Rwanda steunt muiters in Oost-Congo

Sinds 2009 leken Congo en Rwanda voorzichtig betere relaties op te bouwen. Nu blijkt Kigali opnieuw een militie te steunen in Oost-Congo. Daar zitten oude vijanden en grondstoffen.

Een Congolees gezin is het dorp Kibumba ontvlucht en op weg naar Goma. Kibumba is ingenomen door de militie CNDP. Foto AP

Zo’n dertig jongeren zaten twee weken geleden een film te kijken in een provisorische bioscoop in het Rwandese district Musanze, een bergachtig gebied langs de grens met Congo. Ineens stopte een vrachtwagen met militairen langs de weg. Ze dwongen de jongens hardhandig in de truck en brachten hen naar een kamp van het Rwandese leger. De jongens kregen wapens en munitie in handen gedrukt, waarna ze naar de Congolese grens moesten lopen. „We kregen we het bevel om te vechten. We hadden geen enkele training gehad.”

Dit vertelt een Rwandese jongen in een rapport van Human Rights Watch dat deze week bevestigde dat Rwanda nog altijd de oorlog in buurland Congo voedt. De strijders aan wie Rwandese militairen de jongens overdroegen waren muiters onder leiding van de Congolese generaal Bosco Ntaganda. Hij wordt door het Internationaal Strafhof gezocht voor oorlogsmisdaden.

Ntaganda is eind maart met een paar honderd strijders gedeserteerd uit het Congolese leger, waarmee hij nu in een hevige strijd is verwikkeld.

Human Rights Watch beschuldigt het Rwandese leger ervan de muiterij van Ntaganda te steunen met wapens en 200 tot 300 rekruten, veelal Rwandese burgers die onder dwang zijn geronseld. Sommigen zijn nog kinderen. De Verenigde Naties kwamen vorige week met vergelijkbare aantijgingen in een intern memo dat uitlekte naar The New York Times.

Het rapport van HRW geeft de beschuldigingen meer gewicht. De organisatie baseert zich op gesprekken met 23 mensen die de muiters zijn ontvlucht. Ook sprak ze met Congolese officieren, muiters, VN-functionarissen en ooggetuigen in Rwanda die Ntaganda zagen in gezelschap van Rwandese officieren.

„Rwanda schendt niet alleen het wapenembargo dat de VN-Veiligheidsraad heeft ingesteld tegen Congo”, zegt Anneke van Woudenberg, die voor HRW onderzoek doet in Congo. „Het Internationaal Strafhof heeft ook een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Ntaganda. Bovendien staat hij op de sanctielijst van de Veiligheidsraad en is Rwanda verplicht om hem te arresteren als hij op Rwandees grondgebied komt.”

De Rwandese regering ontkent de aantijgingen en beschuldigt de mensenrechtenorganisatie van een „roekeloze mediashow”.

Het is niet de eerste keer dat blijkt dat Rwanda een militie in Oost-Congo steunt om greep te houden op het grondstofrijke gebied. Wat ook meespeelt, is de aanwezigheid van de FDLR, een militie van extremistische Hutu’s die in 1994 in Rwanda meededen aan de genocide en nadien naar Oost-Congo vluchtten.

Om de FDLR te verslaan, steunde Rwanda in 2006 de opstand van de Congolese krijgsheer Laurent Nkunda, die de Tutsi’s zei te willen beschermen tegen extremistische Hutu’s. Een kwart miljoen burgers vluchtten voor het geweld. Nkunda’s CNDP vermoordde honderden mensen. Nkunda werd in 2009 gevangengenomen na een gezamenlijk offensief van Congo en Rwanda en zit sindsdien in de cel in Kigali.

Na de ondertekening van een vredesakkoord werden de strijders van de CNDP geïntegreerd in het Congolese leger. Maar daardoor hebben ze hun macht in Oost-Congo alleen maar verder kunnen uitbreiden. „Het is eigenlijk een leger binnen het leger met een parallelle commandostructuur”, zegt Van Woudenberg. „Ze hebben omvangrijke handelsbelangen in de regio en controleren de smokkelroutes naar buurlanden.”

De machtige generaal Ntaganda is een van hen. Voor de muiterij bewoog hij zich vrijelijk in heel de provincies Noord- en Zuid-Kivu. Hij onderhield een netwerk van bedrijven, waaronder ranches en hotels. Terwijl het Strafhof een arrestatiebevel tegen hem had uitgevaardigd, speelde hij tennis en dineerde hij in de provinciehoofdstad Goma. Congolese politici, VN-blauwhelmen en diplomaten keken machteloos toe.

De Congolese president Joseph Kabila wilde Ntaganda lang niet arresteren omdat dit de vrede in Oost-Congo in gevaar zou brengen. Na de veroordeling van de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga in maart voerde het Strafhof de druk op om Ntaganda op te pakken. Hij was immers een hoge commandant in Lubanga’s militie en wordt verdacht van dezelfde misdaden. Ntaganda muitte, maar kreeg slechts zo’n 600 strijders mee. „De muiterij was niet bijster succesvol”, zegt Van Woudenberg. „Vandaar dat Rwanda de helpende hand bood.”

Van Woudenberg verdenkt Rwanda ervan dat het wil voorkomen dat het CNDP-netwerk wordt ontmanteld. „Zo houden ze een vooruitgeschoven groep in Oost-Congo, waar zij aanzienlijke macht hebben. De CNDP is een buffer tegen de Hutu-extremisten van de FDLR. En via de CNDP kunnen ze hun belangen in de grondstofhandel veiligstellen.”

De tactiek van de Rwandese regering doet denken aan de steun aan de opstand van Nkunda in 2007. Maar de huidige rebellie is lang niet zo omvangrijk als destijds. Terwijl Nkunda bevel voerde over 5.000 strijders, een groot gebied controleerde en zelfs dreigde naar de hoofdstad Kinshasa op te rukken, zit Ntaganda met een paar honderd man verschanst op een aantal heuvels. Volgens militaire experts kunnen ze het daar een tijd uithouden, zolang Rwanda wapens en munitie blijft leveren.

Vooralsnog hebben de beschuldigingen van HRW nog niet geleid tot een openlijk conflict tussen Rwanda en Congo. „De Congolezen werken hard om de communicatielijnen open te houden”, zegt Van Woudenberg. „Ze worden aangemoedigd door de internationale gemeenschap. Maar binnenskamers zijn ze zeer verontrust, wat tot gespannen ontmoetingen leidt tussen Congolese en Rwandese functionarissen.”

Ironisch genoeg heeft de muiterij ertoe geleid dat de FDLR terrein heeft gewonnen. Het Congolese leger was juist aan een offensief begonnen tegen de militie, maar richtte zich daarna op de muiters. De FDLR heeft zijn aanvallen op burgers opgevoerd. Burgermilities lanceren uit wraak tegenaanvallen op iedereen die ze ervan verdenken de FDLR te steunen. In deze cyclus van geweld en tegengeweld zijn de laatste weken honderden burgers omgekomen.

Volgens de VN zijn inmiddels honderdduizend mensen op de vlucht geslagen voor het geweld. Voor sommigen van hen is het al de derde keer dat ze ontheemd raken door de eindeloze reeks conflicten tussen krijgsheren, milities en rebellengroepen in Oost-Congo.