'Patiënten hebben gemiddeld 100 euro aan medisch materiaal thuis liggen'

Nederland, Nijmegen, 17-7-2011 De tent van het Rode Kruis met stretchers en prikatributen waar vanaf dinsdag 4daagselopers hun blaren kunnen laten prikken. Rolletjes pleisters. Foto: Flip Franssen

De aanleiding

Er moet een einde komen aan verspilling in de zorg. Dat zei demissionair minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag tijdens een zorgcongres in Den Haag. Ze is geschrokken van cijfers waaruit blijkt dat patiënten in de thuiszorg voor gemiddeld 100 euro aan overgebleven medicijnen, verbandmiddelen en andere materialen in huis hebben liggen. Het is tijd voor maatregelen, vindt ze: producenten moeten kleinere verpakkingen maken, thuiszorginstellingen moeten grote verpakkingen voor meer dan één patiënt kunnen gebruiken en overgebleven verbanden en medicijnen moeten worden hergebruikt. „Zonder dat de patiënt er minder van wordt, kunnen we zo miljoenen euro’s besparen.”

Het nieuws stond in alle dagbladen (waaronder de Volkskrant, Trouw en De Telegraaf), op verschillende internetsites (nu.nl, artsennet.nl), het was te horen op Radio 1 en te zien in het NOS-journaal. Iedereen, inclusief nrc.next, meldde hetzelfde: dat er voor 100 euro per patiënt wordt verspild. Klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Het cijfer is afkomstig uit een item van Nieuwsuur, van vrijdag 1 juni. In dat item vertelt de voice-over dat thuiszorgorganisatie Buurtzorg Nederland een enquête heeft gehouden onder 30 teams. En uit die studie blijkt dat de helft van die teams aangeeft dat er er per thuiszorgpatiënt rond de 100 euro wordt verspild.

We gaan op zoek naar het onderzoek. De algemeen directeur van de commerciële organisatie Buurtzorg Nederland zegt dat het „slechts om een enquête gaat, niet om een onderzoek”. Hij pleit wel voor een uitgebreide studie. En hij moet er even over nadenken of hij de enquête wel wil geven. Ondertussen kloppen we aan bij het ministerie van Volksgezondheid. Die zullen het rapport wel hebben, aangezien minister Schippers het cijfer van Buurtzorg aanhaalt in haar betoog. Maar dat blijkt niet het geval, zegt een woordvoerder. „Ze heeft gewoon de uitzending van Nieuwsuur gezien.”

Hoe is er gemeten?

Na herhaaldelijke verzoeken komt de enquête binnen. Het betreft alleen geen eindrapport, maar slechts een stapel ingevulde formulieren – zonder verantwoording of conclusies. In totaal gaat het om 39 formulieren, waarvan er vijf dubbelen. Zeven stuks zijn anoniem, twee daarvan zijn waarschijnlijk ook nog dubbel. We houden over: 32 formulieren.

De respons lijkt redelijk verspreid over het land, van Geleen tot Veendam en van Gaasterland tot Vlaardingen.

Directeur Jos de Blok vertelt via de mail dat er 30 teams zijn die de enquête hebben ingevuld. Maar wij komen dus op 32 formulieren van 32 teams. Die teams zouden bestaan uit 10 tot 12 verpleegkundigen. Maar die hebben niet allemaal meegewerkt: één persoon per team heeft één enquête ingevuld.

Op de formulieren staan drie stellingen en één vraag.

Stelling 1. Er blijven bij veel cliënten grote hoeveelheden medicatie, verband/ incontinentiemateriaal over (graag een inschatting maken):

bij 25 procent

bij 50 procent

bij 75 procent of meer

Stelling 2. Per cliënt gaat het gemiddeld om:

tientallen euro’s

honderden euro’s

Stelling 3. Er worden veel hulpmiddelen (rollators/rolstoelen/liften/ scootmobiels) aangeschaft die niet of beperkt gebruikt worden en/of onvoldoende hergebruikt worden:

bij minder dan 25 procent van de cliënten

bij meer dan 25 procent van de cliënten en minder dan 50 procent

bij meer dan 50 procent van de cliënten

Vraag 4: Hebben jullie tips/oplossingen om de geschetste problemen op te lossen?

Na wat rekenwerk komen we tot de volgende conclusies: De uitkomst van stelling 1: 70 procent van de ondervraagden schat dat bij meer dan bij 50 procent van de cliënten materiaal over is. Stelling twee: 70 procent van de ondervraagden schat dat het om honderden euro’s gaat. Stelling drie: 43 procent schat dat de hulpmiddelen beperkt of onvoldoende hergebruikt worden bij minder dan 25 procent van de cliënten. En 47 procent schat dat dit tussen de 25 en 50 procent is.

En, klopt het?

De onderzoeksopzet roept de nodige vragen op. Op de eerste plaats is de steekproef onduidelijk: we weten niet of deze 32 verpleegkundigen representatief zijn voor heel Nederland of op z’n minst voor Buurtzorg Nederland. Het is namelijk onbekend waarom juist deze verpleegkundigen zijn gekozen uit de ruim 5.000 mensen die voor Buurtzorg werken.

Op de tweede plaats gaat het om een zeer beperkt aantal vragen, die bovendien erg suggestief zijn. Bij de eerste stelling wordt al meteen gesuggereerd dat er grote hoeveelheden materiaal over zijn. Daarna hoeft de respondent alleen maar nog maar te schatten: om hoeveel cliënten en hoeveel geld zal het gaan?

Bij de antwoordmogelijkheden ontbreken verschillende opties. Je kunt niet invullen dat er geen materiaal overblijft. Het is ook onmogelijk om aan te geven dat het om mínder dan tientallen euro’s gaat. Daarnaast zijn de antwoordcategorieën beperkt. Er zijn geen andere mogelijkheden dan te antwoorden: 25, 50 of 75 procent. Bij de schattingen van de bedragen zijn er maar twee vage categorieën: tientallen of honderden euro’s.

Het is bovendien onduidelijk om welke cliënten het gaat: allemaal of alleen cliënten met een materiaaloverschot?

Dan de definitie van verspilling. Die is er niet. Directeur Jos de Blok zegt: „Alles wat nog gebruikt kan worden, maar weggegooid wordt.” Gaat het om aangebroken verpakkingen, dichte verpakkingen, verpakking over de datum? En hoe zit het met de rollator: wanneer wordt deze maar beperkt gebruikt? Bij een paar dagen in de week of een paar dagen per jaar?

Conclusie

Minister Schippers zei, en de media meldden, dat patiënten gemiddeld voor 100 euro aan overgebleven medicijnen en verbandmiddelen in huis hebben liggen. Het is een raadsel hoe deze conclusie tot stand gekomen is. De respondenten kregen suggestieve vragen voorgelegd en konden slechts kiezen uit antwoorden als ‘tientallen’ of ‘honderden euro’s’. Hoe de onderzoekers hebben bepaald dat het om ‘gemiddeld 100 euro’ gaat, is eveneens onduidelijk. Er is, kortom, geen sprake van serieus onderzoek. next.checkt beoordeelt de bewering als ongefundeerd.

    • Juliette Vasterman