‘Hij nam me niet al te serieus’

Caroline van Steenwijk (1981), verloskundige, over haar grote liefde Hans.

Hans, 2011

Ze vindt zichzelf wel erg groot nu, maar ze ziet er prachtig uit. Zes maanden zwanger en de rust zelve.

‘Ik ben nooit zo controleerderig geweest. Mijn vorige vriend maakte daar misbruik van. Hij was een grote, donkere Ier. Een rugbyspeler en een kroegtijger, aantrekkelijk en gezellig, maar ook nogal lomp. Hij heeft me meerdere keren bedonderd. Dan bleef hij hele nachten weg en vertelde me ’s ochtends in halfdronken toestand welke meisjes allemaal achter hem aan gezeten hadden. Die hele relatie was een vergissing, achteraf. Maar ik heb er veel van geleerd.

„Mijn ouders zijn al sinds hun vijftiende samen, en mijn zusje vond haar man toen ze zestien was. Ik wist dus niet beter dan dat je een partner hoorde te hebben. Maar na die Ier bleef ik een tijd single, en toen ontdekte ik dat ik geen man nodig heb om gelukkig te zijn. Ik kan het ook prima alleen af.

„Ik heb een spannend beroep. Als verloskundige moet je je mannetje staan en elke dag heftige beslissingen nemen. Ik begeleid vrouwen met een medische indicatie. De uitdaging is om alles zo goed te laten verlopen dat er geen gynaecoloog aan te pas hoeft te komen, maar het blijft onvoorspelbaar. Er kan altijd iets misgaan. Ik ben blij dat ik in een groot ziekenhuis werk, want daar ben je omringd door collega’s met dezelfde soort ervaringen als jij.

„Hans kwam als arts op onze afdeling werken toen ik er ongeveer een jaar zat. Ik moest wel eens iets met hem overleggen, en we ouwehoerden veel – zo was de sfeer daar. Fysiek was Hans niet mijn type: hij is iel, ik ben zelfs wat langer dan hij. Maar hij maakte zulke goeie, gortdroge grapjes. Hij nam me niet al te serieus, dat vond ik leuk.

‘Hou jij nou eens een keer je mond en ga koffie halen’, zei hij dan quasibevelend, en dan serveerde ik hem met een stalen gezicht een koffie met tien zakjes suiker erin. Dat soort dingen.

„Toen Hans en ik elkaar een keer toevallig buiten het werk tegenkwamen en aan de praat raakten, konden we niet meer stoppen. Het duurde tot midden in de nacht, en we waren het over alles eens, van Facebook tot klassieke muziek tot onze favoriete tv-series. We wisselden telefoonnummers uit en sms’ten wat over en weer, maar we aarzelden om nog eens met elkaar af te spreken: we waren collega’s, en het ziekenhuis is zo’n klein wereldje... Niet zo handig.

„Een paar maanden later kwam het er toch van. Het was in de herfst. We maakten een lange strandwandeling, en ’s avonds gingen we naar Hans’ appartement en keken we Little Britain op dvd. Nou, dat was het.

„Het nieuws dat we samen waren, lekte na vijf maanden uit, via een ander ziekenhuis nota bene. We besloten om dan ook maar helemaal open kaart te spelen, en dat werkte. We kregen er geen problemen mee.

„Hans is een goede man, een warme deken. Hij is stabiel, geaard – misschien ook doordat hij tien jaar ouder is dan ik. In het begin heb ik hem wel getest, dan zocht ik ruzie en dreef dingen op de spits.

„Maar hij bleef altijd kalm. Hans vindt mijn ‘graffiti’s’ niet erg – zo noemt hij de krasjes die je als mens nu eenmaal oploopt. Ik kan nog veel van hem leren. Maar ook nu het zo goed gaat tussen ons, laat ik hem vrij. Ik vind het prima als hij met vrienden op stap wil of een avondje met een goede vriendin doorbrengt. Als het gras ergens anders groener lijkt, heb je daar als partner toch geen controle over.”

Hun kerkelijk huwelijk komt eraan. Zeventig genodigden, zij in een op maat gemaakte bruidsjurk die alleen haar moeder en schoonmoeder al gezien hebben. Ze is zo benieuwd naar Hans’ reactie.

    • Sandra Heerma van Voss