Aan deze veelplegers zit weinig behandelvlees

Een jaar geleden begon Amsterdam jonge, gewelddadige veelplegers van straat te halen. Samen zijn deze 600 jongeren de laatste vijf jaar vijftienduizend keer in contact geweest met de politie. 40 procent van hen is zwakbegaafd. „Ze blijven je aankijken, maar er komt niets binnen.”

Als Janneke Berger op pad gaat voor het project top-600, heeft zij maar één doel: binnenkomen bij een gezin.„Ik bel aan, meestal gaat er boven in de flat een raampje open en vraagt een vrouw wat we willen.” Buiten houdt Berger het gesprek zo algemeen mogelijk. „Ik roep dat we van de gemeente zijn en graag binnen even verder willen praten.”

Als de deur open gaat, vraagt Berger of het gezin de brief heeft gekregen, waarin staat dat één van de zoons uit het gezin is opgenomen in de top-600, een lijst van veelplegers in Amsterdam. Meestal krijgt ze een niet-begrijpende blik of een ontwijkend antwoord: „Is dat niet iets van de politie?” Tijdens het gesprek kijkt Berger goed rond. Is het huis vervuild? Zijn er broertjes of zusjes thuis die op school moeten zitten?

Sinds een half jaar werkt Janneke Berger namens de William Schrikker Groep mee aan het project top-600 van gemeente, politie, justitie en jeugdzorg in Amsterdam. Het is een ranglijst van veelplegers die met voorrang worden op- en aangepakt. Opgeteld zijn de jongens en een enkel meisje de laatste vijf jaar vijftienduizend keer in contact gekomen met politie. Ze pleegden een gewelddadige overval, een straatroof en/of zware mishandeling. Dat is gemiddeld 25 keer per persoon.

De stad zou er een stuk veiliger op worden als die daders werden aangepakt, concludeerde de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan in 2010. Want hoewel het aantal overvallen in Amsterdam licht afneemt, gebruiken steeds jongere daders steeds meer geweld. Deze maand loopt het project een jaar. Langzaam leert de stad de jonge daders tussen de 18 en 26 jaar kennen.

Er zijn veel overvallers bij. Op de lijst staan bijvoorbeeld de mannen die in september 2010 juwelier Turkan Aksoy in Amsterdam in zijn zaak overvielen en beschoten. Hij overleefde het. Maar ook ‘de koning van de Diamantbuurt’ Abdelmagid el J. en een van zijn jongere broers staan erop. Abdelmagid zelf is volgens betrokkenen overigens een buitencategorie. Hij werd vorig jaar veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens „extreem gewelddadige afpersingspraktijken”. Hij dwong een overbuurjongen zijn tanden te breken op een stoeprand, naar het voorbeeld van een extreem gewelddadige scène uit de film American History X.

De groep lijkt heel divers, zeggen betrokkenen bij het OM, gemeente en jeugdzorg. Er zitten Marokkanen bij, Antillianen, Turken, Noord-Hollanders en Roma. Er zitten onverbeterlijke en keiharde criminelen tussen zoals El. J., maar ook meelopers. Het gros komt uit probleemgezinnen, maar op de lijst prijkt ook een enkel zwart schaap uit een keurige familie.

Bij nadere beschouwing zijn er wel overeenkomsten. Het belangrijkste kenmerk is dat weinigen uit de groep maar één probleem hebben, zegt programmamanager Ruud IJzelendoorn namens de gemeente. De meeste veelplegers hebben een psychische stoornis, gebruiken hard- of softdrugs én komen uit een gebroken of incompleet gezin. Maar 4 procent van de jongens die tot nu toe zijn aangehouden heeft een diploma dat kansen biedt op de arbeidsmarkt. Veertig procent van de daders is zwakbegaafd.

Werken bij de boer

De William Schrikkergroep werkt al jaren met zwakbegaafden met een IQ tussen de 50 en 85 punten en ziet de groep steeds vaker opduiken in criminele statistieken. Janneke Berger: „Het leven is zo ingewikkeld geworden dat ze niet meer kunnen meekomen. Vroeger kon je als zwakbegaafde nog werken bij de boer. Nu moet zelfs een schoonmaker examen doen: dit doekje is híervoor, dat sponsje is dáárvoor. Ze redden het niet.” En dan vraagt iemand aan zo’n zwakbegaafde: „Sta hier even op de uitkijk, krijg je een tientje.”

Na de overval maken de daders dat ze wegkomen, en de zwakbegaafde wordt aangehouden. Die blijft, merken politie en justitie, heel loyaal aan zijn brothers op straat. Dát is zijn familie.

Medewerkers van de William Schrikkergroep trainen politieagenten in het herkennen van verstandelijk beperkten. Net als analfabeten proberen die hun onvermogen vaak te verbergen. Berger: „Ze worden voor onbeleefd aangezien als ze geen antwoord geven, maar ze begrijpen gewoon de vraag niet.” Berger heeft er een antenne voor ontwikkeld: „Iemand kijkt je aan, knikt welwillend, maar je ziet: wat ik zeg, komt niet binnen.”

Als veelplegers van de top-600 worden aangehouden, moeten ze naar de Bijlmerbajes. In haar kamer tekent psychiater Jessica Wesselius een vierkant op een whiteboard. In elke hoek zet ze een dadertype. Linksboven de psychiatrisch patiënten, linksonder de daders die één keer in de fout gaan, rechtsonder de beroepscriminelen. Rechtsboven staat de groep die het meest voorkomt in de top-600. Wesselius noemt ze „de zwakke broeders”. In het midden van het vierkant staan de kenmerken die bijna alle daders hebben: ze komen uit een beschadigd nest, hebben geen opleiding of werk maar komen wel in aanraking met criminelen en geweld in hun omgeving.

De zwakke broeders worden vooral gedefinieerd door wat ze níet zijn. „Ze hangen in tussen zware en georganiseerd opererende criminelen en de kruimeldieven.” Kruimeldieven worden tegenwoordig van straat gehaald met de isd-maatregel (instelling stelselmatige daders). Deze winkel- en fietsendieven kunnen twee jaar opgesloten worden door de zwaarte van al hun kleine vergrijpen bij elkaar op te tellen. Om in de top-600 te komen, moet je geweld hebben gebruikt, dat hebben de fietsendieven meestal niet. De topcriminelen zitten evenmin bij de top-600, want om op de lijst te komen, moet je in vijf jaar tijd meerdere keren worden aangehouden. Een topcrimineel zit te lang vast om zo vaak aangehouden te kunnen worden. Of hij is te slim om vaak gepakt te worden.

Programmamanager Ruud IJzelendoorn noemt de jonge jongens in de top-600 „extra respectloos en daardoor extra bewerkelijk”. Heleen Rutgers, hoofd beleid en strategie bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie zegt dat de groep meer dan andere gedetineerden „groepsgedrag” vertoont en zich verzet tegen autoriteiten. „Het wordt stoer gevonden om strafbare feiten te begaan.”

Eén afdeling in de bajes

Het is de bedoeling dat alle jongens uit de top-600 op één afdeling in de Bijlmerbajes terechtkomen, vertelt Wesselius. Dat is organisatorisch beter, zegt zij, omdat deze groep extra aandacht krijgt van hulpverlening en reclassering.

Het hoofd van de afdeling Beveiliging wilde dat juist niet, omdat deze jongens niet voor elkaar onder willen doen. Ze dagen beveiligers uit. Bovendien kunnen de jongens netwerken als ze gezamenlijk worden opgesloten. Maar het deel van de jongeren dat zwakbegaafd is, kent elkaar meestal al, merkt de William Schrikkergroep. Van de straat of omdat ze in dezelfde gesloten inrichting hebben gezeten.

Welk deel van de zeshonderd een Marokkaanse, Antilliaanse of juist autochtone achtergrond hebben, wordt niet bekendgemaakt in de rapportages die elk kwartaal naar de Amsterdamse gemeenteraad worden gestuurd.

Burgemeester Van der Laan noemt dat desgevraagd „niet relevant”. „Ik draai er niet omheen, maar ik zet de schijnwerper er ook niet op. We kijken per geval wat de beste aanpak is.”

Wat is die beste aanpak?

De hulpverleners zuchten. Ze schetsen een somber beeld. Aan het grootste deel van de groep, zegt Jessica Wesselius, „zit weinig ‘behandelvlees’. Ze staan er niet voor open of ze hebben geen inzicht in hun eigen daden en handelen. Het gaat bij deze groep dan ook vooral om begeleiding, vaak langdurig.” Straffen helpt volgens Wesselius maar op één manier. „Als ze niet op straat zijn, plegen ze geen misdrijven. Maar daarna komen ze onveranderd terug in hun oude leven.”

Janneke Berger van de William Schrikkergroep zegt dat een deel van haar doelgroep „levenslang en levensbreed” hulp nodig zal hebben. „Een verstandelijke beperking gaat niet over.”

Burgemeester Van der Laan denkt ook in die richting. „We moeten gaan denken aan dag- en avondopvang. Zoiets als Beilen. Rust en regelmaat.” In het Drentse dorp Beilen worden psychiatrisch patiënten met verslavingsproblemen langdurig opgesloten onder de noemer: ‘duurzaam verblijf’.