Weet Sneijder dat hij morgen op kunstvezels speelt?

Twee Nederlands bedrijven fabriceren respectievelijk kunstgras in Charkov en natuurgras in Warschau. „Ons hybride gras is een soort van tussenoplossing.”

Een slap rollertje, simpel te pakken voor de keeper, lijkt het. Maar een polletje in het strafschopgebied beslist anders. De keeper op het verkeerde been, de ploeg gedesoriënteerd. Wat nu te beginnen? Want hoe goed je zelf ook voetbalt, op één ding heb je geen vat: de kwaliteit van het voetbalveld.

Een strakke, stevige grasmat is morgen in het Metalist Stadion in Charkov een vereiste voor het snelle circulatievoetbal van Nederland. Kritiek op het veld lijkt dit keer uitgesloten, want de mat ligt er keurig bij, met dank aan een Nederlandse bedrijf. Zou Wesley Sneijder door hebben dat hij eigenlijk op kunstvezels speelt?

in het Metalist Stadion injecteerde de Grassmastermachine nauwgezet met naalden, om de twee centimeter, steeds een aantal vezels in de grond. Lange, donkergroene grassprieten van kunststof. Het idee is simpel: de wortels van het natuurgras moeten zich om het kunstgras heen wentelen, waardoor het veld vele malen sterker wordt. Bij slidings raakt de ondergrond minder snel beschadigd. Ook het herstel gaat sneller.

Natuurgrasversterking, noemt directeur Marc Vercammen van Desso Sport Systems zijn paradepaartje. Bijna twintig jaar pioniert de tapijtfabrikant uit Waalwijk met kunstvezels, met de laatste jaren steeds meer professionele stadionvelden.

AZ, Liverpool en Arsenal spelen al op de speciale grasmat. En voor het EK heeft Desso, naast Charkov, ook in de Donbass Arena in Donetsk het veld onderhanden genomen. Het is geen goedkope klus: één veld kost al snel 200.000 euro. Mits goed onderhouden, gaat een veld volgens het bedrijf zo’n tien jaar mee.

Vercammen verzekert dat geen enkele speler doorheeft dat het veld waarop Nederland zijn poulewedstrijden speelt, is doorvlochten met plastic sprieten. Uit onderzoek van de Vereniging van Contractspelers (VVCS) vorige maand met Nederlandse profvoetballers, bleek dat liefst 91 procent van de spelers een voorkeur heeft voor natuurgras. De spelers beoordelen het kunstgras in het betaald voetbal met een mager cijfer 5.

Ook de FIFA is geen voorstander van volledig kunstgras. Bij een eindtoernooi is er nog nooit op gespeeld, en dat zal ook niet snel gebeuren, denkt Gerdien Vloet van Hendriks Graszoden. De onderneming uit het Limburgse Heythuysen leverde de graszoden in Warschau, waar Polen en Griekenland vandaag het openingsduel spelen.

„Zelfs op het WK van 2022 in Qatar wordt gewoon natuurgras gebruikt”, weet Vloet. Hendriks is deze week op het Arabische schiereiland voor het betere lobbywerk. „Je zou denken dat daar vanwege de warmte kunstgras nodig is”, zegt Vloet. Maar de stadions worden voorzien van een groots aircosysteem en gesloten dak. De FIFA wil vooralsnog niet aan nepgras, levend gras straalt nu eenmaal meer emotie uit.”

Toch dreigt op de lange termijn een generatiekloof. De huidige bestuurders en voetballers zijn opgegroeid met voetbal op het knollenveld, maar de jeugd speelt al regelmatig op kunstgras. Voor Desso is dat gunstig, zegt Vercammen. „We profiteren van dat generatieconflict. Ons hybride gras is een soort van tussenoplossing.”

Maar, zo vinden zowel de natuur- als kunstgrasleverancier, uiteindelijk ben je overgeleverd aan het lokale onderhoudsteam. Hoe goed je product ook is. „Het werk van de de terreinknecht wordt onderschat”, zegt Vloet. „Keurt hij het veld niet goed, dan wordt er niet getraind.” Vercammen wijst op Paul Burgess, de voormalig groundsman van Arsenal. „Hij is getransfereerd naar Real Madrid. Niet alleen de beste spelers zijn gewild, ook de beste terreinmannen.”

Het Desso-veld in Charkov wordt daarom niet aan de eerste de beste terreinknecht overgelaten. Alleen een topper mag het beheren, na uitvoerige training van de grasadviseurs van ProGrasS uit Harderwijk. „Ik let bij de komende wedstrijd niet op de spelers, maar op het veld”, zegt Vercammen. „Maar ik verzeker dat het er goed bij ligt. Bij slecht voetbal gelden dit keer geen excuses.”

    • Jens Pauw