Over nut en noodzaak van een begrotingstekort

Nederland heeft vrijwel altijd een begrotingstekort, maar kan toch goedkoop lenen. Hoe relevant en gevaarlijk is een tekort? „Wij hebben bijzonder veel geluk dat de markt ons goedgezind is.”

De economie mocht uitbundig groeien of langzaam krimpen, maar wat er de afgelopen zestig jaar ook gebeurde: er was vrijwel altijd een tekort op de Nederlandse overheidsbegroting. Telkens gaf de staat meer uit dan zij aan inkomsten had, zo bleek deze week uit een overzicht van deze krant. Groeide de economie wat harder, dan stegen de uitgaven rapper, waardoor aan het eind van het jaar een tekort overbleef. Zo ging dat toen, zo gaat dat nu.

En toch geldt Nederland als natie met een sterke kredietwaardigheid, is het een van de weinige landen in de wereld met het hoogste AAA-keurmerk en een lidstaat in Europa met het imago van degelijke overheidsfinanciën. De rente waartegen Nederland kan lenen bevindt zich op extreem lage niveaus: 1,78 procent op vrijdagmiddag (zie grafiek).

Wat zegt dit over het gevaar van tekorten en staatsschuld? Kunnen begrotingsgaten misschien ook nuttig zijn? De laatste jaren daalt de rente op een uitdijende schuld.

Econoom Eelke de Jong van de Radboud Universiteit kan er kort over zijn. Tekorten kunnen alleen nuttig zijn als zij een gevolg zijn van goede investeringen of als zij ontstaan doordat de begroting als schokdemper fungeert voor een terugvallende economische groei.

Er zijn nauwelijks politici en economen te vinden die een tekort als gezonde ambitie zien. Zelfs de SP wil het begrotingstekort in straf tempo verkleinen. Maar helemaal verdwijnen? Dat is een ander verhaal. Alle politieke partijen, van links tot rechts, zijn uiteindelijk vrij bescheiden in hun doelstellingen om tekorten te voorkomen. Ook de snoei- en groeicombine van VVD en CDA mikte bij zijn aantreden in 2010 slechts op „onderliggend begrotingsevenwicht” in 2015. De PvdA die deze week zijn verkiezingsprogramma presenteerde, heeft de ambitie om in 2017 „zicht” te hebben op begrotingsevenwicht.

Een begrotingstekort of een schuld hoeft volgens De Jong geen probleem te zijn. „Maar het moet altijd bezien worden in relatie tot de verdiencapaciteit van een land”. Het is net als bij een bedrijf: je moet af en toe investeren en daarvoor lenen om in de toekomst geld te verdienen. Zolang rente en aflossing lager zijn dan de ‘terugverdiencapaciteit’ is er volgens hem niets aan de hand.

Waarom kunnen huishoudens niet met structurele tekorten werken en een overheid wel? Volgens de hoogleraar bestaat er een kardinaal verschil tussen de twee: de overheid is er eeuwig, maar elk huishouden heeft een horizon. „Je wilt je kinderen niet met een schuld opzadelen. Politiek speelt dit minder, terwijl een tekort wel degelijk een last van de volgende generaties is.”

Roel Beetsma, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat een overschot op de Nederlandse begroting eigenlijk ideaal zou zijn. Want de samenleving vergrijst en de overheid ziet op lange termijn meer lasten op zich af komen. Dat heeft volgens de econoom nu al effect op de bestedingen van de consument. Hij wijst op de zogeheten ‘Ricardiaanse equivalentie’: de theorie dat burgers hun gedrag aanpassen voor dat van de overheid. Als de regering op de pof leeft, weet de consument dat bezuinigingen of belastingverhogingen dit op termijn moeten corrigeren. Als de overheid meer uitgeeft om de economie aan te jagen, zal hij juist meer gaan sparen. Volgens die redenering is Keynesiaans stimuleringsbeleid met aanverwante tekorten dus zinloos.

Dat overheden vrijwel altijd een tekort op de begroting hebben is volgens Beetsma het resultaat van „politieke verstoringen”. Hier is veel onderzoek naar gedaan. „Je ziet in landen waar vaak regeringswisselingen zijn, zoals Italië, ook vaak een hogere staatsschuld.” Er is ook een verband gevonden tussen de fragmentatie in het politieke landschap en de overheidsfinanciën. „In landen waar meer partijen in de regering zitten, zijn de tekorten gemiddeld groter.”

Beide economen waarschuwen voor de afhankelijkheid van de financiële markten, die je met tekorten creëert. Japan heeft een extreem hoge schuld van meer dan tweemaal het nationaal in komen. Maar die schuld wordt voor een groot deel gefinancierd door de eigen pensioenfondsen. In Europa doet de markt dat. De Jong: „Je bent afhankelijk van het sentiment. Wij hebben bijzonder veel geluk dat de markt ons goedgezind is.”

    • Jeroen Wester