus Javier Marías in de EK-bijlage van El País. Marías is een van de beste schrijvers van Europa – hij toert nu door de Benelux om zijn roman De verliefden te promoten. Het EK als oase, het is een schitterende kosmopolitische gedachte.

Wel jammer dat het niet waar is.

Tot nu toe is de parallelle wereld van het voetbal er een waarin onrust en onbehagen van een verward continent niet worden verdrongen, maar juist uitvergroot.

De zwarte spits van Italië roept dat hij de eerste supporter die hem een banaan naar het hoofd gooit, zal vermoorden. Waarop Michel Platini, voorzitter van de UEFA, meldt dat wie om racisme boos van het veld loopt, zal worden bestraft met een gele kaart (bananenkleur, maar dat is toeval). Dus wordt ons door NOS-hoofdbabbelaar Jack van Gelder in herinnering geroepen dat diezelfde Platini in 1985 een ereronde maakte in het Heizelstadion, terwijl de lichamen van de 39 slachtoffers nog in de catacomben lagen. Niet dat men de speler van Juventus de body count destijds had doorgegeven, maar who cares.

Intussen vragen de Fransen – die zich dit jaar heilig hebben voorgenomen in elk geval elkáár niet de hersens in te slaan – zich en masse af wat hun zal overkomen als het (toch minder zwarte) Nederlands elftal al naar de overkant van het trainingsveld blijkt te moeten verhuizen om de oerwoudgeluiden van de Poolse belangstellenden te ontwijken.

Dan bezoekt een delegatie met drie Duitse spelers Auschwitz, gevolgd door de ploegen van Italië, Nederland en Engeland. Onmiddellijk vindt iedereen zijn eigen steen des aanstoots. Want, zo wordt in Engeland geklaagd, hoezo moet het nationale elftal meewerken aan een publiciteitsstunt van de FA? De Italianen maakten er ‘een mediacircus’ van. En waarom durfden de Duitsers maar met drie man te gaan?

Nederland viel bij de Auschwitzkwestie in twee kampen uiteen: degenen die het bezoek afkeurden omdat het de voorbereiding op ‘Denemarken’ schaadt („Ik had dat voor na het toernooi gepland”, Sylvain Ephimenco). En, daartegenover, de partij die viel over de psycholoog met wie de spelers na afloop in gesprek moesten om ‘te relativeren’ wat ze hadden gezien. Een derde groep speurde op de foto’s van de spelers naar laakbaar gedrag: „Handen uit de zakken heren!” – en welk gebaar maakt Jetro Willems daar met zijn vingers? (Ik zag een reepje onderbroek van Robin van Persie – ook iets wat een mens moet leren relativeren).

Eén buitenspeldoelpunt en er vallen doden.

Redacteur Arjen Fortuin houdt van boeken en van voetbal. Tot de EK-finale schrijft hij hier als thuissupporter.

    • Arjen Fortuin