Pragmatische poetskracht

De stad van het strand kleurt volgende week even groen. In Rio de Janeiro komen van 20 tot en met 22 juni duizenden politici en vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties en van het internationale bedrijfsleven samen om te praten over de staat van de planeet. Twintig jaar geleden was de Braziliaanse stad ook al het decor voor de Earth Summit, de eerste grote conferentie die de Verenigde Naties aan dit onderwerp besteedde. Toen was sprake van ‘doorbraken’ op het gebied van klimaatafspraken. Die hoeven we nu niet te verwachten. En dat is jammer, want ze zijn nog harder nodig dan toen.

Dit soort conferenties is gedoemd tot het niet waarmaken van een gehoopt eindresultaat. Hoe krijg je in godsnaam al die mensen op één lijn? Het werkt vaak onbevredigend, maar de wereld heeft nog steeds geen beter inspraakmodel bedacht. Dus voorlopig modderen de VN verder aan en vliegen straks zo’n 10.000 mensen vanuit alle hoeken van de wereld naar Brazilië. Wie de CO2-uitstoot van al die vluchten wil compenseren, moet een tropisch bos planten.

Maar laat ik niet te cynisch zijn, want in de voorbereiding op de top is veel gebeurd dat hoopgevend is. Neem Nederland zelf waar het Nationaal Platform Rio+20 onder leiding van hoogleraar Louise Fresco inspirerende ideeën en initiatieven verzamelde voor een snelle transitie naar een groene economie. Zo ontstond een lijst van ‘tien prioriteiten voor een duurzame toekomst’. De helft daarvan is business gerelateerd en dat bewijst nogmaals dat het bedrijfsleven de change agent is die de VN maar niet worden. De noodzakelijke verandering in de wereld komt niet van de politiek maar van de bedrijven.

Bij die transitie naar een groene wereldeconomie is een belangrijke rol weggelegd voor twee Nederlanders: Peter Bakker en Paul Polman. De eerste is president van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), een invloedrijk samenwerkingsverband van de 200 grootste bedrijven ter wereld die zich samen inspannen voor duurzame ontwikkeling. Polman zit in het bestuur van de WBCSD en maakt als bestuursvoorzitter van Unilever indruk met de verduurzaming van zijn concern.

Beiden maken indruk met hun pragmatische focus op actie. En bij beiden valt ook op dat ze een beetje klaar zijn met het eindeloos herhalen van hun inzicht. Ze willen poetsen, niet langer lullen. Het is tijd voor concrete oplossingen en die komen dus van het bedrijfsleven en, zo zegt Bakker, van steden: daar moeten we beginnen om de wereld zichtbaar en voelbaar duurzaam te maken. Daar wonen de meeste mensen, is de schaal overzichtelijk en de kracht van het doorvertellen groot.

Als Rio iets concreets kan opleveren, ligt daar een kans. En dat is tussen alle compromissen straks ook de winst die overheden kunnen behalen: geef bedrijven en steden meer ruimte om het verschil te maken in een groene economie. Dan verwaait de kritiek op een weinigzeggende slottekst en kleurt het strand in Rio echt groen.

Max Christern

De auteur is journalist, moderator en oud-redacteur van deze krant.

    • Max Christern