Een decolleté helpt niet, een bril wel

Vergeet bekende obstakels als moederschap: gedrag en kleding tellen ook bij carrièrekansen voor vrouwen. Ze hebben baat bij een degelijk uiterlijk.

Regelmatig komt Josje Kuenen vrouwelijke ingenieurs tegen die zeggen: weet je wat ik erg vind? Dat nieuwe mensen bij het bedrijf mij vaak aanzien voor de secretaresse. . „En dan zeg ik: misschien heeft het iets te maken met je kleding. Van een ingenieur verwachten ze niet dat ze hoge hakken aanheeft en een strak bloesje.”

Neerlandica Josje Kuenen verdiept zich al twintig jaar in presentatie. Hoe komt iemand over op anderen? Niet alleen de eerste keer, bij een sollicitatie of pitch , maar ook op het werk. In vergaderingen, bij de koffieautomaat, bij klanten.

Kuenen geeft er les over aan de Technische Universiteit Delft. Daar zijn vrouwen van oudsher in de minderheid; vorig jaar was 23 procent van de studenten vrouw. TU-studentes vragen haar na een groepsopdracht weleens: „Wat doe ik verkeerd? Ik ben slim, maak mijn werk op tijd af, ben gezellig, haal koffie voor de groep. Maar mijn mannelijke medestudenten nemen me niet serieus. Hoe moet dat later op het werk?”

Studenten van de technische universiteiten vinden veelal een baan bij ingenieursbureaus, bij Shell, Philips en andere omgevingen waar vooral mannen de dienst uitmaken. Hoe, zo vragen ze Kuenen, moeten ze zich presenteren om serieus genomen te worden?

Die vragen zetten Kuenen aan tot het schrijven van het boek Presenteren. Wat werkt echt en wat echt niet?. Samen met docent communicatievaardigheden Martijn Wackers (die net als zij retorica studeerde) bekeek ze alle sociaal-psychologische onderzoeken die er in de wereld zijn over presentatie en presenteren. Eén van de conclusies uit het boek: professionele vrouwen worstelen ermee. Vergeet even carrièreobstakels als een vierdaagse werkweek en moederschap – kleding en gedrag op het werk zijn tenminste even belangrijk.

Vrouwen, zo leerden Kuenen en Wackers, concurreren nog altijd om aardig en mooi gevonden worden. Ook op het werk. Mannen beconcurreren elkaar op sterk zijn. Of, in bedrijfseconomische termen: de grootste omzet, de meeste winst, de hoogste bonus.

„Vrouwen doen vaak aardig op het werk – ze halen koffie, geven complimenten, werpen zich op als notulist bij een vergadering – maar dat heeft dus weinig effect. Mannen geven elkaar zelden complimenten. Sterker, als je aardig, lief of dienstbaar bent, nemen mannen je niet meer zo serieus. Leuk, die aardige vrouwelijke collega die koffie haalt, maar met resultaten heeft ze niets te maken.”

Dit geldt ook voor het decolleté. Besef, zegt Josje Kuenen, de gevolgen van een diep decolleté. „Ik ben soms echt verbaasd over hoe sexy of meisjesachtig professionele vrouwen zich kleden. Mannen kunnen daar niets mee. Tenminste, niet op het werk.”

Columnist Louise Fresco constateerde onlangs: „Steeds meer westerse vrouwen van dertig en veertig lijken te doen aan expliciet sexy power dressing. De stilettohakken zijn nooit zo hoog geweest, de rokken nog nooit zo kort en zo strak (...) Hun boodschap is dubbelzinnig: met mij moet je rekening houden, en waag het niet te vergeten dat ik een aantrekkelijke én jonge vrouw ben. (...) De paradox van deze tijd is dat juist de vrouwen die meer mogelijkheden hebben dan ooit tevoren, seksuele of meisjesachtige kledingiconen gebruiken. Ze wekken de indruk zichzelf noch hun mannelijke tegenspelers serieus te nemen.”

Het beste, zegt Josje Kuenen, is zakelijke kleding. Zeker als de vrouw solliciteert naar een leidinggevende functie. Een broek met een getailleerd jasje, bijvoorbeeld. Een bril doet ook wonderen. „Dat straalt uit dat je serieus bent.”

Emoties tonen is ook zoiets. Veel vrouwen vinden het geen schande om teleurstelling of frustratie te tonen. Ook op het werk. Sterker, collega’s die dat nooit doen, vinden zij maar koud. „Maar als je serieus wilt worden genomen door mannen, moet je je emoties verbergen. En zeker niet huilen. Emoties associëren mannen met zwakte. En wie verantwoordelijkheid wil dragen, mag niet zwak zijn, is het idee.”

Gedrag dat niet bij leiders hoort, schrijven Kuenen en Wackers in het boek, en wat (jonge) vrouwen vaak vertonen: overdreven glimlachen, wegkijken, wiebelen, friemelen, aan het haar zitten, en disclaimers roepen als ‘eigenlijk, best wel, geloof ik’. „Dat straalt uit ‘sorry dat ik er ben’ en dat diskwalificeert hen, in de ogen van mannen, voor een leidinggevende functie.”

De tijden zijn toch voorbij dat een vrouw die carrière wil maken zich als een vent moet gedragen? Laat staan kleden?

Niet echt, zegt Kuenen. „Op een manwijf zit inderdaad ook weer niemand te wachten. Vrouwen die het heel ver schoppen in een mannenwereld, zoals Angela Merkel, Hillary Clinton en Neelie Kroes, zijn vrouwen die de mix weten te vinden: af en toe empathie tonen, of een beetje zorgzaamheid, maar vooral doelgericht werken en niet bij gevoelens of mislukkingen stilstaan. Zo kleden ze zich ook: een beetje make-up, bescheiden oorbellen, maar verder onopvallend en degelijk. Zonder hun vrouwelijkheid te accentueren.”

Vrouwen scheppen minder op over prestaties dan mannen. Ze leren als kind, over het algemeen, om bescheiden te zijn. Maar als ze erkenning willen in een mannenomgeving, kunnen ze die bescheidenheid beter laten varen. „Niet zeggen wat je níet kunt. Maar wat je wel kunt. Wat je wél hebt bereikt.”

En dát gedrag maakt ze in een vrouwenomgeving weer impopulair. Dat is relevant, want tussen vrouwen concurreren ze op aardig gevonden worden. Impopulair betekent: nergens voor gevraagd worden.

Kuenen: „Dat is het lastige. Als je wilt stijgen in een bedrijf of team waar vooral vrouwen werken, moet je juist geen machogedrag vertonen. Je niet op de borst kloppen, want dan ziet de groep je als ambitieuze bitch. Wil je laten zien wat je hebt gepresteerd, dan zeg je: ‘ik heb zo’n geluk gehad met dat project. Of: ik heb zo fijn samengewerkt met die anderen’.”

Vrouwen kunnen er ook beter niet te mooi uitzien, als ze geaccepteerd willen worden in een vrouwenteam of bedrijf.

Kuenen: „Dat vinden andere vrouwen bedreigend. Je moet ook nooit een mooie foto opsturen naar een pr-afdeling want die wordt doorgaans bevolkt door vrouwen. Ben je te mooi, dan wijzen ze je af.”

    • Frederiek Weeda