Voetbalfeest op breuklijn van Europa

Vandaag begint in Polen en Oekraïne het EK voetbal. De landen delen een bloedige geschiedenis, maar Polen ontwikkelt zich razendsnel terwijl Oekraïne worstelt met armoede en onderlinge verdeeldheid.

De komende drie weken staat in het oostelijk deel van Europa een unieke feesttent. Als André Kuipers vanuit de ruimte naar het oostelijk deel van Europa kijkt, ziet hij acht kolossale voetbalstadions: in Gdansk, Poznan, Wroclaw, Warschau, Lvov, Kiev, Donetsk en Charkov. Het zijn de stutten, in twee landen, van het dak van de feesttent. Onder dat dak een veelkleurig, luidruchtig en vrolijk aangeschoten voetballegioen, vlaggen zwaaiend en volksliederen zingend. Precies op de breuklijn waar Europa zijn meest bloedige geschiedenis heeft beleefd; alleen al in de twintigste eeuw zijn tientallen miljoenen mensen vervolgd en vermalen tussen eerst keizer en tsaar en later Hitler en Stalin.

De gemiddelde Nederlandse voetbalfan zal van die breuklijn nauwelijks iets merken. Of het moet zijn dat hij met steenkolen-Duits in Gdansk prima terechtkan: „Tien Bier Bitte!” En met „Tien bierski” in Charkov niet ver zal komen.

Het EK 2012 wordt gespeeld in twee landen die alles en niets met elkaar te maken hebben. Tussen WO II en 1989 lagen Polen en Oekraïne beide achter het IJzeren Gordijn waar Moskou de dienst uitmaakte. De grenzen schoven regelmatig. Waar nu Polen ligt woonden deels Duitsers, waar nu Oekraïne ligt wonen deels Russen. Polen is na 1945 op last van Stalin 200 kilometer opgeschoven naar het westen. Oekraïne was deelrepubliek van de Sovjet-Unie en werd in 1991 onafhankelijk.

Het Duitse verleden is nooit helemaal verdwenen uit de Poolse speelsteden Gdansk, Poznan en Wroclaw, ook al zijn de Duitsers die daar eeuwenlang woonden na de Tweede Wereldoorlog massaal gevlucht en verdreven. Vervallen boerenhoeves en fabrieksgebouwen in rode baksteen zijn stille getuigen van die tijd. Maar pragmatisch als ze zijn hebben vele tienduizenden Polen na de val van de Muur in 1989 Duitse paspoorten aangevraagd, waarop ze op grond van hun verleden op ‘Duitse’ bodem recht hadden. Zij waren de eerste groep Polen op de Europese arbeidsmarkt.

Helemaal aan de andere kant van het Euro 2012-feestterrein, ruim 1.500 kilometer oostelijk, is een andere wereld, die ongeveer begint bij Charkov en Donetsk en eindigt in Vladivstok. In die wereld overheerst de Russische cultuur. Op straat wordt Russisch gesproken en de mensen kijken er liever naar Moskou dan naar Kiev, dat vaak gezien wordt als een centrum van kunstmatig nationalisme.

De inwoners van EK-speelstad Lvov, die de Oekraïners nadrukkelijk Lviv noemen, kijken op hun beurt met de grootste argwaan naar deze Russische invloeden. Oekraïense nationalisten eisen erkenning voor wat Rusland hun heeft aangedaan. Begin jaren dertig kwamen miljoenen Oekraïners om het leven door een hongersnood die een gevolg was van Stalins plattelandspolitiek. Volgens de Oekraïners met opzet, om het Oekraïens nationalisme te breken.

De kloof is diep en het wantrouwen groot. De erkenning van Russisch als tweede taal leidde deze week tot felle demonstraties in Kiev. Een week eerder kwam het in het parlement tot een regelrechte knokpartij tussen volksvertegenwoordigers, na een stemming over het gebruik van Russisch als tweede taal. Oekraïne is ook de wereld van de oligarchen die onwaarschijnlijk rijk werden na de val van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Zoals de machtige mannen van het Oekraïense voetbal: Igor Surkis, bestuurder van Dynamo Kiev, en zijn broer Grigori, niet toevallig hoofd van de nationale voetbalbond.Oleksandr Jaroslavski, de bouwmagnaat van Charkov en eigenaar van club Metalist Charkov; Rinat Achmetov, de rijkste man van het land en eigenaar van club Sjachtar Donetsk. Maar ook president Viktor Janoekovitsj, de voorman van de zakelijke elite in het geïndustrialiseerde oosten van Oekraïne en nauw verbonden met Sjachtar Donetsk. En niet te vergeten de ‘prinses van het gas’ Joelia Timosjenko, boegbeeld van de oppositie, die in de bikkelharde machtsstrijd tussen de oligarchen in de gevangenis is gezet.

Het woord Oekraïne betekent letterlijk ‘aan de rand’. Van het Russische rijk, welteverstaan. Ook Polen was ooit een ‘perifeer’ land, riep premier Tusk onlangs in herinnering. „Twintig jaar geleden waren wij een arm, postcommunistisch land aan de oostelijke kant van het continent.”

Zij het nooit zo arm als Oekraïne. Al in de jaren negentig doken in Warschau Oekraïense huishoudsters op, terwijl de Polen naar Duitsland trokken om daar de vloeren te dweilen. De postcommunistische wereld kende zijn eigen hiërarchie. Inmiddels werken honderdduizenden Oekraïeners in Polen.

EU-lidstaat Polen is definitief uit de startblokken. Terwijl de crisis wereldwijd om zich heen greep groeide de Poolse economie tussen 2008 en 2011 met 18,5 procent. „Wij zijn sinds een paar jaar de grootste bouwplaats van Europa”, schreef premier Tusk vorige week trots in een aantal Europese kranten. Ook in Polen blijft wel eens iets aan een strijkstok hangen, maar de vrijemarkteconomie draait met succes, volgens Europees model. Warschau is een belangrijk financieel centrum geworden.

Oekraïne is sinds de Oranje-revolutie van eind 2004, waarmee het zich probeerde te onttrekken aan de invloed van Rusland, alleen maar verder weggezakt. Op de vrije markt heerst het recht van de sterkste. Of de slimste. Handige sjacheraars kunnen fortuin maken met het verhuren van kamers.Net als de pooiers. Prostitutie is in de hotels een goedlopende, semi-formele bedrijfstak: roomservice op zijn Oekraïens. Overigens is lang niet elke vrouw die vriendelijk naar een toerist glimlacht een prostituee. Voor veel Oekraïense vrouwen is een huwelijk met een Europeaan een gedroomde uitweg uit de armoede. Voor hen betekent de komst van het supporterslegioen drie weken lang mannenjacht.

Twee werelden, één Euro 2012. Polen is binnen de Europese Unie de belangrijkste advocaat van Oekraïne. Dat land moet zo dicht mogelijk aan Europa gebonden worden, vindt Polen, want een Europees soort Oekraïne voelt veiliger in de rug dan een Russisch soort Oekraïne. Bovendien hebben de twee landen historische banden.

Maar dat er nu een grote EK-feesttent in het oosten van Europa staat, is niet zozeer te danken aan Polen als wel aan de sluwe lobby van bobo/oligarch Surkis, voorzitter van de Oekraïense voetbalbond en bestuurslid van de UEFA. Die heeft Polen erbij gehaald, want zonder deze ‘salonfähige’ EU-lidstaat zouden de Oekraïense oligarchen Euro 2012 nooit hebben binnengesleept. Voor hen is het feest al in volle gang: ze hebben zich suf verdiend aan de bouw van nieuwe stadions en zitten tevreden in hun skyboxen.

    • Renée Postma