Treinen zonder concurrent

Annemarie Jorritsma is er nog steeds trots op. Als minister van Verkeer en Waterstaat was zij eind jaren negentig nauw betrokken bij de privatisering van het spoorbedrijf en de opsplitsing in NS Reizigers en ProRail. Ze zou het zo weer doen, zei ze woensdag tegen de parlementaire enquêtecommissie van de Eerste Kamer die de effecten van de privatisering van verschillende openbare nutsbedrijven onderzoekt. Volgens haar zijn de efficiëntie en de service aan de reizigers er enorm op vooruitgegaan.

Vorige week nog pleitten topmannen van de NS ervoor om die splitsing ongedaan te maken. Die scheiding van competenties is inefficiënt. Ze gaven het voorbeeld van de vastgevroren wissel. Vroeger losten de machinist en de conducteur dat probleem meestal ter plekke op. Nu kan dat niet meer, want die wissel is niet van hen en ze moeten er met hun fikken afblijven. Dan wordt er een monteur gebeld, die vaak pas uren later arriveert.

Volgens Jorritsma was die splitsing juist goed en logisch. Want, zo zei ze, de wegen zijn toch ook niet in handen van busbedrijven die er gebruik van maken?

Precies, dat bedoel ik maar. Die wegen zijn in handen van de staat. Dat zou voor het spoorwegennet ook goed en logisch zijn. En het Nederlandse wegennet wordt niet exclusief gebruikt door één enkel busbedrijf. Dat is natuurlijk een nogal fundamenteel verschil.

En dat is de kern van het probleem. De theorie achter privatisering is dat die leidt tot concurrentie en dat concurrentie leidt tot verhoging van de kwaliteit. Maar ProRail heeft geen concurrentie en de NS evenmin amper. ProRail zou gedwongen worden de kwaliteit en de veiligheid te verbeteren als er ook nog een paar andere bedrijven waren die spoorlijnen aanleggen naast de spoorlijnen van ProRail en als de NS gaat kiezen welke van die verschillende spoorlijnen de beste is. Dat zou absurd zijn, maar zonder dergelijke concurrentie werkt het niet. Een zelfstandig bedrijf met een monopoliepositie dat moet denken in termen van winstoptimalisering, zal altijd het slechtst denkbare product leveren tegen de hoogst mogelijke prijs. Onderhoud en veiligheid zijn kostenposten die zoveel mogelijk moeten worden geminimaliseerd.

Dat is logisch.

    • Ilja Leonard Pfeijffer