Ontroerende, weemoedige verhalen

Het zijn de verhalen achter de kunst die de werken op Documenta tot leven wekken. Zoals de redding van Afghaanse kunst door een conservator, die zelf schildert als Bob Ross.

Video ‘Cabaret Crusades: The path to Cairo’ van de Egyptische kunstenaar Wael Shawky Foto AP

Het is een schilderijtje van niks dat in een vitrine ligt in het Fridericianum, de hoofdlocatie van de vijfjaarlijkse Documenta in Kassel. Een romantisch landschapje in Bob Ross-stijl, met een riviertje dat vredig tussen de kale bergen door kabbelt. Het werd niet lang geleden geschilderd door de onbekende Afghaanse kunstenaar Mohammad Yusuf Asefi. Maar wat doet het hier, vraag je je af, op deze belangrijke hedendaagse kunsttentoonstelling? Waarom heeft juist dit lieflijke tafereeltje zo’n centrale plek gekregen?

Dan lees je het verhaal dat bij de kunstenaar hoort. Mohammad Yusuf Asefi was eind jaren negentig conservator in het Nationale Museum van Kabul en wist vele tientallen figuratieve schilderijen uit de collectie te redden van de brandstapel. De Talibaan duldde geen beeltenissen van mensen of dieren. Asefi deed net of hij de werken aan het restaureren was en schilderde de figuren over met waterverf die hij er later weer gemakkelijk af kon wassen.

Zo ontvouwt zich, al lezend, een aangrijpend verhaal over oorlog en destructie en over een dapper individu dat verzet pleegt door de kunst als het ware onder te laten duiken. Opeens kun je niet anders dan respect hebben voor deze Afghaanse Bob Ross.

Het geldt voor veel van de kunstwerken die op deze dertiende Documenta getoond worden: het zijn de verhalen die ze tot leven wekken. Veel van die verhalen gaan over oorlog, over trauma, over catastrofes. Wat doe je wanneer je als kunstenaar onder vuur ligt? En wat kan kunst betekenen in oorlogstijd? Vragen als deze lopen als een rode draad door de tentoonstelling.

Dit is een Documenta die gaat over herinneringen, over geschiedenissen, over gebouwen en wat daar heeft plaatsgevonden.

Neem het Fridericianum zelf, nu een kunsttempel met witte wanden en natuurstenen vloeren, maar na de Tweede Wereldoorlog niet meer dan een ruïne. In het gebouw was destijds de bibliotheek van de deelstaat Hessen gevestigd. Nadat de Royal Air Force op 9 september 1941 zeventig bommen op het Fridericianum had gegooid, was van de 400 duizend boeken en zeldzame manuscripten weinig over. De geblakerde restanten worden nu door de Amerikaanse kunstenaar Michael Rakowitz in vitrinekasten tentoongesteld, samen met brokstukken van de vernielde boeddha’s uit het Afghaanse Bamiyan – als een archeologisch archief van vernietiging.

Ook vroeg Rakowitz aan Afghaanse steenhouwers om de verwoeste Duitse boeken te vervangen door stenen exemplaren, gehouwen uit de rotsen van Bamiyan. In Kassel vormen ze nu een indrukwekkende gebeeldhouwde bibliotheek, een robuust monument voor kwetsbare kunst in oorlogstijd.

Het is mooi om te zien hoe op deze Documenta oude en nieuwe verhalen met elkaar verweven worden. Zo is een belangrijke rol weggelegd voor de Italiaanse kunstenaar Alighiero Boetti (1940-1994), die in 1972 al deelnam aan de vijfde Documenta en nu weer vertegenwoordigd is met een van zijn beroemde geborduurde wereldkaarten, Mappa uit 1971. Maar ditmaal krijgen we ook de context van dat kunstwerk voorgeschoteld: we leren dat Boetti het werk maakte in Kabul, waar hij in de jaren zeventig een hotel runde. De jonge Mexicaanse kunstenaar Maria Garcia ging voor deze Documenta op zoek naar dit Hotel One en maakte over die zoektocht een prachtige diashow. Opeens zie je voor je hoe Boetti daar geleefd moet hebben. De anekdotes, de verhalen, ze zorgen voor verdieping, ze brengen de kunst tot leven.

Maar er zijn meer draden die door deze mooie, thematisch gecomponeerde Documenta geweven zijn. Zo is er een subthema dat je ‘vergeten vrouwen’ zou kunnen noemen. Verspreid over de vele locaties van de tentoonstelling maak je kennis met werk van kunstenaressen die om de een of andere reden buiten de kunsthistorische canon gevallen zijn – vrouwen als Emily Carr, Maria Martins, Margaret Preston en Aase Texmon Rygh. Veel indruk maakt de Noorse Hannah Ryggen (1894-1970), tijdgenote van Picasso, die in de jaren dertig net als hij de dreigende oorlog en de opkomst van het fascisme verbeeldde maar bij lange na niet zo beroemd werd als hij. Misschien wel omdat zij haar woede over Hitler, Mussolini en Franco uitdrukte in een typisch vrouwelijk medium, het wandtapijt.

Al dat oorlogsgeweld betekent niet dat dit een sombere Documenta geworden is. Er is in Kassel ook genoeg ruimte voor vertier. Zo nodigt de Britse Natascha Sadr Haghighian bezoekers uit om op een soort safari door het stadspark Karlsaue te gaan. Via een keukenladder kom je terecht op een steil paadje dat leidt door struikgewassen waaruit op onverwachte momenten dierengeluiden klinken. Maar zelfs bij een vrolijk, escapistisch werk als dit sijpelt de lokale geschiedenis nog door. Want de helling waarover het paadje loopt, is gemaakt met puin dat overbleef na de bombardementen. Best kans dat over honderd dagen, als de Documenta sluit en vele duizenden bezoekers het pad hebben ingesleten, die geschiedenis bloot komt te liggen. In Kassel liggen de oorlogswonden nog vlak onder de oppervlakte.

Dat herinneringen ook fijn weemoedig kunnen stemmen, bewijst de Amerikaanse Susan Hiller met haar werk Die Gedanken sind frei. In diverse horecagelegenheden in de stad plaatste ze jukeboxen waaruit steeds dezelfde honderd liedjes klinken: van God Save the Queen van The Sex Pistols tot Tom Waits’ Road to Peace. In een zaal van de Neue Galerie liet ze alle honderd teksten – over oorlog, over vrijheid, over hoop – op de muur afdrukken. Een oudere dame luistert gespannen naar het titelnummer Die Gedanken sind frei, een oud Duits protestlied dat in de oorlog door Hitler verboden was maar juist in concentratiekampen gezongen werd. Ze glimlacht, terwijl uit haar ooghoek een traan biggelt.

Documenta 13 opent morgen voor publiek en vindt t/m 16 sept plaats op diverse locaties in Kassel. Inl: www.documenta.de

    • Sandra Smallenburg