Brieven over het babyluikje

Babyluikje is alternatief voor wanhoop moeders

Het pleidooi van Heleen Crul voor het babyluikje (Opinie&Debat, 2 juni) is mij uit het hart gegrepen. Elke keer als ik hoor dat een baby om ‘onbekende’ redenen dood gevonden wordt en de moeder onbekend is, denk ik: er loopt nu een moeder heel eenzaam rond die al lang hulp had moeten krijgen en zeker geen straf. Het babyluikje moet er dus komen wat mij betreft.

Het is een barmhartige manier om het fundamentele recht op leven te doen gelden. Een moeder die haar baby afstaat is wanhopig, laat staan een moeder die haar baby doodt. Zelf ben ik moeder van vijf kinderen. Ik weet hoe fundamenteel moederliefde is en hoe graag een moeder haar kind alles wil bieden wat ze heeft. Maar wat als de moeder zichzelf, maar zeker het kind niets heeft te bieden? Als zij weet dat een ander beter voor haar baby kan zorgen? Een baby te vondeling leggen, hoort niet en een baby doden is moord. Dat is bij wet zo geregeld. De ogen echter sluiten voor de dramatische situaties waarin sommige moeders verkeren, zoals staatssecretaris Ross-Van Dorp in 2003 deed, is minstens zo erg. Het babyluikje is een barmhartig alternatief voor wanhopige daden dat er gisteren al had moeten zijn.

G. Bouluize-van Huit

Lelystad

Baby- of kindermoord wordt zo niet verholpen

Bij het lezen van Heleen Cruls opiniestuk over babyluikjes bekroop mij een sterk déjà-vu-gevoel. Al uit onderzoek in 1997 bleek dat het babyluikje geen instrument is om neonaticide of infanticide te voorkomen. Verheyen schreef in Aan vreemden overgeleverd dat vóór de instelling van het luikje ongeveer 80 procent van de vondelingen bij het ‘godshuis’ zelf werd achtergelaten, of in de onmiddellijke omgeving daarvan. Toen het luikje ingesteld was bleek men 10 procent minder van de kinderen hierin te deponeren. Opvallend dat toch nog bijna eenderde van de mensen hun kind elders achterliet ondanks de geboden voordelen van het nieuwe instrument. Hoogstwaarschijnlijk is de belangrijkste reden de wens tot absolute anonimiteit.

E.C.M. van Rens-Lenaarts

Gezondheidswetenschapper, Helmond

Moeder zal baby alsnog om het leven brengen

Crul ziet het babyluikje als „de enige oplossing” om het doden van pasgeborenen te voorkomen. De werkelijkheid is aanzienlijk ingewikkelder. Onderzoek laat zien dat de persoon die haar pasgeborene om het leven brengt aan een geheel andere innerlijke dynamiek onderhevig is. De persoonlijkheid kenmerkt zich door een vermijdende en ontkennende attitude. Er ontwikkelen zich in de loop van de zwangerschap geen beelden, fantasieën of plannen over kind of aanstaande geboorte. Kind noch zwangerschap bestaan eigenlijk. De bevalling dient zich plotseling aan, de moeder wordt erdoor overvallen en brengt doorgaans in een psychisch gedissocieerde toestand het kind ter wereld. Geheel anders is dit voor de vrouw die haar kind te vondeling wil leggen. Zij is zich zeer bewust van de zwangerschap, denkt na over de toekomst maar acht zich niet in staat het kind zelf op te voeden.

Dat babyluikjes dan ook grotendeels babylijkjes kunnen voorkomen, zoals Crul nogal gedurfd stelt, lijkt een sympathieke gedachte en een praktische oplossing, maar de realiteit is dat de moeder die haar pasgeborene doodt dit om geheel andere, psychisch veel ingewikkelder redenen doet dan om het niet beschikbaar zijn van een babyluikje.

Toon Verheugt

Amsterdam

    • G. Bouluize-Van Huit
    • E.C.M. van Rens-Lenaarts
    • Toon Verheugt