Druk op de Denen, laat Duitsers maar komen

De eerste wedstrijd is van wereldbelang voor het verloop van het EK. Het spel hoeft niet goed te zijn, maar met een overwinning verandert alles. Het geeft rust, vertrouwen en sfeer. Anders is de bondscoach alleen maar bezig met gesprekjes links en rechts, want tijd voor goede training is er niet echt.

Denemarken speelt een beetje zoals wij. Bondscoach Morten Olsen houdt van verzorgd voetbal. Hij wil graag opbouwen en dat ligt ons wel. De Denen eindigden in de kwalificatie niet voor niets boven Portugal. Christian Eriksen is talentvol, maar jong. Ik weet niet of hij nu al kan doen wat ze van hem verwachten. Nicklas Bendtner is kopsterk en geen slechte spits, maar ook niet steengoed. Met Dennis Rommedahl heeft hij een snelle buitenspeler voor de voorzetten.

Tegen Denemarken moet je met lef spelen. Ook omdat je een te behoudend begin moeilijk omdraait bij een tegendoelpunt. Je moet er de eerste twintig minuten vol voor gaan. Onze kracht ligt voorin – laten we dat ook gebruiken. Als je een doelpunt maakt, zullen de Denen moeten komen. Dan krijg je alleen maar meer ruimte.

Het moment van schakelen na balverlies is in het topvoetbal van groot belang. Elke keer als dat gebeurt, moet je meteen pressie geven, waar het ook is op het veld. Dan zullen de Denen terugspelen naar de keeper en kun je hun opbouw verstoren. Als de doelman verdediger Daniel Agger inspeelt, dwing je ze naar een kant. Je moet zorgen dat ze Eriksen niet inspelen en dat ze geen gebruik kunnen maken van Rommedahl. Ik zou Jetro Willems op hem zetten, want Stijn Schaars is niet snel genoeg.

De Duitsers vind ik juist vooral gevaarlijk als ze de bal niét hebben. Als je tegen hen fouten maakt in de opbouw, word je opgevreten. Ze counteren fantastisch, dat zag je vooral bij het WK tegen Argentinië. Je moet tegen Duitsland zorgen dat je achterin altijd goed staat. Niet alleen naar de bal kijken. Daar ging het ook mis toen we de oefenwedstrijd in Hamburg verloren. Eén baas moet dat regelen, volgens mij Mark van Bommel.

De Duitsers moet je in balbezit ook wat later opvangen dan de Denen. Laat ze maar komen. We hebben zelf met Arjen Robben, Ibrahim Afellay en Wesley Sneijder ook voldoende snelheid om in de counter toe te slaan. Je kunt best inzakken en toch typisch Nederlands voetballen. Mooi, maar wel slim.

Mesut Özil is de belangrijkste man, met Bastian Schweinsteiger. Met spits Mario Gómez is het een beetje zoals met Klaas-Jan Huntelaar. Hij kan aardig meevoetballen, maar je hebt hem vooral in de ‘zestien’ nodig als afmaker. Ik zou Ron Vlaar hem laten dekken, als vervanger van Joris Mathijsen.

De vorm van de dag geeft tegen Duitsland de doorslag. Als je de namen van beide elftallen op een rijtje zet, zijn wij in de voorhoede misschien wat sterker. Zij hebben achterin meer jongens die wekelijks op topniveau spelen. Ook tegen de Duitsers ben je nergens zonder lef. Daarmee pakten we ze ook bij het EK in 1988 voor het eerst sinds jaren bij de lurven.

Voetbaltrainer Foppe de Haan (1943) geeft voor- en nabeschouwingen op wedstrijden van het EK.

    • Foppe de Haan