Brieven over woningnood

Woningnood? Ga gewoon aan het werk

Vol verbazing las ik de artikelen over nieuwe woningnood van Van der Ploeg en Rusman (Opinie&Debat, 2 juni).

Mijn ouders moesten vlak na de oorlog bij mijn grootouders inwonen omdat er geen woonruimte beschikbaar was. In mijn tijd moest je de helft van het inkomen aan een woning besteden. In mijn situatie kwam dat neer op 334 gulden op een inkomen van 650 gulden met vrouw en kind. Ik moest verhuizen van Amsterdam naar Zwijndrecht: dichterbij was niets beschikbaar. Een beetje kromliggen in plaats van uitgeven en zeuren, maakte dat er uiteindelijk nabij Amsterdam gekocht kon worden. Niet eeuwig feeststuderen, maar de handen uit de mouwen en sparen. Er is dus niets nieuws onder de zon. Ga gewoon aan het werk.

Harry Jansen

Haarlem

Gelukkig zijn de huren kunstmatig ‘goedkoop’

Floor Rusman beschrijft haar woningnood niet objectief. Zij en de duizenden andere woningzoekenden in haar verhaal slapen niet op straat. Zij hebben allen een dak boven hun hoofd en zoeken alleen iets anders. Rusman en ieder van die duizenden anderen staan ingeschreven bij elke relevante woningverhuurder. Zou men de bestanden met ingeschrevenen aan elkaar koppelen, dan tuimelt het aantal zoekenden omlaag. Nog kleiner wordt hun aantal wanneer degenen die een andere woning hebben gevonden maar zich niet hebben laten uitschrijven uit de bestanden worden verwijderd. Dat neemt niet weg dat de vraag naar huurwoningen groter is dan het aanbod, maar de verhouding tussen vraag en aanbod verschilt plaatselijk.

Rick van der Ploeg heeft het daarnaast over kunstmatig goedkoop gehouden huurwoningen. Als men weet van het voortdurend hoger wordende percentage van het netto-inkomen dat huurders in de sociale sector aan huishuur kwijt zijn – veertig procent is al heel gewoon – is het maar goed en zelfs rechtvaardig dat die huren kunstmatig ‘goedkoop’ worden gehouden.

Carel Scharten

Rotterdam

Zo goed was de vrije markt niet voor huizen

Rick van der Ploeg pleit voor vrije marktwerking in de woningmarkt in de traditie van Milton Friedman.

Van der Ploeg is blijkbaar vergeten hoe men in de negentiende eeuw als gevolg van die vrije markt woonde. Men verbleef op zolders en in kelderkamertjes. Gezinnen moesten het veelal stellen met een enkele donkere ongeventileerde ruimte. Zij moesten hun behoeften doen in een tuin of ergens tegen een muur. Een voedingsbodem voor epidemieën als pest, tyfus en cholera.

Pas toen de overheden zich vanaf het begin van de twintigste eeuw gingen bemoeien met de volkshuisvesting verdwenen de gevolgen van deze slechte huisvestingssituatie. Na de Tweede Wereldoorlog staken overheden zelfs geld in de bouw van huurwoningen. Veel van dat geld kwam terug in werkgelegenheid en welvaart. De jaren na de Tweede Wereldoorlog waren gouden jaren.

Hieraan kwam een eind toen Milton Friedman eind jaren zeventig de Nobelprijs voor de economie mocht ophalen. Het neoliberalisme was geboren. Hervormingen, dereguleringen en privatiseringen waren het gevolg. Huurwoningen werden verkocht. De zucht naar het eigenwoningbezit leidde echter tot een crisis op de woningmarkt en opnieuw naar woningnood.

Stop daarom met dit beleid. Stop met liberaliseren. Bouw nieuwe goede corporatiewoningen en vervang de huizen die technisch en economisch afgeschreven zijn. Investeer in de huursector. Zo zullen woningzoekenden weer kans op woonruimte krijgen en kan de woningmarkt zich oprichten en de economie uit het slop halen. Zorg vervolgens voor goede meerjarenplannen teneinde behoefte en productie beter voor de toekomst op elkaar af te stemmen en niet opnieuw in een onnodige crisis terecht te komen.

W. Veen

Bouwconstructeur