'Westen onderschat Russische spionage'

Net als in zijn bestseller De Nieuwe Koude Oorlog waarschuwt de Britse journalist Edward Lucas in zijn nieuwe boek en in dit interview voor het gevaar dat Rusland vormt voor het ‘laconieke’ Westen.

Toen de FBI twee jaar geleden in één klap tien Russische spionnen arresteerde die jarenlang onopvallende levens in Amerikaanse buitenwijken hadden geleid, was er verbazing alom. Was dit een restant van de Koude Oorlog? Waren deze spionnen wel helemaal serieus te nemen?

Ze werkten eerder op de lachspieren, met hun klassieke trucs als het gebruik van onzichtbare inkt en het uitwisselen van identieke tassen in het drukke Grand Central Station in New York. De meeste aandacht ging uit naar Anna Chapman, een 28-jarige Russin (ze dankte haar naam aan haar huwelijk met een Brit), die zó uit een goedkope spionageroman leek weggelopen. Het was volkomen onduidelijk of ze ook maar iets hadden bereikt voor hun vaderland.

Binnen twee weken was het hele stel uitgezet, in een klassieke uitruil tegen vier Russen die het Kremlin vasthield omdat ze voor de VS gewerkt zouden hebben. Daarmee verdween de kwestie weer uit de aandacht. Alleen Chapman dook af en toe nog op in het nieuws, onder meer door haar eigen tv-programma in Rusland, waar ze als een beroemdheid was onthaald.

Alles bij elkaar werd de affaire meer beschouwd als een vermakelijke kwestie dan als een ernstige bedreiging van Amerikaanse belangen. Ten onrechte, betoogt Edward Lucas in zijn pas verschenen boek Deception; Spies, Lies and How Russia Dupes the West. De laconieke houding van het Westen tegenover spionage, en in het bijzonder spionage door Rusland, vindt hij gevaarlijk naïef.

„Er heerst hier sinds het einde van de Koude Oorlog een soort postmoderne, ironische onverschilligheid, alsof dit soort dingen er niet meer toe doet”, zegt Lucas in zijn werkkamer op de redactie van The Economist in Londen. „Ik vroeg iemand die als managementconsultant had samengewerkt met een van de tien spionnen die in 2010 door de FBI zijn opgepakt, of het voor hem iets had uitgemaakt als hij eerder had geweten dat de man voor een Russische inlichtingendienst werkte. Jazeker, antwoordde hij, dan was ik nog opener tegen hem geweest, want ik vind het goed als landen informatie delen. Daaraan zie je dat het hele idee is verdwenen dat een land bepaalde geheimen heeft die het beschermen waard zijn.

„Mensen beseffen niet hoe groot de afkeer is die het Russische regime van ons heeft. Wij worden niet iedere dag wakker met het idee dat we een hekel aan Poetin hebben, maar Poetin bedenkt wél iedere dag hoezeer hij het Westen verafschuwt. Er is een asymmetrie in de emoties en belangen.

„Hier is men de afgelopen tien jaar vooral bezorgd geweest over terrorisme. Een jonge ambitieuze medewerker van een inlichtingendienst gaat nu eerder Pasthun, Arabisch of Swahili leren dan Russisch. Hij gaat de jihad bestuderen en waarschijnlijk niet de relatie tussen Gazprom en het Russische buitenlandse beleid. Terwijl zijn land misschien wel meer gevaar loopt door de manier waarop Rusland de energieveiligheid bedreigt, dan door de bom van een terrorist.”

Lucas was voor The Economist correspondent in het communistische Tsjechoslowakije, en later in de Baltische staten, Berlijn en Moskou. Nu is hij chef van de internationale sectie van het weekblad. In 2008 baarde hij opzien met een felle aanklacht tegen het Rusland van Poetin, De Nieuwe Koude Oorlog (besproken in Boeken van 29-02-2008).

Zijn nieuwe boek is daarop een vervolg. Het is geen afstandelijke analyse van spionage in deze tijd, maar een scherp boek van een betrokken journalist die het Westen wakker wil schudden. Met grote kennis van zaken legt hij een patroon bloot in uiteenlopende spionageaffaires, van Anna Chapman tot de man die in 2008 bij de NAVO geïnfiltreerd bleek. Lucas laat zien hoe de spionnen uit de tijd van de Sovjet-Unie zich hebben aangepast – hoe de inlichtingendiensten in Moskou een sleutelrol spelen in het centrum van de macht en nauw verbonden zijn met de georganiseerde misdaad.

„Rusland is goed in spionage. Het is deel van hun instrumentarium bij de omgang met andere landen en ze steken er veel tijd en geld in. Bij ons zou het niet opkomen om tien of twintig agenten naar Russische provincies te sturen, om ze daar jarenlang te laten wonen, zich helemaal te laten integreren, en dat alleen voor het geval ze een keer nodig zijn.”

Was u verbaasd toen de FBI die tien Russische spionnen arresteerde?

„Dat we er tien tegelijk konden pakken verraste me. We weten dat er veel van zulke ‘illegals’ zijn, maar ze zijn heel moeilijk te vinden omdat ze vaak jarenlang nauwelijks spioneren, tot het moment dat ze geactiveerd worden. We ontdekken ze pas als een echtgenoot of vriendin achterdochtig wordt, als ze overlopen, of als we aan hun kant geïnfiltreerd zijn. Dat laatste was deze keer het geval: bij de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR schijnt het plaatsvervangend hoofd van de afdeling die zich met de agenten in de VS bezighoudt, voor de Amerikanen te zijn gaan werken.”

Alle landen spioneren, waarin verschillen de Russen?

„Spionage is bij Rusland veel meer verweven met de manier waarop ze opereren. Het is niet voor niets dat een voormalige medewerker van de inlichtingendienst president is. Het past bij de manier waarop ze naar de wereld kijken: als ze willen begrijpen hoe de goudmarkt werkt, zetten ze er een spion op. Terwijl je beter de Financial Times kan lezen.

„Spionage is een van de weinige dingen die ze nog hebben. Hun militaire macht is niet erg indrukwekkend, hun ‘soft power’ [het vermogen landen zonder dwang aan je kant te krijgen, red.] stelt helemáál niets veel voor, maar op spionagegebied zijn ze tot veel in staat. Ook door hun meedogenloosheid, zoals wel bleek uit de zaak van Aleksandr Litvinenko, de Russische balling die in 2006 in Londen werd vergiftigd met het radioactieve polonium.”

Londen heeft tegenwoordig een hele grote Russische gemeenschap...

„... en dat is in veel opzichten heel goed. Anders dan tijdens de Koude Oorlog kunnen Russen hun land nu verlaten. De muren van achterdocht zijn neergehaald, voor gewone Russen die hierheen willen komen is dat prachtig. Maar het heeft wel een prijs. Een aantrekkelijke Russin die met een Brit trouwt, zoals Anna Chapman, zou vroeger meteen zijn opgevallen. Nu is zoiets heel normaal. De spionnen zwemmen in een heel grote rivier en zijn zo vrijwel onzichtbaar.

„Dat zie je ook bij de NAVO en de Europese Unie, waar veel functionarissen werken uit landen die communistisch zijn geweest. Ik vind het heel goed dat landen uit het voormalige Oostblok lid konden worden, maar het heeft het spioneren veel makkelijker gemaakt. Dat bleek wel uit de zaak van Herman Simm: hoofd beveiliging van het ministerie van Defensie van Estland, een man die vertrouwd werd, uit een land dat vertrouwd werd. Maar hij bleek een Russische spion, het schadelijkste geval van spionage in de geschiedenis van de NAVO.”

Welke gevolgen had die affaire?

„De NAVO stond voor schut, en het toonde haar kwetsbaarheid. Maar hele grote geheimen zijn er niet in een bondgenootschap van 28 landen. Wat bij de NAVO geheim heet, betekent alleen dat de The Economist het niet te pakken kan krijgen. Als het er echt op aan komt, spreken kleine groepjes landen onderling met elkaar.

„Ook de Russen stonden voor schut, want de zaak kwam uit omdat zij hun man niet goed begeleidden. En de Esten hebben ook fouten gemaakt door een oud-politieman van wie ze konden weten dat hij goede contacten met Moskou had gehad, zo’n gevoelige post te bezorgen.

„Toen ik Simm opzocht in de gevangenis in Estland, vertelde hij me dat Rusland wilde dat hij uitzocht of de NAVO een basis in Estland had. Die bleek er niet te zijn. Zo zit er ook een goede kant aan die Russische spionage: hoe meer ze spioneren, hoe meer ze ontdekken dat de NAVO niet van plan is ze aan te vallen.”

Heeft Obama gelijk dat hij de banden met Rusland wil aanhalen?

„Die zogeheten ‘reset’ van de betrekkingen is een beetje naïef. Het heeft misschien geholpen bij het nieuwe verdrag voor vermindering van kernwapens, en bij afspraken over het doorlaten van militaire transporten naar Afghanistan. Maar op lange termijn zal het niets opleveren.

„Het zou in Ruslands belang zijn om nauwe banden met het Westen te hebben. Maar Rusland doet nu eenmaal veel dingen die niet in zijn belang zijn. Het zou ook in Ruslands belang zijn om zich minder afhankelijk te maken van olie en gas, om een grote weg te bouwen van de ene kant van het land naar de andere, om zich meer zorgen te maken over China en de islam dan over Estland. Maar of dat ervan komt? Ze hebben al twintig jaar verspild.”

Edward Lucas: Deception. Spies, Lies and How Russia Dupes the West. Bloomsbury, 372 blz. € 20,50