Spaanse blok aan been voor ING cedula

ING is groot in Spanje, onder andere met de hippe internetspaarbank ING Direct. Door de vastgoedcrisis in Spanje loopt de bank grote risico’s. ING heeft 45 miljard euro aan leningen uitstaan – waarvan tweederde in vastgoed. Topman Jan Hommen waarschuwt.

Paniek in de tent bij ING? Bestuursvoorzitter Jan Hommen waarschuwde gisteren vanaf een congres van bankenlobby-club IIF in Kopenhagen voor de situatie in Spanje. „Als het daar mis zou gaan, hebben we een groter probleem dan in Griekenland”, zei hij voor de NOS-camera. Spanje, vindt Hommen, moet snel en op de juiste manier gered worden.

Dat Spanje een probleem vormt in de eurocrisis is genoegzaam bekend. Het land kampt met een bankencrisis, die grotendeels veroorzaakt wordt door de aanhoudende malaise op de vastgoedmarkt. En via de balansen van de banken wordt het hele land geraakt. De regering dwong noodlijdende spaarbanken (cajas) tot een fusie en moest al tientallen miljarden aan noodhulp in de financiële sector pompen om een implosie te voorkomen. Als gevolg stijgt de rente op de Spaanse staatsschuld snel en pleiten steeds meer belanghebbenden ervoor om Spanje (na Griekenland, Ierland en Portugal) ook aan te sluiten op het Europese noodfonds-infuus. Internationale persbureaus meldden vanmorgen dat Spanje, na lang dralen, dit weekend die steun zou gaan aanvragen.

Dat uitgerekend Jan Hommen zich nu over de kwestie uitspreekt, is veelzeggend. ING maakt zich zorgen, want ING is Big in Spain. Er is een goedlopende tak van ING’s mondiale succesnummer ING Direct (een hippe internetspaarbank met 18,5 miljard aan Spaans spaargeld) en er zijn investeringen, heel veel investeringen. In totaal heeft het concern voor 44 miljard euro aan leningen uitstaan in het land, waarvan 66 procent gerelateerd aan vastgoed. Grotendeels via de bank (41 miljard), de rest via de verzekeraar.

ING loopt het grootste risico met rechtstreekse leningen aan bedrijfsleven, banken en vastgoedsector (9,4 miljard eind 2011), schreef Rabo-analist Cor Kluis vorige maand. Verder is er, mede dankzij ING Direct, een hypothekenportefeuille van 9,2 miljard. Die presteert met een wanbetalingspercentage van 0,5 beter dan het landelijke gemiddelde van 3.

De rest (ruim 20 miljard euro) zit in hypotheekobligaties, waarvan driekwart in zogenoemde cedulas hypotecarias, obligatieleningen met onderpand (covered bonds). Normaal gesproken gelden de verstrekte hypotheken als onderpand, de cedulas bieden nog een extra garantie. Niet alleen de in de obligatie ondergebrachte hypotheken dienen als onderpand, de hele hypotheekportefeuille van de bank telt mee. Als het mis gaat met de hypotheken in de eigen obligatie, maakt ING dus als preferente partij aanspraak op de overige hypotheken van de bank. Spanje (en Duitsland, met zijn Pfandbriefe) trokken de afgelopen jaren veel beleggers aan met deze dubbel gedekte leningen.

De analogie met die ándere vastgoedcrisis dringt zich op. Toen begin 2007 de huizenprijzen in de VS begonnen te dalen, bleek ING ook extreem kwetsbaar te zijn. Net als in Spanje had het concern in de VS een succesvolle tak van zijn internetspaarbank ING Direct opgezet, die tientallen miljarden aan spaargeld had opgehaald. De kracht van de internetspaarbank bleek tevens haar zwakte: bij gebrek aan fysiek kantorennetwerk kon ING Direct USA de miljarden niet omzetten in hypotheken. En dat terwijl Amerikaanse wetgeving ING verplichtte minimaal de helft van het Amerikaanse spaargeld ook weer in de VS om te zetten in leningen. In plaats van eigen hypotheken te verstrekken, kocht de bank zich daarom uiteindelijk voor 32 miljard dollar (bijna 26 miljard euro) in op de zogenoemde secundaire hypotheekmarkt, waar pakketten gebundelde hypotheken werden opgeknipt en doorverkocht als hypotheekobligaties.

Aanvankelijk koos ING voor de superveilige – want indirect door de Amerikaanse overheid gegarandeerde – obligaties van hypotheekgiganten Fannie Mae en Freddie Mac. Later, toen de markt van hypotheekobligaties op hol sloeg, verschoof de interesse naar de zogenoemde Alt-A-hypotheken. Veilige beleggingen met een hoog rendement, zo luidde de verklaring. Totdat de crisis uitbrak. Uiteindelijk moest de Nederlandse staat voor 28 miljard dollar aan Alt-A’s overnemen van ING, omdat de dalende waarde daarvan de bank fataal dreigde te worden.

Anders dan in de VS had ING in Spanje de vrijheid om het geld weg te sluizen en elders te beleggen. Het is de keuze van de ING Groep geweest het ING Direct spaargeld om te zetten in cedulas, juist vanwege de dubbele garantie. Daar staat de bank nog steeds achter, blijkt uit een reactie: „Samen met de Duitse Pfandbriefe is de markt voor cedulas de grootste en meest liquide markt voor dit soort instrumenten in Europa.”

Ook analist Kluis van Rabobank noemde het risico dat ING in Spanje loopt „hanteerbaar”, de bank kan de Spaanse crisis nog wel even opvangen. Hij schatte het directe risico voor ING op 2,2 miljard euro, juist omdat tweederde van de 45 miljard euro in hypotheken en de dubbel gedekte cedulas zit.

Maar dubbel gedekt of niet, als, zoals nu in Spanje, de hele bankensector op het punt van omvallen staat, is geen belegger meer veilig. De opmerkingen van Hommen misten hun uitwerking niet. Het aandeel ING verloor vanmorgen op de beurs aanvankelijk 4 procent, op een overigens dalende beurs.

Een redding van Spanje is daarmee ook een redding voor ING. Zo bezien komen de geruchten over een Spaans beroep op het noodfonds net op tijd. Voor Hommen, en ook voor de Nederlandse staat.