Het waren tweehonderd fantastische millennia. Laten we vredig heengaan

Foto Rick Rindertsma

Binnen enkele generaties zal de aarde, zoals we die nu kennen, niet meer bestaan. Ons sprinkhanengedrag heeft de planeet zoveel stress bezorgd, dat we een ecologisch omslagpunt naderen of zelfs al gepasseerd zijn. In het komende geologische tijdvak zijn wij als homo sapiens niet meer welkom.

Dit is, zonder overdrijving, de boodschap van tweeëntwintig ecologen en biologen in het nieuwste nummer van Nature, een gerenommeerd natuurwetenschappelijk tijdschrift. Het gezelschap maakt nog wel een voorbehoud: als we de bevolkingsgroei remmen, minder fossiele brandstoffen gebruiken, afblijven van ecosystemen die nog niet aangetast zijn, dan kunnen we de biosfeer nog sturen richting een leefbare conditie.

Het zijn slechts kanttekeningen in een verhaal dat bol staat van begrippen als ‘onomkeerbare statusverandering’, ‘ongekend in het menselijk bestaan’ en ‘klimaatverstoring’. Een verhaal, getiteld Approaching a state shift in Earth’s biosphere, waar de moed van in je schoenen zinkt, want hoe zuinig we ook gaan leven, het is onwaarschijnlijk dat we per saldo minder gaan gebruiken en uitstoten. Eind 2011 bereikten we een populatie van zeven miljard mensen. In 2045, zo wil een conservatieve schatting, lopen we hier met 9 miljard mensen rond. Dat geëxperimenteer met zonne- en windenergie is aardig, maar de tijd ontbreekt ons om op tijd over te schakelen.

Kleed je op een abrupte omwenteling

Per hoofd van de bevolking gebruiken we momenteel 0,95 hectare land. 43 procent van het aardoppervlak (exclusief wateren) is bewoond of aangeharkt voor landbouw of veeteelt. Veel van het resterende gebied doorkruisen we met wegen. In 2025 nadert de aarde volgens de wetenschappers het kritische bezettingspunt van 50 procent. Uit modellen, lokale ecosystemen en voorgaande geologische omwentelingen halen zij het bewijs dat het vanaf dat moment snel gaat. Denk maar aan een aquarium dat je lange tijd niet verschoont. Dat kan weken goed gaan, maar op een dag geven alle visjes er tegelijkertijd de brui aan en is het rijk aan de algen.

Meermaals verwijzen de wetenschappers naar de laatste ijstijd, zo’n elfduizend jaar geleden. De overgang naar het huidige interglaciaal ging niet geleidelijk, maar redelijk abrupt: in een tijdsbestek van enkele duizenden jaren smolt het resterende ijspakket - 30 procent van het aardoppervlak - als ‘sneeuw voor de zon’. De krachten die de omwenteling destijds in gang zetten, vallen volgens de auteurs in het niet bij de menselijke verstoringen van nu. Vandaar dat ze de aarde voor de volgende ‘statusverandering’ slechts een paar honderd jaar geven, een verandering waar we mogelijk nu al in of tegenaan zitten. Dat maakt het Nature-artikel ook zo apocalyptisch. Het is alsof je op een zinderende zomerdag plotseling in een hagelbui en wervelwind verzeild raakt. Geen tijd meer om een jas aan te trekken, laat staan een schuilplaats te zoeken.

Milieu niet meer te redden, ontwikkel rookmelders

Critici kunnen tegenwerpen dat de wetenschappers nogal theoretisch te werk gaan. Dreigende vergezichten worden ingeleid met woorden als ‘waarschijnlijk’, ‘zou’ of ‘mogelijk’. Extrapolaties en schattingen, daar stoelt het werk op. De vraag is echter of het Nature-artikel met dit alarmisme de milieulobby in de kaart speelt. Het artikel draagt geen oplossingen aan, maar adviseert enkel onderzoek te doen naar detectiesystemen. Paramaters waaruit we kunnen afleiden dat bepaalde gebieden in ‘deadzones’ dreigen te veranderen. Drempelwaardes en slaghamers, zoals de auteurs dat noemen. De zuurgraad van een zee, het kappen van een bos - met welke waarde of met welke verstoring zakt een ecosysteem in elkaar? Uit het artikel spreekt niet het geloof dat we de boel dan nog kunnen bijsturen. Zie de detectiesystemen daarom als rookmelders: het huis staat al in de fik, maak dat je wegkomt.

De homo sapiens is zo bezien zijn eigen prooidier geworden. Een sprinkhaan die in groepsverband zichzelf naar het leven staat. Als plaag veroorzaken we ook blijvende schade aan de omgeving. Eerdere geologische perioden besloegen tienduizend tot miljoenen jaren, omwentelingen duizenden tot tienduizenden jaren. De wetenschappers vragen zich af of de aanstaande abrupte omwenteling, de evolutie van andere levensvormen niet frustreert. Ofwel: we hebben de aarde als huurder mogelijk uitgeleefd, voor lange tijd onbewoonbaar gemaakt voor onze medezoogdieren.

De verwachting is dat we aan de vooravond van de omwenteling elkaar de kop inslaan. “Sociale onrust en economische instabiliteit”, noemen de wetenschappers dat. Tien miljard mensen zullen zich op de laatste voorraden storten. De uitdaging is om dat een beetje in goede banen te leiden, zodat toekomstige, hopelijk intelligentere levensvormen nog een beschaving herkennen in ons relatief korte, maar krachtige bestaan.

    • Steven de Jong