Postman Sam durft nog wel te werken

Als je maanden geen bekeuring ontvangt, weet je dat de posterijen staken. „Al vier maanden, meneer”, zucht de bewaker van mijn flat. De post is normaal het hoogtepunt van zijn dag, een doorbreking van de sleur. Hoofdschuddend beklaagt de Zimbabweaan zich maar weer eens over de Zuid-Afrikaanse arbeidsmentaliteit. „Altijd staken, die mensen.”

Het is waar. Nergens in de wereld wordt zoveel gestaakt. Tussen 2006 en 2011 verloor Zuid-Afrika er per 1.000 werknemers 322 werkdagen door. Het is het enige drukmiddel dat vakbonden hebben om de enorme kloof tussen arm en rijk kleiner te maken. Maar daar heb je weinig aan als je post verwacht.

Het postagentschap op de hoek blijkt open. De mensen van het distributiecentrum, zegt de loketjuffrouw, stellen het zeer op prijs als ik wat brieven kom ophalen. Niets te veel gezegd. Het kantoortje van mail controller Sam is bedolven onder de post. Overal rode kratjes met brieven en tijdschriften. Ongesorteerd. Sam en zijn trouwe assistent Robert zijn de enige twee die werken, de rest durft niet meer. „Op 2 april zijn ze hier langs geweest, de stakers”, vertelt Sam. „Ze hebben alles overhoop gegooid.” Ook de banden van de postfietsen zijn lek geprikt. Nu staat er een bewaker voor de deur.

In de kranten lees ik vrijwel niets over de staking. De leiding van het postbedrijf schijnt opgestapt te zijn, maar onderhandelingen leiden nergens toe. Geen van de partijen wil toegeven dat ook hier postbezorging een relikwie uit een analoog verleden aan het worden is.

Tevreden diept Robert een kratje op. Een halve meter brieven, allemaal voor mijn flat. De zendingen geven een aardig inkijkje in de financiële huishouding van de buren: aanmaningen, rekeningen, ook een paar bekeuringen. Maar niet voor mij.

Correspondent Zuidelijk Afrika