De jongens die zich aftrokken in de kelderbox

Wie: Mohammed el H. (20)

Waar: Rechtbank Amsterdam

Staat terecht voor: diefstal, inbraak, poging tot inbraak, vernieling en bedreiging.

Mohammed el H. hangt in zijn stoel, tegenover de drie rechters die zich over zijn zaak buigen. Hij heeft een langwerpig gezicht en kort zwart haar. Boven zijn spijkerbroek is de rand van een witte glanzende sportbroek te zien. Op zijn linkerarm littekens van snijwonden. Hij is nog net geen 21 als deze zaak speelt.

Mohammed el H. staat in de Amsterdamse top-600. Vandaag staat hij met twee vrienden voor de rechter, ook Marokkaanse Amsterdammers, ongeveer net zo oud. Als ze denken dat de rechters het niet zien, maken ze oogcontact en kunnen ze hun lachen bijna niet inhouden.

In de nacht van 22 oktober 2012 belt een bewoonster van de Otto Heldringstraat in Amsterdam de politie, omdat ze denkt dat er wordt ingebroken in een garagebox. Als agenten er aankomen, horen ze stemmen en gerinkel van geld. „We zijn ons aan het aftrekken”, zegt een jongensstem tegen de agenten die eisen dat er wordt opengedaan. Binnen vinden de agenten geld en een breekijzer. Een dag later vinden ze ook een verstopte kluis met bonnetjes van cafetaria Hartig in de Heemstedestraat. Daar is de 22ste ingebroken, vermoedelijk met behulp van een breekijzer.

De verdachten zwijgen. Als de rechter ze op de man af vraagt hoe de kluis in die kelderbox kwam, zeggen ze, van links naar rechts:

„Ik heb geen kluis gezien.”

„Er lagen zoveel spullen.”

„Geen idee.”

De officier van justitie zegt later: „Ze geven geen enkele reden waarom ze daar waren met die gestolen spullen. Ik trek daar bepaalde conclusies uit en ik hoop de rechtbank ook.”

Twee van de drie jongens mogen vertrekken. Mohammed el H. moet blijven omdat hij van nog meer strafbare feiten wordt verdacht . Hem is ook ten laste gelegd dat hij zijn broer heeft bedreigd. Dat hij een baksteen naar een taxi heeft gegooid omdat hij dacht dat de chauffeur hem wilde oplichten. En dat hij op een brutale manier heeft geprobeerd in te breken: toen een vrouw een raam van haar flatwoning opendeed, probeerde hij naar binnen te klimmen.

Als zijn twee vrienden de zaal hebben verlaten, verandert de houding van El H. Hij geeft nu wel antwoord op vragen van de rechters.

Hij vertelt hoe hij op 12 juli vorig jaar twaalf bacardi-cola dronk en acht glaasjes sambuca. Achteraf denkt hij dat hij lawaai heeft gemaakt in zijn ouderlijk huis in Diemen. „Ik kreeg de sleutel niet meteen in het slot.” Hij viel op bed in slaap. Zijn oudere broer, wakker geworden door het gestommel, kwam naar beneden, rook alcohol en gaf hem een klap in zijn gezicht.

„Waarom deed uw broer dat?” wil de rechter weten.

Mohammed legt uit dat goede moslims al veertig dagen vóór ramadan geen alcohol meer drinken.

Hij en zijn broer schreeuwen tegen elkaar. Mohammed loopt naar de keuken en pakt een mes uit de la. „Een boterhammes, om mee te smeren”, legt hij uit aan de rechter.

Met het mes rent hij door het huis achter zijn broer aan, die naar buiten vlucht. Zijn moeder probeert tussenbeide te komen. Als de oudste broer op de grond valt en Mohammed met het mes boven hem dreigt, belt ze 112.

Als de politie een dag later met de oudere broer van Mohammed spreekt, wil die geen aangifte doen. Hij vraagt de agenten zijn jongere broertje te helpen. Zijn broer is vroeger psychotisch geweest. Hij slikt sindsdien medicijnen.

„Wat mij opvalt”, zegt de rechter tegen Mohammed, „is dat u een man met capaciteiten bent. U hebt havo-niveau.”

Mohammed knikt, met een vage glimlach om z’n mond. Wat de rechter zegt, lijkt hem niet te raken.

„Ja”, zegt hij, „ik wil ook een baantje, om een huis te krijgen en een kindje.”

De officier eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden tegen Mohammed. Ze heeft geen andere keuze zegt ze, omdat de reclassering het „helemaal met Mohammed heeft gehad” nadat hij afspraken was vergeten. „Ze zien me aankomen met een taakstraf.” Omdat Mohammed nog in een proeftijd zat voor het voorwaardelijk deel van een andere straf, eist ze ook nog veertig uur dienstverlening.

De officier zegt dat Mohammed „een tekort aan motivatie en discipline heeft” om zijn leven een positieve wending te geven. De kans op recidive acht ze groot. Zoals gedragsdeskundigen het eerder formuleerden: „Hij heeft alleen spijt vanwege de gevolgen voor zichzelf.”

Twee weken later doen de rechters uitspraak. Ze vinden dat alle feiten bewezen zijn en leggen hem de geëiste negen maanden gevangenisstraf op. Ze hebben er „gezien de bevindingen van de reclassering” geen vertrouwen in dat Mohammed de nog openstaande werkstraf zal uitvoeren en zetten die daarom maar meteen om in twintig dagen gevangenisstraf. Bij goed gedrag komt hij over minder dan tweehonderd dagen weer vrij.

Merel Thie