Vera stort zich op Marek en hij denkt aan de dood

Jan Balabán: Dona nobis pacem. Vert. + nawoord: Edgar de Bruin. Voetnoot, 64 blz. € 7,- ****

In de Moldaviet-reeks, waarmee Uitgeverij Voetnoot de schatkamer van de Tsjechische literatuur voor de Nederlandse lezer ontsluit, zijn drie nieuwe zakboekjes verschenen.

Het korte verhaal De nacht en de hoop (vertaling + nawoord Irma Pieper, € 7,-) van Arnost Lustig (1926-2011) speelt zich af in Theresienstadt, het Joodse getto en doorgangskamp. ‘Hoe moeten bejaarde mannen en vrouwen zich met blote handen verweren? Moeten ze dat soms van de Fransen, de Polen of de Tsjechen leren? Van de legers die zich zonder een schot te lossen na twee, veertien of negentien dagen hebben overgegeven?’

Dat vraagt een oude vrouw met wie hoofdpersoon Simon dicht opeengepakt leeft. De hoop op bevrijding bewaren, is voor Simon de enige mogelijke verdediging tegen de Duitsers. ‘Je niet overgeven is ook een vorm van verweer. Jezelf niet toestaan gek te worden.’ Met dit verhaal begon in de jaren vijftig het omvangrijke oeuvre van Lustig, die zelf Theresienstadt overleefde.

Dankzij Moldaviet maken we kennis met de jonge auteur Marek Sindelka (1984), die als een van de grootste Tsjechische talenten geldt. In Polaroid (vertaling + nawoord Edgar de Bruin, €8,-) laat een jongeman het toeval richting aan zijn leven geven: ‘Elke orde is beter dan chaos.’ Hij ziet een foto in een vuilnisbak liggen. ‘Een niet goed gelukte polaroidfoto van een meisje. Een niet al te knap meisje. Hoewel… Op het tweede gezicht had ze wel wat. Op het derde gezicht viel het weer tegen. Eigenaardig.’ Hij besluit verliefd op haar te worden. Polaroid is een grappig, licht vervreemdend verhaal met abrupte overgangen tussen de scènes, zoals in modern gemonteerde films.

Het opmerkelijkste verhaal is Dona nobis pacem, afkomstig uit het oeuvre van Jan Balabán (1961-2010). Een kunstschilder ligt na een val van zijn dak in eenzaamheid dood te gaan en kijkt terug op zijn leven, dat rijk was aan mislukkingen. Balabán verbindt deze verhaallijn verrassend met die van de toenadering tussen scholier Marek, schuchter in de liefde, en Vera, de dochter van de stervende schilder. De twee kunnen geweldig met elkaar praten, maar Marek zou ook nog weleens iets anders met Vera willen doen.

Op zekere dag lopen ze door het bos – druk pratend – wanneer een kudde wilde zwijnen rakelings langs jaagt. Het volgende moment stort een hartstochtelijke Vera zich boven op Marek. En waaraan denkt hij, dadelijk na die langverwachte ‘eerste keer’? Aan de dood! Maar hij is dan ook gymnasiast, bovendien een die Nietzsche leest.

    • Marco Kamphuis