Een computerspel met veel asfalt; dat is Rome

Elsbeth Etty neemt de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week over een republikeinse staatsgreep, de jaren zestig en Kim Clijsters.

Wie tussen het uitbundige 60-jarig jubileum van Queen Elizabeth in Londen en het losbarsten van de Oranjegekte hier, behoefte heeft aan een relativerend republikeins geluid, kan zijn hart ophalen aan De laatste koning (Marmer, 299 blz. € 18,95) van thrillerschrijver Gé Bosschee. De Nederlandse kroonprins Bernard-Filip heeft meegewerkt aan een voor het koningshuis compromitterend boek. Zijn moeder Armgard is er niet blij mee. Zij mag van de christen-democratische premier niet abdiceren, zolang haar zoon tegenstribbelt. Tegelijkertijd slaagt de populistische politicus Boris Prinsen er, met steun van alle niet-christelijke partijen, in om de benodigde tweederde Kamermeerderheid bij elkaar te krijgen om de Grondwet te wijzigen en van Nederland een republiek te maken. Het geschetste scenario van deze staatsgreep komt, op enkele details na, redelijk geloofwaardig over.

Koningin Beatrix, prinses Máxima en de echte prins Bernhard komen ook langs in de familiegeschiedenis van Ida van Mastrigt, de Nederlandse consul in het Argentijnse Tres Arroyos, genoteerd door Carolijn Visser in Argentijnse Avonden (Augustus, 254 blz. € 19,95). Waargebeurde familieverhalen zijn in de mode, waarschijnlijk omdat veel lezers daar de overleveringen uit hun eigen milieu in herkennen. De wederwaardigheden van de personages illustreren de geschiedenis van de twintigste eeuw. Het verhaal van Ida is beslist niet doorsnee. Ida’s vader Rinus, zoon van gereformeerde middenstanders, is het interessantst. Hij fietste in 1937 van Rotterdam naar Azië, zat als krijgsgevangene in Japan, scheidde in Batavia van zijn overspelige echtgenote en emigreerde naar Argentinië, waar hij zijn twee dochters onderbracht bij gereformeerde Hollandse landverhuizers. Maar behalve reislustig, avontuurlijk en ondernemend was hij ook een steile, bekrompen, gevoelsarme en egoïstische man. Deze tegenstelling had dit boek boven het saaie en-toen van een familiealbum kunnen uittillen, ware het niet dat je het gevoel krijgt dat Carolijn Visser zich ook stilistisch door dochter Ida heeft laten leiden.

Herinneringen zijn de stof waar literatuur van gemaakt is. In de verhalenbundel De stedenverzamelaar. Italiaanse auteurs en hun stad (Serena Libri, twintig vertalers, 307 blz. € 22,50) staat een verhaal van Stefabia Nardini (1959), ‘Het andere Rome’, over Rachele, die terugkomt in Rome dat haar voorkomt als één groot computerspel met overal asfalt. „Een stad op de vlucht voor zichzelf. Onverbiddelijk meegesleurd in een dwingend ritme dat elk ruimtebesef vermorzelt [...] Het Rome van Fellini, wolvin en Vestaalse maagd, aristocratisch, haveloos, zwaarmoedig, clownesk, was een zielloze stad geworden. Een Rome zonder wolvin, zonder de macht van die vier tieten die het tot moeder aller moeders hadden gewijd.” Om die tieten gaat het in dit verhaal, maar ook om Rome, waarin Rachele niet meer thuishoort. Deze stadsverhalen laten zich van Turijn tot Palermo als proeve van hedendaagse Italiaanse vertelkunst op een terras lezen in de tijd van één espresso of glas wijn per stuk. En smaken dan naar meer.

Hoe de herinnering werkt, in dit geval de collectieve herinnering, is het onderwerp van De jaren zestig herinnerd (Amsterdam University Press, 198 blz., € 27,50), waar Noortje Thijssen deze week op promoveerde. Volgens de auteur worden de anti-autoritaire jaren zestig weliswaar verketterd als oorsprong van hedendaagse problemen met drugs, verloedering en wantrouwen in elites, maar worden idealen als autonomie en zeggenschap nu door links en rechts gedeeld. Zij het om verschillende redenen. „Rechts schaart zich vaak achter deze idealen om andersdenkenden uit te sluiten.” Ondanks het onvermijdelijke jargon (veel ‘discours’ en ‘framing’) is het onderzoek naar hoe de jaren zestig zich in ‘het collectieve geheugen’ hebben vastgezet ook voor niet-wetenschappers van belang. Of de vier opinieweekbladen die Thijssen heeft geanalyseerd voldoende basis bieden voor een antwoord, blijft de vraag.

Kim Clijsters herinneren wij ons niet van vorige Olympische Spelen. In 2000 was de nu 28-jarige Vlaamse tennisster naar eigen zeggen te jong, in 2004 was ze geblesseerd en in 2008 zwanger. Als ze nog Olympisch kampioen wil worden moet het deze zomer in Londen gebeuren. Haar landgenoot, sportjournalist Frank Van de Winkel, gelooft er niet in. Dat blijkt uit zijn boek Kim Clijsters. Een portret (Spectrum, 254 blz. € 19,90), een kleffe hagiografie met hoofdstuktitels als ‘Ik wil mama worden’.

Elsbeth Etty

    • Elsbeth Etty