We leven in het pubertijdperk

Het virus van de economisering tast de samenleving aan. Een mens is toch meer dan een machine om geld te verdienen en te consumeren?

Maak techniekstudies gratis. Met dat ideetje haalde PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk vorige week de krantenkoppen. Het was weliswaar slechts een verkiezingsballonnetje van een onbeduidende oppositiepartij, toch past het voorstel in een bredere trend. Te weten: de economisering van het onderwijs. Oftewel het overwaarderen van studies en onderwijsvakken die een bijdrage leveren aan economische groei. Zoals de exacte opleidingen van Plasterk.

Economisering zien we ook terug in het basis- en voortgezet onderwijs, waar het onderwijsaanbod steeds meer wordt beperkt tot vakken die leerlingen optimaal voorbereiden op de arbeidsmarkt: Nederlands, Engels en wiskunde. „Meer focus in ons onderwijs is essentieel om onze internationale concurrentiekracht te versterken”, aldus demissionair onderwijsminister Marja van Bijsterveldt, die dus beter minister van Economische Groei kan heten. Die eenzijdige benadering levert domme leerlingen op zonder inzicht in de wereld om zich heen. Om de wereld te begrijpen is brede vorming nodig met vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en verschillende vreemde talen. Want je kunt de krant niet begrijpen met alleen wiskunde in je pakket.

Het virus van de economisering tast niet alleen het onderwijs aan. Overal in de samenleving is sprake van een sterke waardering van financiële waarde, materiële welvaart en economische groei. Het leidt tot problemen, crises en verschraling. Een paar voorbeelden. Klimaatverandering: gevolg van overconsumptie en te veel economische groei. Verschraling in de gezondheidszorg: gevolg van het opknippen van zorg in zorgminuten met aan elke minuut een prijskaartje, waardoor een van tevoren vastgesteld bedrag bepalend wordt voor de zorg die iemand krijgt in plaats dat de behoefte van de patiënt uitgangspunt is. Overwaardering van begrippen die afkomstig zijn uit het bedrijfsleven, zoals het woord ‘ondernemer’. Tegenwoordig moet zelfs een kunstenaar ‘cultureel ondernemer’ zijn. Zijn kunst moet vooral in economische zin iets opbrengen. Kunst die geen bijdrage levert aan het bruto nationaal product wordt daarmee afgedaan als tweederangs. En tot slot: de schuldencrisis. We zijn zó sterk verslaafd aan economische groei en welvaart dat we ons er tot in het ondraaglijke voor in de schulden steken.

Centraal stellen van economische groei, materiële welvaart en financiële waarde komt niet uit de lucht vallen. Want wie de westerse geschiedenis van de afgelopen decennia door zijn oogharen beziet, ontwaart een belangrijke constante: een steeds verdere vergroting van de vrijheid. Maar dan wel een specifieke vorm van vrijheid, namelijk vrijheid als materiële ongeremdheid. Het gaat om een soort puberale ‘I want it all and I want it now’-vrijheid. Oud-VVD leider Joris Voorhoeve zei vorig jaar in NRC Handelsblad dat het liberalisme van 90 procent van de huidige VVD-kiezers zich beperkt tot de vrijheid „om te verdienen en te consumeren”. Ik ben bang dat de constatering van Voorhoeve niet alleen geldt voor VVD-kiezers. Anders was de economisering van de samenleving niet zo uit de hand gelopen, hadden we geen klimaatproblemen en schuldencrisis gehad en waren onderwijs en zorg niet uitgekleed. We leven in het pubertijdperk.

Hoewel vaak anders wordt beweerd, is niet de vrijheid zélf ons hoogste goed, maar ons vermogen om er terughoudend en beschaafd mee om te gaan. Beschaafd gedrag is een product van zelfbeheersing en het kunnen onderdrukken van eerste impulsen. Maar jezelf beheersen is hondsmoeilijk. En dat verklaart precies waarom we niet bereid zijn om onze manier van leven aan te passen. Want de mens is een gemakswezen die moeilijke dingen het liefst uit de weg gaat. Hij wijdt zich liever aan lekker leven, vrolijk consumeren en aan het en passant opstuwen van de economische groei.

Maar dat kan niet eeuwig zo doorgaan. Daarvoor zijn de problemen als gevolg van de economisering van de samenleving te groot. We moeten beseffen dat er meer is in het leven dan financiële en economische waarde. ‘We’: dat zijn jij en ik. Dus als je kinderen hebt: stuur ze naar een school waar veel tijd wordt besteed aan breed onderwijs. Als je voor de klas staat: geef je leerlingen meer dan taal en rekenen. Als je in de zorg werkt: geef je patiënten tijd en aandacht en trek je niets aan van het voorgeschreven aantal zorgminuten. Als je in de Tweede Kamer zit: wees ruimhartig met kunstsubsidies. Als je iets anders doet of bent: stop met kopen, consumeren en schulden maken. Word wakker.

    • Tobias Reijngoud