Hotel Picasso

Een Warhol in de hotelbar, een Gauguin in het restaurant, of een Rembrandt in de lobby. Luxe hotels exposeren steeds vaker museale kunst.

Engeland, Londen, 2012 St. Pancras hotel foto; Herman van Heusden

Madame Augier staat in de lobby van hotel Negresco in Nice. Ze wijst aan: Niki de Saint Phalle, Dalí, Chagall, Warhol, Léger, Dubuffet, Delaunay, Cocteau, Vasarely. Ik volg haar rijk beringde vinger, maar zie geen Vasarely aan de wand. „De tapijten”, zegt ze, terwijl ze met haar voet op de grond stampt, „die heeft Vasarely speciaal voor ons ontworpen”. Even verderop, in een zijzaal, hangt een majestueus portret van Lodewijk XIV door Hyacinthe Rigaud (1659-1743), Augiers grootste trots, op een veiling gekocht. Rigaud heeft drie portretten van de vorst geschilderd; één hangt in Versailles en één in het Louvre. „En ik heb het derde.” Het Negresco is een van de laatste grand hotels in privéhanden. Madame (90) heeft het geërfd en zwaait er nog dagelijks de scepter.

Ze heeft alle kunstenaars persoonlijk gekend („Behalve Rigaud, zo oud ben ik nou ook weer niet.”), en was de eerste die belangrijke kunstvoorwerpen in een hotel ophing. „Men verklaarde me voor gek.” Maar Augier zette haar zin door en bijna alle grote hotelketens hebben inmiddels een bod gedaan op haar hotel. Eén overhandigde haar zelfs een blanco cheque. Die ze verscheurde. „Ze willen er allemaal een hotel van maken”, zegt ze met zichtbaar dedain, „met wat kunst aan de muur.”

In haar hotel, sinds 1957 in de familie, speelt kunst de hoofdrol. „Dit is een museum pur sang dat toeristen tolereert, en niet andersom, en dat zal het blijven ook.” Om dat te garanderen heeft ze het hotel als ‘totaalconcept’ in een stichting ondergebracht. Daarin staat dat er ook na haar dood niets mag worden veranderd, geen schilderij mag worden verhangen, geen beeldhouwwerk verzet, en niets mag worden verkocht. De Franse wet voorzag daar niet in, maar Augier vocht net zo lang tot het juridisch rond was en er een nieuwe wet werd aangenomen die haar wens mogelijk maakte. Deze heet officieel ‘Loi Negresco’, de Negrescowet.

Augier was haar tijd ver vooruit: de combinatie kunst en hotels is pas sinds enkele jaren een opkomende trend. Tenminste, in de zin van originele kunstwerken van waarde, in tegenstelling tot goedkope kopieën, affiches, uitgescheurde boekillustraties en anderszins ingelijste rotzooi die normaliter in hotels is te vinden. Dat zelfs die – ook in financiële zin – waardeloze afbeeldingen doorgaans nagelvast aan de muren zijn bevestigd, illustreert het voornaamste struikelblok om de twee te verenigen in openbare ruimtes en hotelkamers: de grijpgrage vingers van de gasten.

„We dachten dat we het allemaal perfect onder controle hadden”, zegt een woordvoerder van The Ritz-Carlton in Los Angeles. Uit de lobby van het hotel werd vorig jaar een tekening van Rembrandt gestolen ter waarde van zo’n 175.000 euro. Volgens hoteltycoon Steve Wynn (van onder meer The Mirage en Bellagio in Las Vegas) is het een kwestie van placeren. „De werken moeten zo worden opgehangen dat iedereen ze kan zien, maar niemand erbij kan.” En hij kan het weten. Als een van de belangrijkste collectioneurs van moderne kunst, hing hij werken van Picasso, Monet en Gauguin in zijn Bellagio dat in 1998 openging. Ze hingen hoog aan de muur, elk in het restaurant dat naar de betreffende schilder was genoemd: de Picasso’s in Restaurant Picasso, de Gauguins in Restaurant Gauguin, en zo verder. Het was een sensatie. In zijn hotel Wynn Las Vegas ging hij een stap verder. Niet alleen hing hij daar nog meer beroemde en schier onbetaalbare kunstwerken op, hij opende er ook kunstgaleries waar ’s werelds grootste meesterwerken van museale kwaliteit tentoongesteld worden. In zijn Bellagio Gallery of Fine Art bijvoorbeeld hangt momenteel een expositie over Claude Monet en zijn tijdgenoten (ook te bezoeken in combinatie met een wijnproeverij te midden van de kunstwerken, want kunst of niet, het blijft toch een horecagelegenheid). Bijna had in Wynns galerie Le Rêve van Picasso gehangen. Hij had het doek voor 49 miljoen dollar gekocht, maar ging er – voor het oog van de toegestroomde wereldpers – per ongeluk met zijn elleboog dwars doorheen (hij is slechtziend), dus dat ging niet door.

Dependence van Frieze Art Fair

Dat in hotels steeds vaker kunst is te zien, heeft alles te maken met een trend: het persoonlijker maken van hotels. Mondiale uniformiteit is uit. Zelfs de grootste internationale ketens willen in afzonderlijke hotels iets eigens en lokaals uitdragen. Sommige doen dat door jonge kunstenaars te betrekken bij de inrichting. Dat leidt vaak tot installatieachtige Gesamtkunstwerken en kamers die zelf kunstwerken zijn, zoals in de diverse Art’otels, Hotel Bloom in Brussel, Propeller Island City Lodge en Arte Louise in Berlijn.

Andere hotels zoeken samenwerking met gerenommeerde musea en kunstbeurzen. Zo fungeert Gramercy Park in New York, waar de wanden volhangen met werken van onder andere Jean-Michel Basquiat, Andy Warhol, Richard Prince, Damien Hirst en Julian Schnabel, jaarlijks tijdens de Frieze Art Fair als een dependance van deze vooraanstaande kunstbeurs. Het biedt tijdens de beursdagen een speciaal kunstarrangement voor 900 dollar per nacht, inclusief lezingen, rondleidingen en toegang op de besloten openingsavond. Hyatt Regency Churchill in Londen organiseert dit jaar drie exposities uit de beroemde Saatchi-collectie. The James New York heeft een ‘Corridor Arts Program’: de gangen doen dienst als expositieruimte voor musea en kunstgaleries.

De mogelijkheden om kunst in hotels te laten zien, zijn legio. Zo liet het Conrad New York Hotel in Battery Park, zonder tussenkomst van museum of galerie, recentelijk een conceptuele muurschildering aanbrengen van wijlen Sol LeWitt, genaamd Loopy Doopy, uitgevoerd door zijn assistenten. De muurschildering beslaat dertien verdiepingen van het atrium. Het St. Regis Singapore schafte Reclining Woman van Fernando Botero aan, zodat de vrouw met de voluptueuze vormen bij de ingang van het hotel de gasten welkom kan heten. In de bar van St. Regis hangen diverse gesigneerde litho’s van Picasso aan de muur; ze maken deel uit van de kunstcollectie van het hotel die voor ruim tien miljoen dollar is verzekerd.

En het Zuid-Franse belle époque-hotel Le Beauvallon, vlakbij Saint-Tropez, gaat nog een stap verder. Het kocht een heel kunstpaviljoen: het spectaculaire paviljoen dat Toyo Ito in 2002 maakte voor de Engelse Serpentine Gallery. Deze galerie geeft jaarlijks een vooraanstaand architect of beeldend kunstenaar de opdracht een tijdelijke ruimte te ontwerpen in Hyde Park. Le Beauvallon liet het demonteren en verscheepte het naar de eigen hoteltuin, waar het vanaf deze zomer als ultramodern kunstpaviljoen zal worden gebruikt.

Collectioneurs

De allernieuwste variant op het slaap/kunstthema: kunstverzamelaars die onderdak zoeken voor hun almaar uitdijende collecties en daarom zelf een hotel bouwen en exploiteren. Het schatrijke echtpaar Steve Wilson en Laura Lee Brown (haar familie bezit onder andere Jack Daniels) opende het 21c Museum Hotel in Louisville, Kentucky, en bracht daar een deel van zijn eigentijdse kunstcollectie onder. Het negentig kamers tellende boetiekhotel was meteen een doorslaand succes. Begin volgend jaar openen ze daarom een tweede, in Bentonville, Arkansas. Het plan is de volgende vijf jaar vijftien van zulke 21c Museum Hotel-filialen te bouwen, want aan kunst hebben de Wilsons geen gebrek. Ook collegae collectioneurs Don en Mera Rubell uit Miami, wier eigentijdse kunstverzameling wordt geschat op meer dan twee miljard dollar, beginnen een eigen hotel in hun woonplaats, met honderd kamers en tweeduizend vierkante meter ontvangstruimtes, die tot aan de nok worden gevuld met kunst, kunst en nog eens kunst. De Rubells hebben besloten om alle kosten die hun kunstcollectie met zich meebrengt – alleen al de verzekering! – niet door te berekenen in de overnachtingprijs. Dat zou een beetje al te begrotelijk worden. Namelijk zo’n vijfentwintigduizend dollar per nacht.

    • Ivo Weyel