Onmogelijke keuzes voor ziekenhuizen

Veel ziekenhuizen hebben nog geen contracten voor dit jaar met de zorgverzekeraars. Nieuwe regels leiden tot ‘wurgcontracten’ die de ziekenhuizen moeilijk kunnen accepteren.

Het is een „idioot ingewikkeld” jaar, zegt Henk Vergunst. Hij is controller van het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis.

Sinds januari confronteren zorgverzekeraars hem met „wurgcontracten”, vertelt hij. „Bij de contracten voor fysiotherapie en diëtetiek, bijvoorbeeld, staat keihard: Dit is de prijs waar u het voor moet doen.” Met onderhandelen heeft het weinig te maken, zegt Vergunst. „Ze zeggen: als u duurder wilt werken, kunt u de rekening niet naar ons sturen. Die moet dan naar de patiënt. Bij andere behandelingen geldt een maximumbedrag of een maximaal aantal ingrepen. Als de prijs hoger is of er komen meer patiënten, moet je ze maar op eigen kosten helpen.” Dat kan geen enkel ziekenhuis. En dus zal het Ikazia patiënten van die verzekeraar kwijtraken.

Vergunst beschrijft wat tal van ziekenhuizen meemaken. Het slagveld is niet te overzien. Alle 92 ziekenhuizen en (vier grote) zorgverzekeraars wilden op 1 april hun contracten rond hebben, maar die streefdatum is niet gehaald.

Verzekeraars VGZ en CZ – in omvang de tweede en derde van het land – laten weten dat ze „nog bezig zijn” met de contracten.

Een woordvoerder van CZ legt uit: „We selecteren dit jaar hard, het is een trendbreuk: we mikken op een verschuiving van twee tot drie procent van de patiëntenstroom per regio.” Verzekeraars willen dat patiënten voortaan naar de efficiëntste ziekenhuizen in hun regio gaan. Als bijvoorbeeld twee procent van de heuppatiënten in één regio dit jaar voor zijn operatie naar het efficiëntste ziekenhuis gaat, in plaats van naar het minder efficiënte ziekenhuis, dan is CZ blij met die verschuiving. „Die selectie is de opdracht die we hebben van de overheid”, zegt de woordvoerder van CZ.

In sommige regio’s is door de nieuwe verhoudingen nog steeds onbekend welke behandelingen de patiënt in welk ziekenhuis dit jaar vergoed krijgt. Want dát is ook een gevolg van het nieuwe regime: sommige ziekenhuizen raken patiënten kwijt en die patiënten moeten uitwijken naar een ander ziekenhuis, vaak verder weg. Tenzij de patiënten of het ziekenhuis de behandeling uit eigen zak betalen.

Een jaar geleden sloten minister Edith Schippers van Volksgezondheid, de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars een ‘historisch’ akkoord. Ze spraken af dat ze met z’n allen maar 2.5 procent meer mochten uitgeven aan ziekenhuiszorg dan het jaar ervoor. Samen zouden ze de alsmaar stijgende kosten in de gezondheidszorg beteugelen.

Maar met z’n allen afspreken de groei te beperken, wil niet zeggen dat elk ziekenhuis dat ook wil en kan. Want het individuele ziekenhuis heeft een ander belang: zo veel mogelijk werk. Hoe meer patiënten, hoe meer inkomsten. En des te meer inkomsten, des te meer personeel aan het werk kan blijven. Dus hopen afzonderlijke ziekenhuizen dat zíj wel vijf procent mogen groeien. Dan moeten de anderen – de concurrenten – de groei van de kosten maar op nul houden. Bovendien lúkt het niet elk ziekenhuis om even efficiënt te plannen en kosten te drukken.

Het is voor de ziekenhuizen weer wennen aan de nieuwe rol van de overheid. Den Haag was zich na 2005 juist minder met de ziekenhuiszorg gaan bemoeien. Toen voerde minister Hans Hoogervorst (VVD) de nieuwe Zorgverzekeringswet in. De ziekenhuiszorg werd een zaak van de vrije markt.

Maar met het ziekenhuisakkoord van vorig jaar nam de overheid het initiatief terug. Ze legde de groei aan banden. Marktwerking is leuk, maar als die tot meer operaties en consulten en dus meer kosten leidt, is het contraproductief.

Zorgverzekeraars hangen sinds de invoering van de wet van Hoogervorst aan veel behandelingen een prijskaartje. Begin dit jaar gold dat voor 70 procent van de ingrepen. Hoe ze aan die prijs komen? Ze vergelijken aan het begin van het jaar zo veel mogelijk offertes van ziekenhuizen en nemen dan de laagste (of gemiddelde) prijs als norm.

Met verzekeraar Achmea heeft Henk Vergunst van het Ikazia nu een contract. „Nul procent volumegroei en nul procent prijsgroei. En dat is niet omdat we duur waren, maar omdat we in 2011 behoorlijk zijn gegroeid.” Met de tweede zorgverzekeraar in zijn regio, CZ, is er „nog geen zicht op een contract, al schieten zij de rekeningen nu wel voor, zodat ik de salarissen kan uitbetalen.”

En dan VGZ. Vergunst: „Zij schieten pas vanaf mei een bedrag voor. We hebben wel een afspraak voor dit jaar over een maximumbedrag maar nog geen contract. Toch zeggen ze doodleuk: U mag geen wachtlijsten laten ontstaan. U behandelt die mensen gewoon.”