De grootbanken ontmaskerd: Robeco (2)

Net als de grote banken verkoopt Robeco beleggingsproducten die te duur zijn en ondermaats presteren. Dat stelt onafhankelijk vermogensbeheerder Peter van der Slikke in zijn boek Ontmaskerd, dat vorige week in deze column aan de orde kwam. Van der Slikke neemt de grootmachten in het particuliere beleggen in Nederland onder vuur. Robeco had eind vorig jaar 150 miljard euro onder beheer, waarvan 81 miljard voor particulieren. Bovendien was het Rotterdamsch Beleggings Consortium vanaf de start in 1929 decennialang een van de grote wegbereiders van het particuliere beleggen in Europa. Met fondsen waarmee particulieren wereldwijd konden beleggen in verschillende vermogenscategorieën, tegen relatief lage kosten. Met Robeco Direct, een van de eerste doe-het-zelf beleggingsplatforms, en met de spaarbank Roparco, die in 1981 het Nederlandse spaarkartel openbrak.

Maar onlangs is Robeco door eigenaar Rabobank in de etalage gezet, mede omdat de Robeco-fondsen onvoldoende aantrekkelijk zijn voor haar klanten. Waarom nog beleggen in zo’n fonds tegen beheerkosten van 1 tot 2 procent als je ook trackers kunt kopen tegen 0,5 procent of minder, vroegen Rabo-managers zich openlijk af. Trackers zijn zoveel goedkoper omdat ze automatisch een bepaalde markt volgen. Van dure fondsmanagers zoals bij Robeco mag je verwachten dat ze het juist beter doen dan de markt. Met dat uitgangspunt trok Van der Slikke de prestaties na over zo lang mogelijke meetperiodes van tientallen ‘huisfondsen’ van grote aanbieders.

Van de 33 onderzochte Robeco-fondsen deden slechts vier het significant beter dan de markt. „De prestaties waren zo beroerd”, schrijft Van der Slikke, „dat de leiding van de Robeco Groep zich genoodzaakt zag tientallen fondsmanagers te ontslaan of over te plaatsen.” ‘Oerfonds’ Robeco NV (vier miljard euro in wereldwijde large cap-aandelen) presteerde in de periode 2002-2011 14,8 procent slechter dan zijn benchmark, de MSCI World Index, ondanks een relatief lage total expense ratio (TER) van 1,12 procent van de inleg.

„Robeco herkent zich niet” in het beeld dat Van der Slikke schetst. Het zegt niet „punt voor punt” te kunnen reageren „omdat het niet duidelijk is waar de data op gebaseerd zijn”. Die komen van de vergelijkingssite Morningstar, een veel gebruikte openbare bron. Volgens Robeco is de MSCI World Index niet de juiste benchmark voor Robeco NV omdat de particuliere belegger „deze index niet kan kopen”. Vreemd: Robeco NV gebruikt deze benchmark zelf in zijn jaarverslag. Dat verslag vermeldt totale kosten die veel hoger zijn dan de TER: 5,9 procent van het rendement in 2010, en 19,7 procent van het verlies in 2011. Robeco verwerpt deze vergelijking als onbruikbaar vanwege het „enorm grillige beeld” dat beleggers zou kunnen „misleiden”. Bovendien schrijft de wetgever de TER als maatstaf voor.

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer