Peking pept economie op met lagere rente

China heeft gisteren, voor het eerst sinds het uitbreken van de financiële crisis, de rente onverwachts verlaagd. Peking wil de groei aanzwengelen en een politieke wisseling van de wacht versoepelen.

A woman pushes a baby stroller carrying her daughter past a poster advertising a Dior handbag outside a shopping mall in Nanjing, Jiangsu province April 18, 2012. REUTERS/Sean Yong (CHINA - Tags: SOCIETY WEALTH) REUTERS

Oscar Garschagen

Zou de Duitse kanselier Angela Merkel bij het besturen van de Europese economie wel eens jaloers zijn op haar Chinese collega’s. Haar communistische vrienden op de brug van de tweede economie van de wereld worden niet gehinderd door ingewikkelde besluitvorming, politieke tegenspraak, luidruchtig verzet of schuldenbergen.

Als het slecht, of beter gezegd, wat minder goed gaat dan draaien de Chinese leiders aan een paar knoppen en de technici in de machinekamer van de Centrale Volksbank en de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie gaan meteen aan het werk.

Het onverwachte besluit om met ingang van vandaag de kosten van bankleningen voor bedrijven te verlagen met een kwart procent naar 6,31 procent is daar een goed voorbeeld van. Geen financiële expert had op deze door de markten bejubelde renteverlaging, de eerste in vier jaar, gerekend. Van een openbare discussie was geen sprake.

Het resultaat: niets dan lof voor de Chinese leiding. De markten, de analisten en de multinationale grondstoffenondernemers reageerden vandaag eensluidend blij. God zij gedankt voor het bestaan van China, want zonder China zou de wereldeconomie er veel slechter voorstaan, was, vrij vertaald, de teneur van de in veel jargon verpakte reacties.

Voor het rentebesluit zijn tal van economisch-technische verklaringen: de export naar de Europa en de Verenigde Staten keldert, de vraag naar Chinese schepen en staalproducten daalt en ook de binnenlandse vraag koelt af als gevolg van de maatregelen om de gekte op de huizenmarkt te bedwingen.

De leiders van de Communistische Partij hebben echter vooral een politiek motief om nu al op de stimuleringsknop te drukken. 2012 is in China een politiek gevoelig jaar. Een hele generatie van topleiders, onder wie president Hu Jintao en premier Wen Jiabao, gaat met pensioen. De overdracht van de macht is per definitie riskant en verloopt ook nu allerminst geruisloos, zoals blijkt in de Bo Xilai-affaire. De selectie van een nieuwe lichting leiders – niet alleen in het Politbureau, maar ook in de partijbureaucratie – is in volle gang.

Grote onrust over de economie, zoals in 2008 toen 20 miljoen mensen als gevolg van de westerse bankencrisis hun baan verloren, past niet in het gewenste scenario in de aanloop naar het 18e Volkscongres in oktober. „Handhaven van sociale stabiliteit” heeft prioriteit. De economie, grotendeels in handen van de staat, moet daarom ook dit jaar groeien met de aangekondigde 8,1 procent, en liefst nog wat meer.

Het feit dat de rente onverwacht wordt verlaagd, betekent dat het lang niet zeker is dat deze doelstelling wordt gehaald, zelfs niet door het manipuleren van de getallen. Sommige Chinese economen denken dat de resultaten op het gebied van export, investeringen, huizenprijzen en consumentenbestedingen in april en mei veel zwakker waren dan zelfs officieel wordt toegegeven.

Uit de grote sectoren (staal, scheepsbouw, maakindustrie) komen onheilspellende berichten: de helft van de 1.600 scheepswerven staat op kapseizen. In het eerste kwartaal bedroeg de groei volgens officieuze rekenarij van enkele Hongkongse columnisten slechts 1,8 procent. Dat zou omgerekend neerkomen op net iets meer dan 7 procent per jaar.

Van sociale onrust, zoals in 2008, is nog lang geen sprake en er zijn in de delta’s van de Parelrivier en de Yangtze nog altijd arbeidstekorten. Er is werk in overvloed en dat drijft de lonen op. Maar voor de Chinese leiders die altijd beducht zijn op ontwikkelingen die hun machtspositie kunnen bedreigen is dat nauwelijks een geruststelling. Zeker niet als de belangrijkste afzetmarkt, de Europa, zich niet herstelt.

Zij en vooral de lokale leiders, onder wie de machtige provinciale partijleiders, zouden het liefst het kunststuk van 2008 herhalen. In dat jaar werd de economie aangezwengeld met een omvangrijk stimuleringspakket ter waarde van 10 procent van het Chinese bbp, dat inmiddels is uitgewerkt. Economen zeggen dat herhaling van ‘2008’ niet wenselijk is, want lokale overheden kampen nog steeds met grote schulden en de inflatie als gevolg van het stimuleringspakket van destijds is nog steeds aan de hoge kant.

Toch wijzen alle tekenen erop dat een minder omvangrijk stimuleringspakket zonder veel ophef in werking is gesteld. Onder het mom van ‘vergroening van de economie’ worden op het ogenblik honderden miljoenen euro’s gepompt in de vernieuwing van rioolsystemen, windenergieparken, elektriciteitsnetwerken en projecten om vervuilde rivieren en landerijen schoon te maken. Ook gaan er grote bedragen naar de watervoorziening, milieuvriendelijke afvalverwerking en wordt de bouw van 36 miljoen sociale woningen versneld.

Het weekblad Nanfang Zhoumo (Zuidelijk Weekend) in Guangdong schrijft niet voor niets over „delicaat en intelligent stimuleren”. Dat geldt dan niet voor elke regio, want in de zuidwestelijke metropool Chongqing wordt zwaar financieel en politiek geschut ingezet.

In Chongqing is de afgezette partijsecretaris en voormalige kandidaat voor het kleine comité van het Politbureau, Bo Xilai, nog steeds zeer populair. Om de bevolking te apaiseren en de economie te stimuleren krijgt iedere bewoner die vanaf morgen een nieuwe auto, motorfiets, ijskast, minibus of lichte vrachtwagen koopt een korting tot 10 procent.