Kastanje groeit als kurkentrekker

‘Ik dacht dat u voor de essensterfte belde”, zegt Fons van Kuik. “Met de essen gaat het ook niet goed. Die worden sinds 2010 geplaagd door de schimmel Chalara fraxinea. Je ziet takken afsterven en kronen dunner worden. Kankers op de stam. Het is een grote zorg. ”

Maar het ging niet om essensterfte, het ging om kastanjesterfte. Vandaag moest in deze rubriek de paardekastanje ter sprake komen en opeens was daar de vraag: hoe is het eigenlijk afgelopen met de kastanjeziekte? In 2005 werd groot alarm geslagen. De Nederlandse paardekastanjes waren getroffen door een geheimzinnige ziekte die bloedrode bloedingen langs de stam opwekte. Het kwam nog eens bovenop de aantasting door de kastanjemineermotlarven die gangen in de kastanjebladen groeven wat de boom ook al geen goed deed, al waren de larvengangen zelden fataal. Maar inclusief de nieuwe ziekte kon het veel kastanjes te veel worden. Monumentale bomen zouden het veld moeten ruimen, het zag er beroerd uit.

Maar het Grote Kastanjesterven lijkt te zijn uitgebleven. Veel monumentale kastanjes staan nog fier overeind en ook de kastanjes rond het AW-labo zien er patent uit. Geen bloed, geen mot. In de media is het stil geworden, vorige maand werd de site kastanjeziekte.wur.nl afgesloten.

Misschien viel het mee? “Nee, het valt niet mee”, zegt Van Kuik die verbonden is aan Praktijkonderzoek Plant & Omgeving van Wageningen UR. “Er zijn wel degelijk veel oude kastanjes verdwenen. Het staat nu vast dat de paardekastanjes slachtoffer zijn van de bacterie Pseudomonas syringae en daar is weinig tegen te doen. Bomen in de publieke ruimte kun je moeilijk met bestrijdingsmiddelen behandelen. Maar we waren misschien iets te somber. Het zou kunnen dat de bacterie er altijd al was en dat hij pas toeslaat als de kastanjes stress hebben. Dat het die mineermotten zijn die de stress veroorzaken blijkt niet te kloppen, want rode kastanjes hebben nooit motten maar wel Pseudomonas.”

Kan de kleine man de stress van zijn kastanjes verminderen? “Het enige wat blijkt te helpen”, zegt Van Kuik, “is grondverbetering. Compost aanbrengen. Dan krijgt de boom meer groeikracht.”

Maar nu wat anders. Een Amsterdamse bioloog had aandacht gevraagd voor de typische torsie die in veel stammen van paardekastanjes is te zien, in ieder geval in die van Amsterdamse paardekastanjes. Hoe algemeen is dat, wou hij weten, is het ergens goed voor, hoe ontstaat het en zit er systeem in. Dat soort vragen. Is de torsierichting op het noordelijk halfrond anders dan op het zuidelijk?

Nooit staat een mens erbij stil en opeens kan hij na een korte fietstocht bevestigen: ja, paardekastanjes zijn bijna allemaal getordeerd. En voor zover de waarneming strekt valt vast te stellen dat de schroef altijd rechts is. Wat een rechtse schroef is staat op de tekening want het is moeilijk uit te leggen. Gewone kurkentrekkers, schroeven en bouten hebben altijd een rechtse schroef.

Overigens waren het in Amsterdam alleen kastanjes die een tordering lieten zien. Iepen, populieren, linden en platanen doen niet mee aan de malligheid. Dat is iets om te onthouden, want als de torsie doorslaggevend evolutionair nut heeft, dan zou-ie wel vaker voorkomen.

Ga niet zomaar het internet op voor torsie-antwoorden, want daar kakelt men er lustig op los. Passeer de huiveringwekkende onzin die op de site van New Scientist is bijeengebracht: dat de torsie het gevolg zou zijn van blikseminslag, de reactie op ziekte of schade of het onontkoombaar effect van het typische chirale karakter van het cellulosemolecuul.

Dat de torsie ontstaat doordat het jonge, snelgroeiende plantje dat een boom moet worden, godmagwetenhoe, overdag de zon in haar baan volgt is ook niet aannemelijk, want dan zou een linkse draai ontstaan. Voor de maan geldt hetzelfde. Dat de corioliskrachten die de luchtcirculatie rond depressies en hogedrukgebieden sturen ook de vaten en vezels in het hout van kastanjes en andere bomen aan het winden brengen is al even onwaarschijnlijk. Al was het maar omdat op het noordelijk halfrond linksgewondenheid en rechtsgewondenheid naast elkaar voorkomen. Er zijn zelfs veel bomen die halverwege hun groei van links winden overschakelen op rechts winden.

Serieuze literatuur is op Google Scholar te vinden met de ideale zoekterm spiral grain. Het Duitse Drehwuchs levert voornamelijk gemopper op van houthandelaren die moeten toegeven dat planken die uit zwaar getordeerd hout zijn gezaagd niet lang plat blijven.

Al zeker sinds 1850 breekt men zich het hoofd over nut en ontstaan van de torsie, maar pas na 1990 verschijnen toegankelijke review-artikelen waar alle onzin buiten blijft – de bliksem, de zon, de maan. Een goed begin is het stuk ‘Function of spiral grain in trees’ van Hans Kubler (Trees – Structure and Function, 1991) waarnaar nog steeds veel verwezen wordt. Het staat op internet. Er zijn twee soorten nut bedacht én bewezen voor de torsie in boomstammen. In de eerste plaats verbetert de torsie de vochtvoorziening van de kroon. In bomen met rechte stam (straight grained) is het zo dat takken alleen bodemvocht ontvangen van het deel van het wortelstelsel waar ze recht boven hangen. Takken aan de zuidkant krijgen aleen vocht van het zuidelijk deel van het wortelstelsel, het is al in 1958 met kleurproefjes aangetoond door J.P. Vité. Er is in de stam nu eenmaal weinig dwarstransport van wortelvocht. Vallen zuidelijke wortels weg dan verdrogen ook zuidelijke takken. Daardoor kan de boom asymmetrisch worden en zijn evenwicht verliezen. Getordeerde bomen zijn hiertegen beschermd. Het is ook daarom dat de torsie zo sterk is bij bomen die tegen een rotswand groeien, zegt Kubler, daar zitten alle wortels immers aan één kant. Anderen wijzen er nog op dat de torsie des te sterker lijkt naarmate het dwarstransport van wortelvocht geringer is. Of het echt waar is, daar komt de buitenstaander niet achter.

En, ja, de torsie maakt de boom sterker. Een reeks theoretici meent dat met zware berekeningen aan te tonen en het ziet er overtuigend uit. Maar sterker tegen wat? Tegen het wringend effect waaraan de stam onderhevig is als harde wind tegen een asymmetrische kroon blaast. Sommigen menen zelfs dat het die wringende windwerking is die de torsie veroorzaakt en gaan daarbij fluitend voorbij aan de waarneming dat (1) veel bomen in de loop van hun leven van torsierichting veranderen en (2) dat veel boomkronen helemaal niet asymmetrisch zijn terwijl de stam onder die kroon toch ongewoon sterk gewonden is. Je ziet het veel bij allerlei naaldbomen en andere coniferen.

De wind moet als veroorzaker van de torsie worden afgeschreven. Nee, het is ook niet de wind, roepen derden, het is de stress die het doet. Weer de stress, maar geen bewijs.

De bittere waarheid lijkt dat de torsie voor het grootste deel genetisch is bepaald en dat hij ontstaat op het niveau van voorkeur in delingsrichtingen van cellen in het zogenoemde cambium. De literatuur die dat beschrijft is niet erg toegankelijk.