Opinie

    • Sjoerd de Jong

De krant moet afstand bewaren tot politieke taal, maar wel helder zijn

Politieke taal is per definitie niet neutraal. Politici kiezen stelling en proberen te overtuigen – ze doen een appèl („Nederland wordt wakker!”), leggen getuigenis af („Ik zeg wat ik denk”), provoceren („Kom maar! Eindelijk een beetje pit!”) en doen pogingen tot humor („En zo gaat de stekker eruit”).

Een krant moet die retoriek, buiten citaten natuurlijk, niet zomaar overnemen want dan ‘normaliseer’ je politiek taalgebruik. Om die reden kun je een woord als „kopvoddentaks” niet gewoon gebruiken: het is niet alleen beledigend, het heeft een ideologische lading.

Hoe zit dat met ‘Lenteakkoord’, wil een lezer uit Heesch weten.

Hij schrijft: „In uw krant kom ik zowel de termen ‘Kunduz-akkoord’ en ‘Kunduz-coalitie’ als ‘Lente-akkoord’ tegen. Ook uw hoofdredacteur gebruikt in zijn tweets de Kunduz-verwijzing. Dat is in mijn ogen een PVV-term, gebruikt door Wilders om akkoord en ‘coalitie’ te diskwalificeren. Overnemen van deze termen komt op mij niet correct en neutraal over. Aan de andere kant is ‘Lente-akkoord’ natuurlijk door de ‘coalitie’ ook niet bedacht als neutrale term. Het is wellicht wat veel gevraagd om als krant nóg een nieuwe term te bedenken en te gaan gebruiken…”

Een goeie vraag. Waar komt die term eigenlijk vandaan?

Na het akkoord tussen de vijf partijen, eind april, deed ‘Kunduz-akkoord’ opgang, omdat dezelfde partijen – GroenLinks, ChristenUnie en D66 – het kabinet-Rutte eerder aan een meerderheid hielpen voor de politiemissie naar die Afghaanse stad. Wilders sprak badinerend van de „FC Kunduz”.

Minister van Financiën Jan Kees de Jager gaf vervolgens ‘Lenteakkoord’ zijn zegen. ‘Lente’ was beter dan ‘Kunduz’, aldus De Jager, want het akkoord „heeft natuurlijk niets met dat gebied in Afghanistan te maken”. ‘Lente’ vond hij „mooi neutraal” (De Jager kiest voor Lente-akkoord, NOS, 9 mei).

Mooi neutraal? Nou, dat lijkt me niet, zoals de lezer terecht opmerkt. ‘Lente’ klinkt naar van alles, maar niet naar bezuinigen. Dat betoogde ook Lars Duursma in een opiniestuk in deze krant (Veel te vrolijk, die term Lenteakkoord, 21 mei). De partijen die het akkoord hadden gesloten, probeerden het met die naam een positieve klank te geven, vond Duursma, waar de journalistiek niet aan mee moet werken.

Overigens werd op de redactie aanvankelijk inderdaad nog een andere term bedacht: ‘wandelgangenakkoord’. Dat doet recht aan het feit dat het akkoord tussen de vijf partijen een geïmproviseerd karakter had. Bovendien miste het de connotatie van impopulair gemarchandeer rond Afghanistan.

Aan de andere kant, het is een lang en lastig woord, zeker in koppen. Bovendien, lijkt me, van ‘wandelgangenakkoord’ naar ‘achterkamertjesakkoord’ is maar een kleine stap, en dan heb je dat weer.

Hoe dan ook, de term dook in de krant op nadat het akkoord was bereikt (De macht ligt weer in het midden, 27 april), en ging mee tot 11 mei, twee dagen na de interventie van De Jager. Daarna zijn de ‘wandelgangen’ uit de krant verdwenen.

Hetzelfde geldt voor ‘Kunduz-akkoord’. Ook dat sneuvelde, behalve bij columnisten die nog sporadisch spreken van „Kunduz- of Lente-akkoord” (Marc Chavannes) of het „Kunduz-, pardon Lente-kwintet” (Harald Merckelbach). Overigens duikt inderdaad nog steeds wel geregeld de ‘Kunduz-coalitie’ op, of is er sprake van de ‘Kunduz-partijen’. Ik kan me ook voorstellen dat je als politiek redacteur of columnist wat zou moeten wegslikken om ook nog eens blijmoedig te schrijven over een ‘Lentecoalitie’ of ‘Lentepartijen’.

De omslag bij de krant kwam na een mailtje van plaatsvervangend hoofdredacteur Joost Oranje op 14 mei, dat voortaan ‘Lenteakkoord’ moest worden gebruikt. Niet omdat dit nu zo’n mooie term was, of omdat de krant wilde meegaan in de positieve spin van De Jager, maar om een eind te maken aan het verwarrende gebruik van verschillende woorden voor hetzelfde ding.

Bovendien, het is een kort woord dat goed in een kop past (in elk geval beter dan ‘vijf-partijenakkoord’, of ‘wandelgangenakkoord’, bij politieke complicaties onverhoopt nog uit te breiden tot ‘wandelgangenakkoorduitvoeringsbesprekingen’).

De krant is gediend bij eenduidig taalgebruik en heldere woordkeus – mits citaten correct blijven en auteurs van opiniestukken hun eigen termen mogen blijven kiezen. En nee, het betekent niet dat de krant zich achter het kabinet schaart, dat begrijpt de lezer ook wel.

Al had de krant wel even kunnen melden dat minister De Jager die term zelf expliciet heeft uitverkoren. Die informatie kon ik in NRC Handelsblad tenminste niet vinden.

Dan de keerzijde: de krant moet ook weer niet zelf al te makkelijk beladen termen gaan gebruiken. In de berichtgeving over de strijd om het lijsttrekkerschap van GroenLinks sprak de krant, in een voorpaginastuk, meteen over een „motie van wantrouwen” van Dibi, die ook met opgeheven vingertje werd voorgehouden dat het „ernstig te betwijfelen valt” of hij zijn partij een „dienst bewijst”. (Interne strijd bedreigt GroenLinks, 14 mei). Later kwam daar nog een „schisma” bij (GroenLinks ruziet over Dibi, 19 mei).

Lente lijkt het zeker niet bij die partij, dat is waar, maar zo snel valt de winter nu ook weer niet in.

    • Sjoerd de Jong