Eurobonds oplossing voor crisis

Het volledig delen van de staatsschulden van de lidstaten van de eurozone lijkt voorlopig een luchtkasteel. Maar het samenvoegen van kortlopende schulden kan de zwakkere landen hulp bieden, zonder het risico te lopen dat ze daaraan een vrijbrief ontlenen om zich (opnieuw) onverantwoordelijk te gaan gedragen. Ook blijven de potentiële verliezen voor de sterkere landen binnen de perken.

Dat maakt het idee van de zogenoemde eurobills (euro-obligaties) zo aantrekkelijk, het geesteskind van Christian Hellwig van de Toulouse School of Economics en Thomas Philippon van de Universiteit van New York. De basisgedachte is dat iedere lidstaat van de eurozone kortetermijnobligaties uitgeeft die door alle lidstaten gezamenlijk worden gegarandeerd, tot een limiet van 10 procent van het bruto binnenlands product. Dit leidt tot een markt van ongeveer 900 miljard euro. De potentiële verliezen voor de belastingbetalers in Noord-Europa blijven beperkt, omdat kortetermijnschulden het eerst worden afgelost bij betalingsproblemen.

Deze eurobills zouden een drieledig effect hebben. Armlastige economieën krijgen een opkikker – volgens schattingen van Hellwig en Philippon zou de kortetermijnrente van Italië misschien wel vier procentpunten lager kunnen uitvallen dan in december. De banken kunnen een nieuw soort obligaties met een laag risico kopen, waardoor hun gevoeligheid voor zwakke staten afneemt. En de markten krijgen het signaal dat verdere integratie van de eurozone in het verschiet ligt.

Het gevaar van het nemen van onverantwoorde risico’s zou er niet helemaal door verdwijnen, maar kan worden beperkt. Landen zouden nog steeds ook langetermijnobligaties moeten uitgeven, zodat ze worden blootgesteld aan de marktdiscipline. De landen die de doelstellingen van het Stabiliteits- en Groei-pact schenden zouden een boeterente moeten betalen en uit het programma gegooid kunnen worden als ze zich blijven misdragen.

Een alternatieve manier om staten te disciplineren zou een glijdende boeteschaal kunnen zijn, waarbij een land dat weigert te hervormen of te bezuinigen een deel van zijn recht om eurobills uit te geven verliest. Voor Duitsland zou dit betekenen dat de financieringskosten hoger worden – maar Berlijn betaalt nu bijna niets voor zijn kortetermijnleningen. Een iets ‘normalere’ situatie kost nu eenmaal geld.

Neil Unmack

vertaling Menno Grootveld

    • Neil Unmack