Slaap Europa Slaap

Het is de grootste verdienste van het Europese project: vrede. Maar het breed gedeelde geloof dat het ook wel vrede zal blijven, keert zich nu tegen ons. De ernst van de crisis wordt erdoor onderschat.

Redacteur Internationale betrekkingen

In Nederland is het volstrekt uitgewerkt, het argument dat de Europese eenwording ons decennia van vrede en voorspoed heeft gebracht. Ook nu de hele Europese constructie wankelt, zie je er amper nog een politicus mee aankomen.

Stel je voor, de kiezer mocht er eens iets achter zoeken. „Ik ben geen eurofiel”, verzekerde premier Rutte ons dinsdag voor alle zekerheid na een gesprek met Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad. Rutte had zijn nerveuze ontkenning van eurofiele neigingen nodig om daarna te durven zeggen dat hij – even diep ademhalen – „ook niet tegen Europese samenwerking” is.

Niet tegen – alsof het hem eigenlijk onverschillig laat.

We verdienen de kost in Europa, legde staatssecretaris Knapen van Europese Zaken begin deze week nog maar eens uit. Tachtig procent van wat we verhandelen gaat naar Europa. De Rotterdamse haven zou nergens zijn zonder Europa. Maar de premier piept dat hij ‘niet tegen’ is.

En dat is dan alleen nog de economische kant van de zaak. De Europese integratie is van het begin af aan ook een politiek project geweest. Het heeft behalve grote welvaart, ook stabiliteit gebracht op een continent waar generatie na generatie oorlog was gevoerd. Met dank overigens aan de Verenigde Staten en de NAVO, die voor de veiligheidsparaplu zorgden waaronder Europa zich economisch kon herstellen.

Nog steeds is Europa niet alleen economisch, maar ook politiek en zelfs strategisch cruciaal voor onze positie in de wereld. „Je kunt dit land niet verplaatsen”, in de woorden van Knapen. En hetzelfde geldt voor Duitsland, Frankrijk, Polen, Spanje, Griekenland en de rest. De huidige crisis, waarbij sommigen de euro of zelfs de hele Europese Unie al achteloos afschrijven, richt behalve financiële ook politieke en strategische schade aan.

In Nederland dringt de ernst van de crisis niet door. Maar in Brussel en de grote Europese hoofdsteden wordt steeds duidelijker dat juist verdere integratie de beste kans biedt op een uitweg uit de problemen. Angela Merkel draait er niet meer omheen: Europa moet op termijn een politieke unie worden. „We hebben meer Europa nodig”, zei ze gisteren. „We hebben niet alleen een monetaire unie nodig, maar ook een begrotingsunie. We moeten stap voor stap bevoegdheden aan Europa overdragen.” Zo worden de banken straks op Europees niveau gereguleerd en overeind gehouden, verliezen landen nog meer controle over hun begroting en wordt de kern van het politieke bedrijf een gemeenschappelijk Europese aangelegenheid.

En als sommige landen niet zover willen gaan? Jammer voor hen. „We moeten niet blijven steken omdat de ene of de andere nog niet mee wil”, zei de kanselier gedecideerd. Nederland is gewaarschuwd: Duitsland wil snel verder, ook als dat tot een Europa van twee snelheden leidt. En dat plaatst Nederland voor een dringende keuze: doen we mee met Duitsland, onze belangrijkste economische partner, of haken we af? Gaan we mee naar die politieke unie, of gaan we op eigen houtje proberen te overleven? Die vraag speelt nú. Merkel en de anderen zijn niet van plan te wachten tot Nederland op 12 september naar de stembus is geweest. Het gaat soms snel in Europa, de crisis dringt.

Er staat veel op het spel. Maar de meeste Nederlandse politici willen de kiezers niet met deze onvermijdelijke keuze confronteren. Terwijl juist nu het moment is om mee te praten in Brussel en open kaart te spelen met de kiezer. Wanneer politici als Rutte wel inzien dat het in ons belang is om een gezamenlijke Europese oplossing te zoeken, maar het in het zicht van verkiezingen niet hardop durven zeggen, er niet mee op de bres gaan staan, waarom zitten ze dan in de politiek?

Het is een echt dilemma, zegt de Leidse emeritus hoogleraar A. van Staden. Tegenover het belang van het overeind houden van de euro „staat dat dit soort maatregelen sterke populistische reacties kan oproepen”. Vooral voor dat laatste risico zijn veel Nederlandse politici bang. Banger dan voor het risico dat de Europese Unie uiteenvalt.

Het einde van de Europese Unie, wat zou dat voor ons Europeanen betekenen? Dat weet niemand. Gaat dan ‘het licht uit’, zoals oud-minister Brinkhorst in 2005 voorspelde in het geval Nederland ‘nee’ zou zeggen tegen de Europese Grondwet? Zullen de politieke spanningen tussen landen hoog gaan oplopen? Zal het nationalisme toenemen, of zelfs de vrede in gevaar komen?

„We leven in een zeer angstige tijd. Een scheuring van de eurozone of de Europese Unie is niet ondenkbaar”, zegt Van Staden. Maar dat de Europese crisis ontaardt in een gewapend conflict, noemt hij „nauwelijks voorstelbaar”. Zelfs bij een nachtmerriescenario is de kans heel gering dat de conflicten zó oplaaien dat de geweldsoptie in beeld komt. Dat neemt niet weg dat de crisis verregaande negatieve gevolgen heeft – denk alleen maar aan het cynisme waarmee China nu over Europa spreekt. Ook de relatie met de VS zal lijden onder crisis. En omdat we het zuiniger aan moeten doen, zal Europa minder in staat zijn om zich te beschermen tegen onrust in de periferie.

De verwachting dat het vrede blijft, zit heel diep. En dat is volgens Van Staten op het conto van de Europese integratie te schrijven.

Maar het zorgt tevens voor een tragische paradox. De grote verdienste van het Europese project, het vertrouwen dat het geen oorlog meer wordt, is in Nederland de grote bedreiging van het Europese project geworden. Het succes van de Europese eenwording heeft ons in slaap gesust. We vertrouwen er blind op dat het geen oorlog meer wordt. En daardoor zien we over het hoofd dat de huidige crisis behalve economische, ook grote politiek-strategische gevaren met zich meebrengt.

Dat we na de Tweede Wereldoorlog een ongekend lange periode van vrede in Europa hebben meegemaakt is deels, maar zeker niet alléén aan de Europese integratie te danken. Amerika en de NAVO speelden een beslissende rol. De aartsvijanden Frankrijk en Duitsland sloegen de handen niet alleen ineen omdat ze het verleden wilden begraven, voordeel zagen in economische samenwerking of geloofden in de Europese droom. Ze deden het ook omdat Amerika en de NAVO het mogelijk maakten.

De Amerikanen hielden in die jaren in West-Europa niet alleen de Sovjet-Unie en het communistische blok buiten de deur, ze beschermden ook de Duitsers en de Fransen tegen elkaar. Ze zorgden er bovendien voor dat de kleinere landen met de Europese integratie konden instemmen zonder te hoeven vrezen dat ze opnieuw door een grote buur overheerst en onderdrukt zouden worden. En na de val van de Berlijnse Muur baande de uitbreiding van de NAVO met landen uit het voormalige Oostblok vervolgens de weg voor de grote uitbreiding van de Europese Unie naar het oosten.

Veiligheid en economie, de NAVO en de Europese Unie, ze waren nooit los van elkaar te zien – en zijn dat nog steeds niet. „De Europese crisis begint steeds meer een politieke crisis te worden, die uiteindelijk gevolgen op veiligheidsgebied zal hebben”, zegt Fred Kempe, voorzitter van de Atlantic Council, een Amerikaanse organisatie die transatlantische samenwerking bevordert. Daarom is de crisis inmiddels ook een zaak voor de NAVO, betoogde Kempe onlangs in een column. „Niet zozeer omdat de crisis leidt tot bezuinigingen op defensie”, zegt hij in een telefonische toelichting. „Maar omdat de Europese stabiliteit eronder lijdt. Vijandigheid tussen nationaliteiten steekt voor het eerst in decennia haar lelijke kop weer op in de Europese Unie. Kijk maar naar de anti-Duitse gevoelens in Griekenland. Ook in Spanje begin je dat al te zien.”

Daar komt bij dat de aantrekkelijkheid van Europa als model voor groei en democratie ernstig wordt aangetast door de crisis. Amerika maakt zich verder grote zorgen omdat de crisis ons economische herstel hindert. Het kan Obama zijn herverkiezing kosten. Alles bij elkaar levert deze situatie het Westen een aanzienlijk verlies op van macht en invloed in de wereld. China en Rusland kunnen daarvan profiteren, en meer dan nu hun stempel gaan drukken op de internationale verhoudingen.

De crisis van de eurozone is op dit moment „de grootste bedreiging van de veiligheid voor de NAVO”, meent Kempe. Het bondgenootschap zou daarom het vrijwel vergeten artikel 2 van het NAVO-verdrag moeten afstoffen, waarin staat dat de lidstaten ‘zullen trachten tegenstellingen in hun internationale economische politiek op te heffen’, en dat ze ‘elke vorm van individuele of collectieve onderlinge economische samenwerking zullen aanmoedigen’. „Ik bedoel niet dat de NAVO moet ingrijpen”, zegt Kempe. „Maar als ze er alleen al een bijeenkomst aan wijdt, is dat een belangrijk signaal.”

De Koude Oorlog met het Oostblok is lang en breed voorbij, we leven nu in het tijdperk van de wereldwijde concurrentie. Dat creëert andere strategische belangen: ontwapeningsakkoorden zijn nu minder belangrijk dan handelsverdragen. Maar daarvoor hebben we wel een stevig Europa nodig. „Een zwakke en naar binnen gekeerde Europese Unie, op een moment dat de VS ook kampen met een schuldencrisis en met politieke verlamming? Dat kan ernstige geopolitieke gevolgen hebben”, zegt Kempe. „Ik weet niet hoe de situatie in het Midden-Oosten en Noord-Afrika er bijvoorbeeld had uitgezien als het Westen krachtig en verenigd was geweest, maar vast heel anders.”

Eurosceptici hebben vaak gezegd dat we best zonder de geopolitieke rol van de Europese Unie kunnen. We hebben immers de NAVO nog? Maar dat is geen geruststelling. De Verenigde Staten, de dominante speler in het bondgenootschap, richten zich niet alleen economisch maar ook politiek en militair steeds meer op Azië. De Europeanen zullen hoe dan ook zélf meer verantwoordelijkheid moeten nemen.

En hoe kan dat anders dan samen?

    • Juurd Eijsvoogel