‘Je ziet de omslag’

Het innovatieklimaat is veranderd. Minister Verhagen van EL&I heeft ondernemers en onderzoekers in negen topsectoren gedwongen samen te werken, vertelt hij.

Innovatie, is dat Spielerei van techneuten of noodzaak?

„Absolute noodzaak. Zeker in tijden van crisis. Alleen met innovatieve producten en diensten kan Nederland profiteren van opkomende markten. Het is ook een absolute voorwaarde als je kijkt naar de maatschappelijke uitdagingen: klimaat, vergrijzing, schaarste van grondstoffen, een explosief groeiende wereldbevolking die gevoed moet worden.”

Met de nadruk op efficiënter of ‘totaal het roer om’?

„Ook daar heeft Nederland grote kansen. Zeker als je kijkt naar de agrofoodsector. Die is allang niet meer alleen bezig met het kweken van een tomaat of het vergroten van de voedselproductie, maar ook met het aanbieden van een totaalconcept ‘hoe je een stad kunt voeden’. Dus in Shanghai en Peking probeer je niet meer als tuinder je product te slijten, nee, je biedt een totaalconcept aan hoe je voedselvoorziening zeker kunt stellen en dat eist een totaal nieuwe samenwerking tussen partijen.”

Met de overheid in een leidende rol?

„De overheid heb je nodig voor het concept, maar innovatie zelf regel je niet vanuit de overheid. Niet van achter je bureau in Den Haag. Ik doe twee dingen: ik geef ondernemers, groot én klein, de ruimte. Door onnodige regels af te schaffen, door toegang tot kredieten. Juist voor starters en MKB’ers is het vaak moeilijk om zo’n krediet te krijgen.

En verder heb ik ondernemers en onderzoekers zelf aan het stuur gezet. Ik heb gevraagd: wat hebben jullie nu nodig om te innoveren, om nieuwe producten te ontwikkelen? Voor al die negen topsectoren hebben we in vrij korte tijd innovatiecontracten uitgewerkt en daarin staat wat er voor onderzoek in welke sector verricht wordt, wie dat gaat doen en waar het geld vandaan komt.”

Maar er is geen nieuw geld.

„Nee, maar wij zorgen er wel voor dat het geld dat er is goed besteed wordt. Vroeger hadden we het Fonds Economische Structuurversterking, daar zijn miljarden aan innovatie gegeven zonder dat aantoonbaar is wat het effect is geweest. De afweging of een product interessant is, is niet meer aan de overheid, maar aan de ondernemer. De onderzoekers hebben het voordeel dat zij behalve het publieke geld ook het private geld beschikbaar krijgen. Een van de opvallende zaken in Nederland was dat de private uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling achterbleven bij welk Europees land dan ook.”

Toch zijn er zorgen over fundamenteel onderzoek.

„Er was in het begin nogal wat koudwatervrees. Maar ik heb de chinese muur tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek geslecht door ondernemers en onderzoekers bij elkaar te zetten. En men is nu eigenlijk heel enthousiast over de aanpak. Je ziet echt een omslag.”

Waar zit de meeste beweging? Wie pikt het op?

„Ze pikken het allemaal op. DSM investeert nu 100 miljoen in nieuwe onderzoekscentra in Delft en Geleen. Daar komen, midden in de economische crisis, 700 mensen extra aan het werk. We hadden sterke concurrentie uit China en Amerika. Maar DSM heeft voor Nederland gekozen wegens dat topsectorenbeleid. Niet alleen wegens de belastingvoordelen, maar ook omdat ze kunnen samenwerken met de universiteiten en de plaatselijke overheden. Dat concept van bij elkaar brengen van onderzoekers, ondernemers en overheid bleek voor DSM de belangrijkste reden om de investering hier te doen.”

Straks is er een andere regering. Hoe lang staat dit beleid nog?

„Een volgende minister kan weer ander beleid vormgeven. Ik hoop dat dat niet gebeurt. De vraag was: hoe zetten we het beschikbare geld optimaal in? Ik vind het ongelooflijk wat voor enthousiasme dit uiteindelijk teweeg heeft gebracht. Dat blijkt ook wel uit het feit dat het topsectorenbeleid niet alleen bij het huidige kabinet buiten de bezuinigingen is gebleven, maar ook in het Lenteakkoord. Toen ik 2 april voor 2,5 miljard aan innovatiecontracten sloot, was de voornaamste kritiek dat het maar voor twee jaar gold. Men had het voor langer vastgelegd willen zien. Een nieuwe minister van EL&I zou er buitengewoon verstandig aan doen dit beleid voort te zetten.”

    • Renée Postma