Verlangen naar het brave vroeger

Honderden foto’s uit het Nederland van de jaren vijftig zijn bijeengebracht in een onweerstaanbaar boek. Ineens begrijp je waarom die tijd nog altijd populair is: ze tonen een wereld, waarin alles nieuw en in orde is, schrijft Bas Blokker.

p de eerste foto, nog voor het boek goed en wel begonnen is, zie je ze al. Ze staan met z’n vijven voor een groot venster, giechelend naar binnen te kijken. Eentje steekt d’r tong uit tegen de fotograaf. Hondsbrutaal.

Kinderen. De jaren vijftig moeten ervan vergeven zijn geweest. Het grote jaren 50 boek is het in elk geval wel. Van het kluitje scholieren dat, oranje strikken in het haar, op koningin Juliana wacht in 1956, tot aan de eenzame zwemmer die aan de hengel van de badmeester hangt te strek-spreid-sluiten in het Amsterdamse Jan van Galenbad.

Het grote jaren 50 boek is het jongste in een reeks waarmee NIOD-medewerkers René Kok, Erik Somers en Paul Brood van het Nationaal Archief (in wisselende samenstellingen) met hinkstapsprongen door de geschiedenis gaan. Ze bezorgden eerder even kolossale boeken met foto’s uit de oorlogsjaren, de jaren 60 en de jaren 80. Het stramien is simpel: een algemene inleiding en daarna honderden foto’s, bekend maar vaker onbekend, gerangschikt naar thema en voorzien van korte bijschriften. De boeken zijn tamelijk onweerstaanbaar; leg er een op tafel en mensen beginnen er vanzelf in te bladeren.

Voor foto’s uit de jaren vijftig geldt dat niet alleen voor degenen die ze zelf bewust hebben meegemaakt, en die nu dus al aardig op leeftijd zijn. Beelden uit dat lange decennium (dat begon in de late jaren veertig en eindigde in de vroege jaren zestig) hebben de kracht van iconen gekregen. Dat heeft te maken met de populariteit van de stijl uit die jaren (van Pastoe tot Mad Men), maar misschien nog wel meer met de (schijnbare) overzichtelijkheid ervan.

In ons collectief geheugen kijken we terug op een blank, nauwelijks gemechaniseerd of geëlektrificeerd, laat staan gedigitaliseerd, auto-arm en gezagsgetrouw Nederland – en dat bevalt ons kennelijk beter dan het Nederland van nu. De uitgever zegt het in zijn publiciteitscampagne zo: ‘De jaren 50 lijken steeds populairder te worden.’

Het grote jaren 50 boek leunt sterk op dat collectief verlangen. Typerend is dat de geselecteerde foto’s niet alleen documentair zijn, maar dat er ook veel studio-opnamen en publiciteitsfoto’s tussen zitten. Een moeder met haar dochter achter het fornuis. Drie meisjes die van een sorbet eten. Het elftal van Ajax. De straat die een familie uitzwaait die op reis gaat met de Kipcaravan. Miss Holland. Het moest kennelijk vooral een geruststellend boek wezen. Premier Drees wachtend in de rij voor het stemlokaal – en in geen velden of wegen een Rutger Castricum te bekennen.

De makers konden natuurlijk niet om de Watersnood heen, en er staan foto’s in van een grote treinbotsing bij Oldenzaal, een akelig auto-ongeluk bij De Bilt, vervaarlijke nozems, grimmig politieoptreden en armoe in de grote steden. Maar vaker zijn het foto’s waarop tevreden mensen staan, zwaaiend met de hoed, rustend na gedane arbeid, spelend op het strand. Het zijn beelden uit een land met perspectief, zelfs voor de armsten. Bij een foto van woningnood in de Amsterdamse Jordaan – met een sliert kinderen voor een armzalig adres – staat in het bijschrift al dat de minister van Volkshuisvesting en Wederopbouw de vorderingen komt bekijken van de strijd tegen de woningnood. Geen crisis is te zwaar voor de daadkracht van de naoorlogse bestuurders.

Een van de meest typerende foto’s is die van het jonge stel dat op een vuurrode brommer in een nieuwbouwwijk stilstaat, waarbij de jongen met de vinger naar buiten het beeld wijst – hun droomhuis? Er staan meer huizenblokken (tien) dan auto’s (twee) op deze foto. Juist dat idee van het droomhuis intrigeert, want alle woningen lijken hier op elkaar, dus hoe kunnen zij er dan net eentje ontdekken waar ze van dromen? De wijk waar staan te dromen, zou nu heel goed op de lijst van Vogelaarwijken kunnen staan, de alarmbuurten die vaak bespikkeld zijn met juist dit soort gestapelde huizenblokken uit de jaren vijftig en zestig.

Misschien projecteer je het erin, maar zien ze er niet verwachtingsvol uit, die twee? Hij met zijn instappers op die fonkelende brommer, zij met dat gebreide vestje in zacht Mad Men-geel en de broek met dat kekke splitje. Ligt de toekomst niet voor hen open? Straks wonen ze twee hoog, met een balkon op het zonnige zuiden, over een paar jaar kijken ze met het hele gezin naar de splinternieuwe televisie (in 1958 had één op de veertig Nederlanders een toestel) en gaan ze in hun auto met vakantie in het buitenland.

De samenstellers konden kennelijk niet achterhalen waar deze foto is gemaakt en wanneer precies. Het bijschrift vermeldt alleen: ‘Jaren vijftig – Op de brommer op zoek naar een nieuw huis’. Opmerkelijk, want een van de sterke kanten van het boek is de historische details die in veel bijschriften worden gegeven. Hoewel er ook net iets te veel kneuterige zinnetjes in staan: ‘Wie oude foto’s uit die tijd bekijkt, zal bemerken dat feesten ook werkelijk hoogtepunten zijn, waarop ieder zich verheugt.’

Op tal van foto’s is de modernisering van de private en publieke voorzieningen het onderwerp. De eerste snelweg, de laatste tolweg, openbare zwembaden, stofzuigers, meubels, computers, woonwijken, scooters, Deltawerken, auto’s – alles is nieuw of wordt vernieuwd.

Wie daar het meest van hebben geprofiteerd zijn ongetwijfeld degenen die als kinderen op deze foto’s staan. De maatschappij werd in die naoorlogse jaren als een donsdeken geplooid om de baby’s die in de geboortegolf ter wereld kwamen en dit boek toont daar ruim de weerslag van: vaccinatieprogramma’s, zwemlessen, speeltoestellen en klaarovers op straat, attracties als de Efteling (1957) en een jeugdverkeerspark in Assen (1957), radio- en tv-programma’s als Kleutertje Luister (1946), Swiebertje (1955) en Pipo de clown (1958).

Ze zien er door en door tevreden en vrolijk uit. Alleen een cynicus zou er bij opmerken dat de leerlingen die met rooie wangen in de schoolbanken zitten, de peuter die schuchter aan de hand van zijn vader over de zee uitkijkt, de vissende jochies achter de nieuwbouw in Slotervaart, het jongetje bij de sigarettenautomaat – dat zij de vervloekte babyboomers van nu zijn, de pensioengerechtigden, die van alle kanten het verwijt krijgen dat ze zó goed voor zichzelf hebben gezorgd, dat de generaties na hen, van Sywert van Lienden tot Thierry Baudet, moeten kromliggen voor hún voorzieningen. Wie het boek helemaal doorgebladerd heeft, snapt het wel: de babyboomers weten domweg niet beter dan dat de wereld voor hen is ingericht.

René Kok, Erik Somers en Paul Brood: Het grote jaren 50 boek. Waanders, 368 blz. € 49,95

    • Bas Blokker