Iedereen kan van iedereen winnen

Een paar dagen voor de EK-finale van 2004 belde ik Graham Sharp van het Londense wedkantoor William Hill. „Niemand heeft op Griekenland gewed”, vertelde hij. „We hebben één gokker die 500.000 euro verdient als de Grieken straks winnen, maar hij lijkt wel de enige die dacht dat ze dit toernooi een kans maakten.” Die zondag won Griekenland met 1-0 van Portugal en werd Europees kampioen. De Griekse aanvoerder Theo Zagorakis legde zijn handen voor zijn ogen, alsof zelfs hij het niet kon vatten. Wie voor het toernooi een euro op het land had gezet, kreeg 80 euro uitbetaald.

Blijkbaar kunnen mensen amper geloven dat een underdog zo’n grote prijs kan winnen. Zo hoor je voor aftrap van dit EK niemand over de kansen van Denemarken of Griekenland, terwijl beide landen in de laatste twintig jaar het toernooi hebben gewonnen (Italië, Engeland en Nederland daarentegen niet). Van alle voetbalcompetities is het EK bij uitstek het toernooi van de underdog.

Arsenal-trainer Arsène Wenger heeft het ooit uitgelegd: een EK duurt drie weken, en in de reguliere competitie kan na drie weken elke club bovenaan staan – dus ook bijvoorbeeld Excelsior in de eredivisie. Een paar fouten van de scheidsrechter, of ballen die er binnenkant paal inrollen, en hop, je bent Europees kampioen. Denemarken won in 1992 slechts één van zijn drie groepswedstrijden (2-1 tegen Frankrijk dankzij een doelpunt in de 78ste minuut van de ex-Feyenoorder Lars Elstrup) en moest toen in de halve finale tegen het veel betere Nederland. Denemarken won na strafschoppen omdat van de tien penaltynemers alleen Marco van Basten miste. In de finale hadden de Denen een goede dag, en mede dankzij een afstandsschot van de normaliter nooit scorende John Jensen versloegen ze Duitsland met 2-0. Denemarken had dus twee van zijn vijf wedstrijden gewonnen.

Twaalf jaar later won Griekenland vier van zijn zes wedstrijden, steeds met slechts één doelpunt verschil. Een paar centimeters hier of daar, en iemand anders was kampioen geworden. Gemeten over de 34 wedstrijden van een competitie, en zelfs op een WK, zijn toevalsmomenten veel minder bepalend.

Bovendien zijn de krachtsverschillen op een EK kleiner dan op een WK. Afgezien van Brazilië en het al 25 jaar tanende Argentinië zijn de beste voetballanden allemaal Europees. Allemaal spelen ze inmiddels ongeveer dezelfde saaie maar efficiënte collectieve stijl. Daarom kan iedereen van iedereen winnen, terwijl je zelfs in de halve finale van een WK de uitslag bijna van tevoren kan voorspellen als de Europese topper Nederland tegen het vergelegen Uruguay moet.

De minieme verschillen op een EK verklaren ook waarom er zoveel wedstrijden door penalty’s worden beslist. Van 1992 tot en met 2004 maakte Nederland op elk toernooi een penaltyserie mee. Drie keer betekende dat uitschakeling. Een paar ballen die anders vallen, en Nederland had nu drie Europese titels. Aan de andere kant: als Wim Kieft in 1988 zijn hoofd niet tegen een afgedwaald schot van Ronald Koeman had geplaatst, zou Nederland niet van Ierland hebben gewonnen, en waren we nu nog op jacht naar een prijs.

Toch lijken voetbalfans nog steeds niet in toeval te kunnen geloven. Mensen zijn voorgeprogrammeerd om altijd naar patronen te zoeken. Als Oranje het EK wint, dan pogen we dat rationeel te verklaren: een briljante coach, of saamhorigheidsgevoel onder de spelers. En als Oranje er in de eerste ronde uit vliegt, dan verklaren we dat ook: een blunderende coach of ruzies tussen de spelers. Nassim Nicholas Taleb, financieel investeerder en auteur van De zwarte zwaan: De impact van het hoogst onwaarschijnlijke, heeft uitgelegd dat de willekeur ons voortdurend fopt. Een neurowetenschapper zou zeggen: onze emotionele hersenen moedigen onze rationele hersenen aan om patronen te vinden die er niet zijn.

Ik zal ditmaal die fout niet maken. Mijn geld staat nu op Ierland, Denemarken en Griekenland: inleg steeds tien euro, uitbetaling bij toernooiwinst 1.000 euro.

Simon Kuper

Simon Kuper is journalist van de Financial Times en medewerker van onder andere NRC Handelsblad en Hard Gras. Hij schreef verscheidene boeken over voetbal, waaronder Dure spitsen scoren niet (2009, Nieuw Amsterdam). Kuper schrijft tijdens het EK wekelijks een column in NRC.

    • Simon Kuper