Kreeftje mept met twee voorhamers

De bidsprinkhaankreeft kan met zijn rode klauwhamertjes snoeiharde meppen uitdelen. Foto S. Baron

Geen dier mept zo snel en hard als de bidsprinkhaankreeft. Met zijn hamerklauwen vermorzelt het 15 centimeter grote dier schelpen, krabbenpantsers en vissenschedels. Ondanks al dit vuistgeweld gaan de klauwen van deze vechtersbaas duizenden klappen mee. De gelaagde samenstelling van de klauw voorkomt fracturen, ontdekten biologen en materiaalwetenschappers. Ze publiceren hun onderzoek vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Bidsprinkhaankreeften zijn kleurige en agressieve Einzelgängers uit de tropen. Hun mepvermogen is berucht onder biologen. Eerder onderzoek wees al uit dat de dieren hun scharen lanceren met een springveerachtig orgaantje. Vanuit stilstand kunnen de keiharde klauwtjes met een maximale snelheid van 83 kilometer per uur naar voren knallen.

De onderzoekers van Harvard University, van de afdeling Biology Inspired Engineering, namen de klauwen van de bonte bidsprinkhaankreeft (Odontodactylus scyllarus) met röntgenstralen en elektronenmicroscopie onder de loep.

Ze ontdekten dat de buitenkant bestaat uit een dun, maar hard laagje van hydroxyapatiet, het mineraal waaruit onze tanden en botten bestaan.

Achter het hydroxyapatiet ligt chitine, het hoofdbestanddeel van pantsers van kreeftachtigen, dat als een soort schokdemper fungeert. De chitinevezels vormen een helix: elke laag is een beetje gedraaid ten opzichte van de laag daarboven. Een beginnend scheurtje moet daardoor continu van richting veranderen, wat zijn groei vertraagt.