opinie

    • Youp van ’t Hek

Brand in crematorium

Dus een Noorse rechter speelde tijdens het Breivikproces een potje patience op zijn computer. Jammer. Ik had het leuker gevonden als hij met een verhitte kop een versie van Grand Theft Auto had gespeeld. Dat is dat spel waarin je zoveel mogelijk mensen om moet leggen. Zou toch geestig zijn als er tijdens dit proces doorlopend zo’n ratelende mitrailleur door de rechtszaal zou klinken? En dat je een rechter bij iedere meedogenloze executie yes hoorde roepen. Weet niet waarom ik dat geestig vind. Maar patience vind ik tegenover die Breivik zo suf. Toch zijn het ook weer dingen die je als gewoon mens niet verzint: de rechter die bij zo’n gruwelijke zaak als deze een potje zit te kaarten en het na afloop nog ruiterlijk toegeeft ook. Het was volgens hem zijn manier van concentreren. Ik begrijp dat niet. Zoals ik ook nu, meer dan drie maanden later, nog steeds niet snap dat het hoofd van de spoedeisende hulp van een academisch ziekenhuis vijfendertig camera’s in spreekkamers liet ophangen om Arnie uit Goede Tijden Slechte Tijden heerlijk te laten meeluisteren naar verhalen over steenpuisten, aambeien en morning-afterpillen!

Ik snap wel meer niet. Ik was bij een honkbalwedstrijd van de San Francisco Giants. Een wedstrijd zonder politie. Nergens ME’ers die rivaliserende supportersgroepen uit elkaar moesten houden. Ook geen doorgesnoven uitvak of een rare harde kern. Alles en iedereen zit bij zo’n potje honkbal dwars door elkaar. Je feliciteert je buurman met een schitterende homerun, een prachtige vangbal of een geraffineerd dubbelspel van zijn ploeg. En de buurman complimenteert jou als het bij jouw club zover is. Zo kijkt een Amerikaan naar een potje honkbal. Als een gozer niet lekker werpt dan wordt ie vervangen zonder dat hij eerst door het stadion uitgefloten is. En als er een neger aan slag is hoort hij geen oerwoudgeluiden. Als ze dat wel zouden doen dan zou het hele stadion knap hees zijn na afloop. Iets te veel negers. Naast mij speelde een man tijdens de wedstrijd een kaartspelletje op zijn telefoon. Behalve tussen de derde en zevende inning. Toen was hij eten halen. Ook voor zijn vrouw. Die bleef op haar plek en viel geregeld in slaap. Ze was dik. Heel dik. Amerikaans dik. Las dat er onlangs in Oostenrijk brand is uitgebroken in een crematorium toen er een heel dikke mevrouw werd gecremeerd. De oven kon haar niet aan. Met dat verhaal in mijn hoofd keek ik naar die mevrouw, die soms een glimp van de wedstrijd opving. Heel soms. En haar man maar patiencen.

In dat land ga ik voorlopig het EK volgen en ik zie de wedstrijden ’s morgens vroeg. Om negen uur om precies te zijn. Op mijn nuchtere maag. Dan ben je nog niet echt in de stemming voor een potje voetbal. Vrees dat ik in het plaatselijke kroegje helemaal alleen voor de buis zit. De kastelein zal raar opkijken van dat schreeuwende mannetje in zijn oranje sinterklaaspak.

Ik zit daar helemaal alleen en kan met niemand de opstelling delen. Of het over de tactiek hebben. Laat staan over de wissels. Of over de analisten met hun knipperende computercirkels om de spelers. Als Kuijt naar rechts was gegaan en Van Persie had de positie van Van Bommel ingenomen op het moment dat Robben bewust bleef hangen dan had Huntelaar voor de 1-0 kunnen zorgen als hij in de basis had gestaan.

Dat ga ik hier missen. Ik moet het allemaal zelf verzinnen. Misschien speel ik af en toe wel even een computerspelletje.

Wie er vanavond gaat winnen? Ik heb een rottig voorgevoel. En dat komt door dat bezoek van onze jongens aan Auschwitz. Ik begrijp de goede bedoeling, maar toch… een risicovolle missie. Waarom? Vier jaar geleden droegen ze na een miskraam al een rouwband. En verloren ze kansloos van de Russen. Ik bedoel maar.

    • Youp van ’t Hek