Een vuil spelletje bridge

Als er op internet een artikel over Hikaru Nakamura staat, komen er vaak reacties waarin hij arrogant wordt genoemd. Het komt waarschijnlijk door een interview van jaren geleden waarin hij vrijmoedig over zijn Amerikaanse collega’s sprak. Er zijn overigens ook altijd lieve mensen die zeggen dat ze zagen dat Nakamura heel aardig tegen kinderen was en zelfs een schaakje met hen speelde.

Toen hij vorige maand in Saint Louis het Amerikaanse kampioenschap had gewonnen met de fraaie score van 8,5 uit 11, werd hem gevraagd waarom hij steeds zo snel had gespeeld. „Omdat het meestal simpel was. Ik deed gewoon natuurlijke zetten”, zei hij. Hij lijkt me niet arrogant, maar hij weet wel wat hij waard is.

Zijn overwinning was niet alleen door de hoge score indrukwekkend, maar ook door de enorme variëteit aan speltypes waarin hij zich thuis voelt. Je zag het al in de eerste ronde, waarin hij het vermetele Evansgambiet speelde en in sneltreinvaart gewonnen kwam te staan.

Ik duimde tijdens dat kampioenschap voor de Amerikaanse Amsterdammer Yasser Seirawan, maar die werd gedeeld laatste, misschien door de jetlag, misschien doordat hij sinds oktober geen toernooipartij meer had gespeeld, of misschien doordat een schaker van 52 jaar wel eens een ‘seniorenmoment’ heeft, zoals dat daar heet.

Lubosh Kavalek, columnist van The Huffington Post, beschreef Seirawans spel met de wrede uitdrukking ‘ambitie zonder ammunitie’. „Geef hem een gelijke stelling zonder dames en hij zal schitteren”, schreef Kavalek met zuinige lof. Had hij misschien nog een appeltje met Yasser te schillen?

In zijn boek Chess Duels vertelt Seirawan over een partijtje bridge dat hij tijdens het toernooi van Linares 1981 speelde met Larry Christiansen als partner tegen Karpov en Kavalek. Het ging slecht voor Yasser en Larry, tot er een kleine pauze kwam toen Karpov naar de wc ging en Kavalek naar de bar. ,,Zullen we de kaarten schikken?’’ fluisterde Christiansen. Hij pakte het spel kaarten en herschikte ze met een snelheid en handigheid die ervaring deden vermoeden. Het werkte perfect.

Ai, ai, ai, zei Karpov al bezorgd toen hij na het bieden de kaarten te zien kreeg van zijn dummy Kavalek. Ze gingen vier down, kwetsbaar, dubbel en re-dubbel en ze konden hun ogen niet geloven.

Een jaar later zat Seirawan naast Karpov in een vliegtuig naar Hamburg. „Ik moet je iets opbiechten”, zei hij, en hij vertelde wat er gebeurd was. Karpov reageerde opmerkelijk mild: „Dank je. Ik ben zo blij dat je me dit vertelt. Weet je, ik heb nog maanden nachtmerries gehad over die hand.”

Van 9 tot 13 juni speelt Seirawan in Saint Louis een korte match tegen Karpov. Een clash tussen oude mastodonten valt vaak tegen, maar als Larry Christiansen op bezoek komt, kan een robbertje bridge spannend worden.

Hikaru Nakamura - Yasser Seirawan, Amerikaans kampioenschap 2012

1. e4 e6 2. f4 Over deze ongebruikelijke zet dacht Nakamura tien minuten na. Hij dacht over zijn partij tegen Alexander Stripunsky uit het Amerikaans kampioenschap van 2010. 2...d5 3. e5 c5 4. Pf3 Pc6 5. c3 Pge7 6. Pa3 Doordat hij nog niet d2-d4 heeft gespeeld, kan wit deze paardmanoevre uitvoeren om de pion die later op d4 komt te ondersteunen. De pionnenstructuur in deze partij kwam vaak voor in de serie matches tussen McDonnell en Labourdonnais in Londen in 1834. In die partijen speelde Labourdonnais op een modern aandoende flexibele manier: met f7-f6 en Pg8-h6-f7 en dan naar omstandigheden de stelling sluiten met f6-f5 of openen met fxe5. 6...Pf5 7. Pc2 h5 In de eerder genoemde partij tegen Stripunsky deed Nakamura zelf met zwart het actieve 7...d4. 8. Ld3 g6 9. 0-0 Le7 10. Lxf5 gxf5 Dit lijkt de logische consequentie van 8...g6, maar beide spelers waren het er na afloop over eens dat het verkeerd was, omdat zwarts h-pion nu zwak wordt. Nakamura had het zelfs over één zwakke zet die de hele partij besliste, en Seirawan stemde daarmee in. Ik geloof het niet, maar ik buig voor het oordeel van mijn meerderen. 11. d4 h4 12. dxc5 Lxc5+ 13. Le3 Le7 14. h3 b6 15. De2 Pb8 16. Tfd1 La6 17. De1 Pd7 18. b4 Pf8 19. a4 Lc4 Zwarts loper lijkt daar mooi te staan, maar doet eigenlijk niets en wordt later kwetsbaar. 20. Pcd4 Dd7 21. b5 Pg6 22. Pc6 Kf8 Seirawan had de moed al opgegeven. Hij was oorspronkelijk 22...Tc8 gevolgd door het kwaliteitsoffer Txc6 van plan, maar besloot toen dat het kansloos was. 23. Pd2 Ld3 24. c4 Kg7 25. cxd5 exd5 Zwarts huis staat op instorten. Na 25...Dxd5 wint wit met 26. Pxe7 Pxe7 27. Pf3 met een dodelijke penning. 26. Pb1 Lc4 27. Dc3 De6 Geen prettige zet, maar wit dreigde niet alleen 28. e6+ maar ook 28. Dxc4. 28. Pd2 Thc8 Hierna is het meteen uit, omdat zwart zijn dame het vluchtveld c8 ontneemt. Maar ook na 28...Kh7 29. Pxc4 zou wit gewonnen staan. 29. Pd4

29...Dd7 30. e6 Zwart gaf op.

    • Hans Ree