Duitsland, doe iets Duitsland dreigt zijn te missen met de wereldgeschiedenis belangrijkste afspraak

Duitsland heeft 100 miljard verdiend aan de eurocrisis. Dan moet Merkel niet alleen verklaringen afleggen maar handelen, vindt Ulrike Guérot

Waarom snapt Merkel het maar niet? Dit is de nieuwe Duitse kwestie. Iedereen weet wat de euro nodig heeft, en erkent dat ook: een soort begrotingsfederalisme, euro-obligaties, een ministerie van Financiën en de Europese Centrale Bank (ECB) als kredietverstrekker in uiterste instantie. Waar wacht Merkel dan nog op?

Duitsland, dat al profiteerde van de invoering van de euro, profiteert nu ook van de crisis: van buitenaf gezien, in Wall Street, is het duidelijk: Krisenprofiteur. Volgens berekeningen heeft Duitsland iets van 15 tot 20 miljard euro bespaard door de uiterst lage of negatieve rentetarieven op zijn obligaties: niet meer dan 1,54 procent op 10-jarige obligaties. De Duitse economie is 25 procent beter af dan zo’n 5 jaar geleden, niet ondanks, maar dankzij de crisis. Daarnaast houdt de crisis de koers van de euro betrekkelijk laag, wat goed is voor de Duitse exportindustrie.

Al met al schat een aantal bankiers dat Duitsland maar liefst 100 miljard euro profijt van de crisis heeft gehad. Cynisch gesteld is dit misschien wel de reden dat Duitsland nu alles doet om de crisis te laten voortduren: omdat die het land zo goed uitkomt.

De enigen die dit niet zo zien, zijn de Duitsers, en daar begint het gevaarlijk te worden. Hoe heeft Duitsland zich zo autistisch kunnen opstellen? Hoe heeft het Duitse standpunt over de oorsprong en de mogelijke uitwegen uit de crisis zich zo van het internationale standpunt kunnen losmaken? Zelfs aanhangers als Nederland, die zich lang achter de Duitse redenering hebben verscholen, trekken inmiddels hun instemming met de Duitse beleidsaanpak in. Duitsland lijkt volstrekt alleen te staan, maar wie de Duitse pers doorneemt, merkt dat de enigen die niet eens hun eigen isolement opmerken, opnieuw de Duitsers zijn.

De financiële wereld begrijpt ook niet waarom de krant Bild de noodklok luidt bij een inflatie van 2,1 procent, zonder erbij stil te staan dat de ECB de inflatie tien jaar lang beter in de hand heeft gehouden dan de Bundesbank. De ironie van de geschiedenis is misschien wel dat de inflatie zichzelf in stand gaat houden: omdat het politieke landschap (en het Hooggerechtshof) in Duitsland geen werkbare oplossingen voor de euro toestaat (met name euro-obligaties), zal bij gebrek aan beter de ECB moeten ingrijpen.

De algemene opvatting in de financiële wereld is dat Duitsland heeft besloten standaardinzichten in de macro-economie te laten varen. De brandende vraag is of Europa een gezamenlijke waarborg voor de spaargelden op alle Europese banken zal weten te verstrekken om in het zuiden een bankrun te voorkomen. Landen als Ierland, Griekenland, Portugal, Italië en Spanje bezitten samen heel wat miljarden aan deposito’s en spaargelden, en als de toestand in Griekenland bij de verkiezingen uit de rails loopt, heeft Europa het meest behoefte aan een depositogarantiestelsel. Dat zal Duitsland niet leuk vinden, maar het heeft geen keus. Blijft dat uit, dan komt er een enorme uitstroom naar de dollar en de yen en kon de euro weleens zijn status als wereldreservemunt verliezen. Een van de grootste successen van de euro zou daarmee verdwenen zijn.

Waarom maakt Duitsland nu al twee jaar geen gebruik van zijn enorme politieke voordeel om te proberen de toestand de baas te worden? De vraag is of het huidige Duitsland wel de geostrategische visie heeft voor de vormgeving van een grensoverschrijdende Europese democratie, die met behulp van de euro als politiek instrument een sterk Europa de 21ste eeuw binnen kan leiden.

Minister van Financiën Wolfgang Schäuble heeft in zijn toespraak bij de laatste Karelsprijs uitgelegd hoe dit zou kunnen werken: een rechtstreekse verkiezing van een EU-president die de kern van een Europese uitvoerende macht zou worden, een volwaardig stelsel met twee Kamers, met het Europese Parlement als evenredige vertegenwoordiging die ook het recht van (wetgevend) initiatief zou krijgen, een proportioneel degressieve Tweede Kamer bestaande uit leden van de nationale parlementen en tenslotte een Commissie zonder vaste quota inzake de nationaliteit van de commissarissen. Dit betekent feitelijk de invoering van een Europese republiek en een gedeeltelijke loslating van het beginsel van nationale vertegenwoordiging.

Het voorstel van Schäuble is hét antwoord op het democratisch tekort van Europa, dat de Grieken pijnlijk ervaren sinds ze afgelopen maand te horen kregen dat ze altijd mogen stemmen, maar geen beleidskeuze hebben. Dit is een democratie die wordt uitgehold. De EU kan geen begrotingsbesluiten aan technocraten overdragen en zich dan afvragen waarom de kiezers in opstand komen als de deskundigen rampzalige maatregelen voorschrijven.

Begrotingsbeslissingen zijn het nobelste recht van een parlement en moeten daar ook blijven. Het antwoord kan dus alleen maar een andere parlementaire inrichting van Europa zijn. Ofwel Europa aanvaardt iets meer federalisme – te beginnen met een gezamenlijk depositogarantiestelsel – ofwel het valt zeer waarschijnlijk uiteen.

Duitsland zou de intellectuele kraamkamer en (samen met Frankrijk!) voorvechter van een Europese Republiek moeten zijn en zou zich moeten opwerpen als goedaardige heerser van Europa, die leiderschap en ruimhartigheid aan economische kracht paart en de Duitse economische macht een weerklank in de Europese politiek verschaft. Dit zou voor Duitsland een mooie mission civilisatrice zijn, tot herstel van de cultuur en grandeur die het vorige eeuw heeft verspeeld, juist omdat het de Duitse cultuur tegen de anderen heeft ingezet en Europa niet verhevener heeft gemaakt!

In plaats hiervan lijkt Duitsland zich te reduceren tot een slaafs volk van handelslui die in tegenspraak met hun cultuur en verantwoordelijkheid voor de geschiedenis liever een groot Zwitserland zijn en dromen om de bruid van de BRIC (Brazilië, Rusland, India, China) te worden.

Ook al zou de Europese Republiek bij haar oprichting worden beheerst door de Duitsers (een rechtstreekse verkiezing van de president zou evenzeer in Duits voordeel zijn als een evenredig EP), dan zou ze waarschijnlijk nog altijd worden aanvaard door de Duitse buurlanden – vooral de kleinere als Nederland – zolang zij maar op de blijvende inzet van Duitsland voor Europa kunnen vertrouwen. De kleinere landen hebben Duitsland altijd gevolgd en ze hebben ook niet veel keuze: waarom zouden ze dan tegen deze stap zijn? Hun grootste angst is ongetwijfeld een blijvende Duitse afzijdigheid. Een Duitser Europa in ruil voor een onbetwist Europees Duitsland dat geen vluchtweg wil openhouden, daar zou het om moeten gaan en daarvan zouden euro-obligaties nu precies de uitdrukking zijn!

Maar zo’n visie op een Europese Republiek zou betekenen dat Duitsland inziet dat een goedaardige hegemonie ruimhartigheid met zich meebrengt, geen hardheid! Ten tweede moet het land het macro-economische inzicht accepteren dat geld in wezen politiek is en de euro een politiek middel (en dat dit nooit anders is geweest), en ten derde zou hier een strategische visie voor nodig zijn.

Het huidige Duitsland heeft geen van drieën te bieden! En zal daarom wel zijn belangrijkste afspraak met de wereldgeschiedenis missen! Laat er geen twijfel over bestaan: als de euro en daarmee Europa op een ongecontroleerd en misschien zelfs onbedoeld moment uiteenvallen, zullen de geschiedenisboeken niet naar de frauderende Grieken wijzen. Dan geven ze de schuld aan... Duitsland! De geschiedenis is nog altijd van belang. Als Duitsland de geschiedenis verloochent, verspeelt het misschien wel zijn toekomst!

Maar deze strategische visie zou weleens niet binnen bereik kunnen liggen, ook niet aan de horizon. Duitsland verdrinkt zichzelf op het ogenblik in een provinciaal glas water, terwijl het een Europees rijk zou kunnen – en moeten – bouwen!

Ulrike Guérot is Duits afgevaardigde bij de Europese Raad voor Buitenlandse Betrekkingen (ECFR). Dit is een geactualiseerde versie van haar blog ‘Duitsland-in-Europa’ dat op www.ecfr.eu verscheen.

    • Ulrike Guérot