Het sportstadion wordt groen

Naast voetbal worden er in het moderne sportcomplex ook concerten en congressen georganiseerd. Dat noopt tot vergroening. Technisch dienstverlener Imtech loopt zich warm voor het WK voetbal in Rusland in 2022.

Het EK voetbal 2012 in Polen en Oekraïne is nog maar net begonnen of technisch dienstverlener Imtech denkt al aan het WK voetbal van 2022 in Rusland. De reden: de Russische stadions voldoen bij lange na niet aan de normen voor een WK, waardoor een aantal nieuwe stadions gebouwd zal moeten worden. En daar ligt een kans voor het Nederlandse bedrijf, dat de afgelopen jaren vele stadions in Duitsland, Zweden, Engeland en Polen onder handen nam en voorzag van de nieuwste technieken op het gebied van elektrotechniek, klimaatbeheersing en ict. Inmiddels is Imtech Europees marktleider in ‘groene stadions’.

Belangrijke reden waarom zoveel stadions worden ‘vergroend’, is dat het energieverbruik in sportcomplexen stijgt door het toenemend aantal evenementen en functies: wedstrijden, concerten, congressen, winkels, kantoren. De complexere energietechnologie die daarvoor nodig is, ontbreekt meestal. Maar ook evenementen als EK, WK en Olympische Spelen zijn reden voor een opknapbeurt. Zo kreeg Imtech de opdracht voor de nieuwbouw van het ‘groene’ Olympisch Stadion in Londen en de stadions in de Poolse steden Warschau en Wroclaw.

Duitsland is verreweg de grootste markt van Imtech als het gaat om verduurzaming van stadions. Zo werden de afgelopen jaren onder meer de Mercedes-Benz Arena van VfB Stuttgart, de Schalke Arena in Gelsenkirchen (Schalke 04), de SAP Arena in Mannheim (waar onder meer ijshockeyclub Adler Mannheim speelt) en de ISS Dome van FC Düsseldorf onder handen genomen. Aan het Allianz Stadium in München, de thuisbasis van Bayern en München 1860, wordt nog gewerkt.

„Milieu staat hoog op de politieke agenda in Duitsland”, aldus Rolf Merz, directeur van het Competentiecentrum Stadiontechnologie van Imtech in München in een telefonisch interview. Zo besloot de Duitse regering na de ramp in Fukushima, vorig jaar, om alle kerncentrales te sluiten.

Maar niet alleen in de politiek wordt groen gedacht. De Bundesliga, de Duitse voetbalbond, heeft een speciale Commissie Duurzaamheid opgezet en duurzaamheidseisen opgesteld voor stadions waarvoor een licentie wordt aangevraagd. In die commissie zit onder anderen politicus Claudia Roth van Bündnis 90/Die Grünen. In Nederland is men nog niet zo ver. De KNVB heeft geen duurzaamheidseisen opgenomen in haar reglementen. In Duitsland daarentegen is er zelfs vanuit het publiek en de spelers pressie om stadions energiezuiniger te maken, volgens Merz. „Bayern München bijvoorbeeld wil de beste club ter wereld zijn en wil ook het duurzaamste stadion ter wereld hebben. Zo wordt er binnenkort een biomassacentrale naast de Allianz Arena gebouwd die duurzame energie uit afval gaat leveren aan het stadion.”

Het uit 1998 daterende stadion van voetbalclub HSV in Hamburg was in 2010 een van de eerste die om duurzaamheidsredenen werd opgeknapt. Het sportcomplex voldeed aan de eisen qua veiligheid en logistiek, maar duurzaam was het niet: de Duitse aannemers die het stadion had gebouwd, hadden geen specifieke kennis van energiebesparende technieken. Merz: „Dat is de reden dat in Duitsland zelfs relatief ‘jonge’ stadions in aanmerking komen voor renovatie en vergroening.”

De verduurzaming van een stadion, die gemiddeld een paar miljoen euro kost, verdient zichzelf altijd terug, stelt Imtech. Want een groen stadion is aanzienlijk zuiniger in het energieverbruik, volgens Imtech: zo verbruikte het stadion in Hamburg vóór de renovatie per jaar 11.450 megawattuur aan energie, wat neerkwam op een kostenpost van circa 870.000 euro per jaar. Sinds de ventilatie is aangepast en er een warmte-terugwinysteem werd aangelegd dat overtollige hitte opslaat voor tijden dat warmte juist gewenst is, sinds er een zuinige veldverwarming is aangelegd en het stadion in energiecompartimenten is verdeeld zodat niet het hele complex hoeft te worden verlicht en verwarmd, is het energieverbruik met 35 procent gedaald. In een gemiddeld stadion, waarvan de exploitatie een paar miljoen euro per jaar kost, kunnen de kosten van dit soort duurzame systemen met 250.000 tot 400.000 euro per jaar omlaag.

Daarnaast daalt de uitstoot van CO2. In het Allianz stadion in München bijvoorbeeld gaat nu 1.100 ton kooldioxide minder de atmosfeer in dan vóór de verbouwing. En wat veel stadionexploitanten als muziek in de oren klinkt: de verduurzaming kan in tweeënhalf tot vier jaar worden terugverdiend, afhankelijk van de renovatiekosten. Die terugverdientijd én een terugdringing van minimaal 15 procent (en maximaal 45 procent) van het energieverbruik worden zelfs gegarandeerd door Imtech.

Het HSV-stadion in Hamburg is inmiddels omgedoopt tot Imtech Arena. Niet omdat de club zo dankbaar is voor de verrichte werkzaamheden, maar omdat Imtech heeft besloten uit marketingoverwegingen zijn naam eraan te verbinden. Het bedrijf geeft er rondleidingen langs de eigen innovatieve technologie, er wordt vergaderd met potentiële klanten, er is een Imtech-skybox en het bedrijf hoopt met dit visitekaartje jongeren enthousiast te maken om bij Imtech te solliciteren.

Want de komende jaren heeft Imtech veel technici nodig: het einde van de duurzaamheidsgolf is nog niet in zicht. Veel reclame hoeft Imtech niet te maken voor zijn energiezuinige aanpak. Het bedrijf onderhoudt veel contacten met oud-voetballers die nu werkzaam zijn als coach of trainer, het geeft presentaties over de vernieuwde stadions, verzorgt rondleidingen in het onderzoekscentrum in München en er is veel mond-tot-mondreclame in de sportwereld.

Het bedrijf heeft oud-speler Martin Braun van Kaiserslautern, tegenwoordig trainer, aangesteld als pr-man voor de stadions. „Met verduurzaming kan een stadionexploitant veel geld besparen”, aldus Rolf Merz, „en dat spreekt zich rond.”

Andere landen die grote sportevenementen moeten organiseren, zoals Polen, komen zo ook bij het Nederlandse bedrijf terecht. Uit Oekraïne heeft Imtech geen opdrachten ontvangen. Merz: „We hebben daar geen vestiging en geen contacten.”

Friederike de Raat

    • Friederike de Raat